Duitsland verdient steun voor hervormingsplan EU

Met zijn voorstel voor de hervorming van de EU beoogt de Duitse bondskanselier Schröder geen Europese superstaat. De bedoeling is veeleer om af te slanken en te bezuinigen, meent Quentin Peel.

Een van de meest verontrustende en ontmoedigende kanten van het debat over de toekomst van Europa, vooral zoals het wordt gevoerd in Engeland, is hoezeer het is verworden tot een platform voor vooroordelen en stereotypen. De drijfveer van de Europese Unie – om na twee rampzalige wereldoorlogen de strijdbijl tussen Duitsland en Frankrijk te begraven – had alles te maken met de bestrijding van onverdraagzaamheid en onbegrip. Door van de lidstaten te eisen dat ze dagelijks om de tafel zitten en hun geschillen oplossen, heeft de EU een opmerkelijke bijdrage geleverd om de nationale muren te slechten.

Natuurlijk is de EU onhandig, onvolmaakt, ondoelmatig en soms ergerlijk stompzinnig. Als het lidmaatschap moet worden uitgebreid tot de opkomende democratieën in Midden-, Oost- en Zuid-Europa, is het hoognodig dat de EU haar eigen instellingen hervormt en waarachtige democratische controle, doorzichtigheid en duidelijke lijnen van verantwoordelijkheid waarborgt.

Op de Europese top in Nice van afgelopen december is gebleken hoe moeilijk het onderhandelingsproces met vijftien staten is geworden. En tot overmaat van ramp zijn ze het daar ook nog eens geworden over het bespottelijk ingewikkelde systeem van de `drievoudige meerderheidsstemmen' en de handhaving van de arbitraire weging van stemmen in de Raad van Ministers. De meerderheid is inmiddels van mening dat de top een puinhoop was, die de uitbreiding er niet eenvoudiger op zal maken. Maar de regeringsleiders hebben in Nice tenminste afgesproken om een wezenlijk debat over de hervorming van de EU te voeren.

De kunst is, dat debat wezenlijk genoeg te maken. Gesleutel aan de logge structuur van Raad, Commissie, Parlement en dergelijke biedt geen garantie dat een EU van 25, 30 of zelfs 35 leden doelmatig, doorzichtig en vooral democratisch kan worden.

Het is nog vroeg, maar het enige land dat tot nu toe met een serieus debat is begonnen, is Duitsland. Daarvoor zijn goede binnenlandse redenen. De voornaamste is dat de Duitse Länder, de machtige regeringen van de deelstaten, verwoed ten strijde trekken om hun federale bevoegdheden te behouden. Hun grootste vijand is Berlijn, maar ze gebruiken Brussel als excuus voor hun strijd. Dankzij de EU denken ze ook in Duitsland misschien een waarachtige decentralisatie van de macht te kunnen afdwingen.

Twee weken geleden liet de Sociaal-Democratische partij van kanselier Gerhard Schröder bewust een document uitlekken over de hervorming van de EU, met de bedoeling het nationaal debat aan te zwengelen. Daarmee is een serieuze bijdrage geleverd tot een debat dat in elke lidstaat van de Unie nodig is.

Maar wat gebeurt? In Engeland, en tot op zekere hoogte ook in Frankrijk, wordt het allemaal afgedaan als een soort idioot Germaans complot om de Unie te overheersen en de eigen visie op een Europese regering door te drukken. Sir Peter Tapsell, een ultra-chauvinistisch lid van de geschifte vleugel van de Conservatieve Partij, heeft het plan van Schröder zelfs menen te moeten vergelijken met Mein Kampf van Adolf Hitler. Als het allemaal niet zo onzinnig was, zou het verontrustend zijn.

Het probleem is dat veel van de kritiek berust op een totaal verkeerde lezing van het document van de Sociaal-Democraten. Dat roept helemaal niet op tot een gecentraliseerder EU, maar legt alle nadruk juist op decentralisatie van de macht en een grotere democratische controle. De meeste ophef gaat over één alinea van een ontwerpresolutie van 14 pagina's. In mijn eigen vertaling luidt die als volgt: ,,De SPD bepleit (...) dat de doorzichtigheid van de besluitvorming op Europees niveau wordt versterkt door de Commissie om te vormen tot een sterk Europees bestuur, door de verdere versterking van de bevoegdheden van het Europese Parlement door middel van de uitbreiding van de mede-besluitvorming en volledige budgettaire verantwoordelijkheid, en door de Raad (van Ministers) om te vormen tot in een Europese kamer van staten.''

Bewust wordt geen gewag gemaakt van een Europese `regering': er wordt alleen van een `sterk bestuur' gesproken. Op dit moment is de Commissie waarschijnlijk het beste als een `zwak bestuur' te omschrijven. Wat de versterking van het parlement betreft is het duidelijk de bedoeling dat de bevoegdheden daarvan worden uitgebreid tot de landbouwuitgaven, die tot nu toe vrijwel geheel het voorwerp waren van de ondoorzichtige en ondemocratische koehandel van de lidstaten.

Het idee om de Raad van Ministers tot een soort superkamer van staten om te vormen houdt verband met de wetgevende taak van dat orgaan en de opzet is om openbaarheid van de onderhandelingen af te dwingen. Als de Raad als bestuur optrad – bijvoorbeeld op het terrein van de buitenlandse politiek en veiligheid – waren de vergaderingen volgens de opstellers van het document nog altijd besloten. Deze denkbeelden zijn niet nieuw en ook niet bepaald radicaal. Veel drastischer is een andere suggestie: in de toekomst zouden belangrijke terreinen van EU-uitgaven, waaronder de landbouw en de zogeheten structuurfondsen (zoals regionale subsidies) weer onder nationale controle moeten komen.

Als dat zou gelden voor alle landbouw- en structuuruitgaven, zou tachtig procent van de EU-begroting uit Brussel worden weggehaald. Geen wonder dat door Franse ministers geschrokken is gereageerd. Want dit is geen dwaas plan om een Europese superstaat te stichten. Het lijkt veeleer de bedoeling om die terug te brengen tot een fractie van zijn huidige omvang en te bezuinigen op de landbouwuitgaven.

Het Duitse debat heeft twee drijfveren. De ene komt voort uit de Länder, die het niet zo hebben op de bevoegdheden van Brussel om in naam van eerlijke concurrentie hun regionale subsidies te beknotten. De andere drijfveer komt voort uit iets wat alleen maar de `Engelse ziekte' kan worden genoemd. Net als Margaret Thatcher in de jaren tachtig, willen de Duitse politici van dit moment hun geld terug.

Niemand beweert dat de plannen van de SPD al onomstotelijk vaststaan. Ze zijn onderdeel van een groot debat. Maar ze worden wel ingegeven door twee volstrekt gezonde bedoelingen: om de krachten in Europa te bedwingen die alles centraal willen regelen; en om de democratie te versterken. Het aantrekkelijke van de Duitse denkbeelden over Europa schuilt juist in hun federalisme en in de democratische fundering die een dergelijk stelsel op elk regeerniveau impliceert.

De alternatieve `intergouvernementele' aanpak die de voorkeur heeft in Londen en Parijs, neigt naar onderhandelingen achter gesloten deuren en ambtelijke overheersing. Dat is wat we nu hebben en dat is niet goed genoeg. Daaruit is die onzin van Nice voortgekomen. We mogen dan ook blij zijn met de Duitse inbreng. Het wordt tijd dat de rest eens reageert.

Quentin Peel is redacteur van The Financial Times.

©The Financial Times/NYTS