De liefde voor Abchazië

Sinds de hoogtijdagen van de Koude Oorlog is het niet meer goed gekomen met de Russische literatuur in Nederland. Na Solzjenitsyn en Paustovski gaapt er een kloof die nog steeds niet is gedicht. Rybakov wist met zijn Kinderen van de Arbat in de beginjaren van perestrojka en glasnost nog even de schijn hoog te houden. Sindsdien is het mis. De lezer laat nieuwe Russische schrijvers links liggen en uitgevers geven er langzamerhand ook de brui aan. Alleen de in 1942 overleden Daniil Charms lijkt de harten van jonge en oude Nederlanders te kunnen veroveren.

Daarom is het goed om een oude, levende Sovjetrot te herintroduceren. In 1980 debuteerde Fazil Iskander in ons land namelijk met Sterrenbeeld Geitegems (1970), in de moderne serie `Russische Miniaturen' van Van Oorschot, die het succes van zijn ouderwetse, grote broer, de `Russische Bibliotheek', nooit wist te evenaren.

Fazil Abdulevitsj Iskander werd geboren in 1929 in Soechoemi, de hoofdstad van de autonome republiek Abchazië, zijn vader was Perzisch, zijn moeder Abchazisch. Abchazië is het westelijke, door een kleine minderheid van honderdduizend islamitische Abchazen bewoonde deel van de overwegend christelijke republiek Georgië.

Sterrenbeeld Geitegems draait om de wetenschappelijk-politieke waan van de dag. Tot eind jaren vijftig deden Lysenko en diens agrobiologie in de Sovjet-Unie opgeld. In dit geval gaat het om primitieve genetische manipulatie door kruising van geit en gems. Een wetenschapper maakt een toevallige opmerking over het beest, een ijverige krantenman gaat ermee aan de haal en een hype is geboren. Na enige tijd blijkt het een storm in een glas water. Maar de persoonlijke gevolgen zijn niet gering: carrières zijn geknakt.

In Sterrenbeeld Geitegems roert Iskander het milieu aan van zijn latere magnum opus Sandro uit Tsjegem: het bergachtige platteland van Abchazië, dat hij kent via zijn grootouders, en waar hij op gezette tijden grote levenskracht put. `Ik was bijna onkwetsbaar, omdat een deel van mijn leven, mijn oorsprong in de bergen ruiste en leefde,' laat Iskander zijn hoofdpersoon denken. `Wanneer een mens besef heeft van zijn oorsprong en van de continuïteit in zijn leven, springt hij edelmoediger en rechtvaardiger met zijn leven om en is het moeilijker hem ergens van te beroven, omdat hij niet al zijn schatten met zich mee draagt.' Sandro uit Tsjegem speelt in zo'n bergdorp en is verre superieur aan Sterrenbeeld Geitegems door het allesomvattende perspectief op de twintigste-eeuwse geschiedenis van een gemeenschap die door de geschiedenis ernstig in het defensief wordt gedrongen.

Sandro uit Tsjegem stamt uit 1973, werd telkens uitgebreid en telt in de uitgave van 1990 achthonderd reuzenpagina's. In 33 novellen wordt de twintigste eeuw in Abchazië neergezet. Wat Iskander beoogde was `de geschiedenis van een familie, de geschiedenis van het dorp Tsjegem, de geschiedenis van Abchazië en de rest van de wereld, zoals die er van de hoogten van Tsjegem uitziet.' En dat allemaal ingegeven doordat hij als kind de wondere wereld die hij als stadsjongen uit Soechoemi in de bergen ontdekte, wilde vastleggen.

Een van de 33 novellen, nummer 11, is Tali, het wonder van Tsjegem. Tali is een bijzonder kind. `Waar Tali ook verscheen, overal bracht ze die overvloed aan levenskracht mee die de natuur haar had geschonken.' Zij stoort zich niet aan conventies van welke aard ook, islamitisch of communistisch. Zij wint de `pathefoon' bij de wedstrijd `tabaksrijgen', volgt de stem van haar hart en gaat ervandoor met Bagrat, nota bene een minderwaardige halfbloed (half Laz, half Abchaziër).

Tali is een sprookjesachtig verhaal over eeuwenoude traditie en Sovjetvooruitgang. De clash tussen beide valt dit keer uit in het voordeel van de moderne tijd. Talin neemt de wijk met Bagrat en sticht een gezin in de stad. De onthutst achterblijvende gemeenschap ziet af van bloedwraak en andere ouderwetse narigheid.

Sandro uit Tsjegem verdient een integrale Nederlandse vertaling. Helaas laat de vertaling van Tali nogal te wensen over. Vanaf de eerste zin had ik het gevoel geen Nederlands maar een Russisch boek te lezen. Vermoedelijk is de vertaling er onder het kopje `exotisch taalgebruik' doorgeglipt. Iskander schrijft echter gewoon Russisch met slechts hier en daar een plaatselijk drankje of dansje. Als dit euvel verholpen kan worden, kan reikhalzend uit worden gezien naar meer wereldwijze verhalen uit de Kaukasus. Dat het Sovjettijdperk voorgoed lijkt afgelopen mag niet betekenen dat we verstoken blijven van de schaarse hoogtepunten van zijn literatuur.

Fazil Iskander: Tali, het wonder van Tsjegem.

De Geus, 160 blz. ƒ20,-

Iskander schrijft gewoon Russisch, met slechts hier en daar een plaatselijk drankje of dansje

Buitenlandse literatuur