Echo `stagflatie' in eerste kwartaal

Hoge inflatie en economische stagnatie: de Nederlandse economie is het jaar 2001 slecht gestart.

`Stagflatie' is er nog een te groot woord voor. Maar rond de combinatie van een kwartaalgroei van slechts 0,1 procent en een prijsstijging van het bruto binnenlands product met 5,2 procent in het eerste kwartaal begint de lucht te hangen van de jaren zeventig. Toen leidden exploderende energieprijzen tot oplopende consumptieprijzen, die gaandeweg in de lonen werden verwerkt en een loon-prijsspiraal in werking zetten. Tegelijkertijd traden er perioden op van economische stagnatie. Stagnatie en inflatie werden destijds samengevoegd tot `stagflatie'.

Diezelfde loon-prijsspiraal was deze week inzet van een gesprek van president Wellink van De Nederlandsche Bank met de Kamercommissie voor Financiën. Die stelde dat de internationale concurrentiepositie nu even snel achteruit holt als in de jaren zeventig. Nog even en de term `Dutch Disease' valt, en dan is de jaren-zeventigreprise compleet.

Komt het dit jaar zover? De economische groei van 2,0 procent over het eerste kwartaal die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen hanteerde, valt flink tegen. Een terugval was verwacht, omdat met name de autoverkopen in het vierde kwartaal van vorig jaar sterk opliepen. Consumenten anticipeerden daarmee op de verhoging van het btw-tarief van 17,5 procent naar 19 procent. In het eerste kwartaal vielen de autoverkopen inderdaad sterk terug. Maar ze verklaren de terugval van de consumptie vrijwel niet. H. Dielen van het Economisch Bureau van ABN Amro wijst erop dat de consumptie in het vierde kwartaal met 1,7 procent groeide ten opzichte van het derde kwartaal, en in het eerste kwartaal juist met 1,7 procent daalde. ,,Per saldo is dat toch een nulgroei''.

Het CBS rapporteerde vanmorgen bovendien dat in het eerste kwartaal de productie in vrijwel alle bedrijfstakken afremde. Ook in de commerciële dienstverlening, die zich tot nu toe niets aantrok van de economische groeivertraging die al in de tweede helft van vorig jaar inzette. De export kampt met terugval van de volumegroei van 9 procent in 2000 naar 6,6 procent in het eerste kwartaal. Omdat de stijging van de invoer ongeveer even snel terugloopt, en het volume van de uitvoer groter is dan dat van de invoer, draagt de buitenlandse handel toch nog bij tot de economische groei.

Die economische groei in het eerste kwartaal is met 2 procent op jaarbasis het laagste sinds het eerste kwartaal van 1996. Veelzeggender voor de rest van het jaar is in dit geval echter de groei van kwartaal op kwartaal, die slechts 0,1 procent bedroeg. De meeste analisten hanteren nog steeds een cijfer van 3 procent, en het Centraal Planbureau werkt met 3,25 procent. Maar omdat het niveau waarop de economie aan het eind van het eerste kwartaal terecht is gekomen veel lager is dan verwacht, werkt de lage kwartaalgroei door in de rest van het jaar. Zelfs als het verloop van de economische groei in de resterende drie kwartalen hetzelfde blijft als eerder werd voorzien, dan mag er sinds vanmorgen een half procentpunt van de ramingen voor heel 2001 worden afgetrokken.

Er is al een herstel van de economische groei in de tweede helft van dit jaar in de voorspellingen ingecalculeerd. Dat herstel zal dus veel spectaculairder moeten zijn, om de drie procent over 2001 in zijn geheel nog te halen.

Tegelijkertijd zal de inflatie moeten terugvallen. Wellink liet woensdag in de Kamer blijken dat hij niet gelooft in de 2 procent inflatie die het Centraal Planbureau voor 2002 in de boeken heeft. 3 procent is waarschijnlijker volgens de centrale bankier. Zelfs om die prognose te halen zullen de energieprijzen en de voedselprijzen overigens sterk moeten gaan dalen.

Enkel een flink herstel van de economische groei in de rest van het jaar, en een afnemende prijsdruk kunnen van het laatste volle jaar van de regering-Kok nog een economisch succes maken. Alles om te voorkomen dat het woord `stagflatie' vóór de verkiezingen in 2002 weer deel gaat uitmaken van het dagelijkse Nederlandse vocabulaire.