EKO-keurmerk is niet betrouwbaar

Het EKO-keurmerk en de aanduiding `biologisch' op verpakkingen bieden niet de zekerheid dat producten ook daadwerkelijk biologisch zijn.

Vooral bij in het buitenland gemaakte `biologische producten' bestaat het risico dat ze geen biologische oorsprong hebben.

Dat concludeert accountantskantoor KPMG na een onderzoek in opdracht van de Stichting Keur Alternatief voortgebrachte Landbouwproducten (Skal).

De stichting Skal is in Nederland door het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) aangewezen om de biologische productie te waarmerken en te controleren. Het EKO-keurmerk moet onder meer garanderen dat er geen kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt. Nederlanders kopen dit jaar voor zo'n 730 miljoen gulden biologische voedingsmiddelen.

KPMG heeft kritiek op de werkwijze van de stichting. Het ministerie van LNV heeft opdracht gegeven tot een extern onderzoek naar de controles door de stichting Skal, en de toepassing van procedures. KPMG werd ingeschakeld nadat het televisieprogramma Nova vorig jaar de betrouwbaarheid van het EKO-keurmerk in twijfel had getrokken.

Door de manier waarop de stichting Skal productieprocessen van een keurmerk voorziet, kan volgens KPMG ,,niet worden uitgesloten'' dat producten ten onrechte het predikaat `biologisch' krijgen. Volgens KPMG worden door het EKO-keurmerk op de producten bij de consument ,,mogelijk verwachtingen gewekt die de huidige (proces)certificering niet waar kan maken.'' De risico's zijn het grootst bij biologische producten uit het buitenland. Daar wordt minder, en ook minder goed, gecontroleerd dan in Nederland.

Skal-woordvoerder G. Maan geeft de problemen met de controle door Skal of door Skal ingehuurde lokale agenten toe. Maan: ,,Een moeilijk punt blijft het buitenland. Een ander probleem is dat wij niet de wettelijke taak hebben te controleren of de biologische eindproducten ook wel biologisch zijn. Wij kijken uitsluitend of de productieprocessen van de 2.100 aangesloten boeren en bedrijven conform de richtlijnen zijn.''

De Consumentenbond noemt het ,,kwalijk'' dat de consument er niet voor honderd procent zeker van kan zijn dat een product met het EKO-keurmerk ook biologisch is. Een woordvoerder: ,,Door het keurmerk op de verpakking verwachten mensen dat het product zelf is gecontroleerd, niet dat alleen het productieproces in beginsel voldoet aan de eisen.''

KPMG constateert dat in de drie voorbeelden van Nova – teakhout uit Costa Rica, sesamzaad uit Ethiopië en bietsuiker uit Slowakije – sprake was van ,,onduidelijkheden'' in de controle en/of de certificering, de productie en de communicatie. Bij het teakhout en het sesamzaad stelt KPMG vast dat geen producten op de markt zijn gekomen die ten onrechte het EKO-keurmerk droegen.