Degelijke elegantie die niets afdwingt

Robert Zandvliet (1970) exposeert in het Stedelijk Museum 25 schilderijen uit de afgelopen vier jaar. Grote doeken zijn het, een aantal van circa twee bij tweeënhalve meter, sommige met formaten van circa twee bij vier meter. Zandvliet schildert met tempera op linnen; het tempera geeft een matte, fijnkorrelige textuur.

Het eerste dat opvalt aan deze doeken is de elegante, trefzekere hand van Zandvliet. Met weloverwogen bewegingen en brede lijnen schildert hij all over-structuren. De kwaststreek is de vorm. Tussen deze kwaststreken laat hij ruimte open, tussenruimten die op zichzelf ook vorm zijn. Zo ontstaat een netwerk van delen die dichtbij zijn, met daartussen pseudo-perspectivische doorkijkjes. De verf is zeer dun en in transparante lagen over elkaar, donker over licht, opgebracht. Ieder schilderij is opgebouwd uit heldere, contrastrijke kleurverhoudingen, vier à vijf kleuren per doek, zoals knalroze, flessengroen, donkerbruin en zwart. De kleuren vervloeien zonder modderig te worden. Af en toe krijgt dit bedekken van licht met donker een dramatische spanning, bijvoorbeeld paars over oker dat resulteert in zwaar bruinpaars, een soort caput mortuum of dodekop, de naam die alchemisten gaven aan het donkere, niet werkzame residu dat na het destilleren overbleef.

Kortom, de schilderijen van Zandvliet zitten goed en degelijk in elkaar. Maar als beschouwer blijf je zitten met de dringende vraag waar dit nu allemaal over gaat. Het enige antwoord dat ik kan bedenken is dat dit werk gaat over het maken van mooie twintigste eeuwse schilderijen. Zandvliet verhoudt zich tot de oude kwestie van de spanning tussen abstractie en figuratie, of van het dilemma van het herkenbare en niet-herkenbare, wat tegenwoordig toch nauwelijks nog een vruchtbaar uitgangspunt kan zijn; in ieder geval weet hij er geen interessante of nieuwe wending aan te geven. Zijn schilderijen zijn volgens hem landschappen, bijvoorbeeld een weg tussen velden, een viaduct van bovenaf bezien, of bomen en struiken. Af en toe kan je er inderdaad zoiets in ontdekken, maar dit heeft steeds een willekeurig karakter. Het gegeven `landschap' gebruikt Zandvliet slechts om tot een beeld te komen, maar een dringende noodzaak, of een liefde voor het landschap is er niet. Nergens onderga ik een overtuigende landschappelijke sensatie van ruimte, atmosfeer, lucht of licht, of van gebladerte.

Dat hoeft kennelijk ook niet, want bij ieder werk staat vermeld: `zonder titel'. Maar als Zandvliet een boom wil schilderen, waarom schildert hij dan geen boom? Dat een enkele bruine verfstreek een associatie oproept met een boomstam, dat is al te gemakkelijk. Net zo gemakkelijk als de woordspeling Brushwood (de titel van de tentoonstelling), wat kreupelhout betekent. En andersom: als Zandvliet abstract wil schilderen waarom schildert hij dan niet abstract?

Zandvliet komt er niet uit, en dat is er waarschijnlijk mede de oorzaak van dat zijn schilderijen iedere urgentie missen. Deze schilderkunst is gladjes, het is een uitgebalanceerd geheel van vloeiende, gestileerde kwaststreken. Het is niet meer dan een loze esthetiek. Het ergst zijn wel de meest recente doeken, die een imitatie zijn van het laatste werk van De Kooning.

In de eerste helft van de jaren negentig overrompelde Zandvliet de kunstwereld met intrigerende schilderijen, waarin hij op zichzelf suffe onderwerpen als een plak chocola, een verrekijker of een bushokje wist te transformeren tot raadselachtige beelden. Zinderende schilderijen waren het, met grote monochrome vlakken en heldere contouren.

Prachtig ook waren de `bioscoopdoeken', schilderijen waarin het linnen is opgevat als een lichtend filmscherm. Deze werken hadden een grote directheid en vanzelfsprekendheid. Eind 1996 gooide Zandvliet het roer om en ontstonden de eerste landschappen. Het getuigt van veel moed dat hij alles wat hij tot op dat moment bereikt had op de helling zette. Het zou veel beter zijn geweest als Zandvliet en het Stedelijk even met deze tentoonstelling hadden gewacht. Zandvliet is pas dertig jaar. Wellicht slaagt hij er in de komende tijd in om de intensiteit van het vroegere werk te heroveren.

Tentoonstelling: Robert Zandvliet: Brushwood. In: Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. Tot 22 juli. Dagelijks 11-17 uur.