De Grave geeft onzorgvuldige uitgaven toe

Minister De Grave (Defensie) heeft gisteren in de Tweede Kamer toegegeven dat zijn departement onzorgvuldig is omgesprongen met belastinggeld. De Kamer leverde eerder scherpe kritiek op hem wegens overbodige uitgaven in verband met de UNMEE-vredesmissie in Eritrea.

De Grave, die zelf sprak van een ,,schuldbekentenis'', ontkende overigens dat er enige tientallen miljoenen guldens verspild zijn. Volgens hem ging het om veel minder geld, maar exacte bedragen noemde hij niet.

Ook verschafte de minister nog geen helderheid omtrent drie offertes die waren uitgebracht toen de marine vorig jaar herfst voor 17,8 miljoen gulden extern materieel en mensen wierf. Verscheidene Kamerfracties zeiden de indruk te hebben dat bij de toekenning van de contracten vriendjespolitiek een rol had gespeeld. Op aandringen van het Kamerlid Van den Doel (VVD) zal De Grave de Kamer de desbetreffende documenten spoedig doen toekomen. Na afsluiting van de UNMEE-operatie volgende maand komt er naar verwachting een onderzoek door de Algemene Rekenkamer naar de financiële kant van de missie.

Kamerleden verweten De Grave ook dat de coördinatie van de krijgsmachtonderdelen door zijn chef-defensiestaf, vice-admiraal Kroon, tekort was geschoten. Daardoor had de marine zonder goede afstemming met de landmacht en de luchtmacht besloten extern allerlei materieel en mensen te werven. Uit een intern onderzoek bleek later dat een deel hiervan ook bij de landmacht beschikbaar was.

Het Kamerlid Timmermans (PvdA) sprak van ,,ernstige missers in de planning''. Volgens zijn collega Van Ardenne (CDA) was Kroon ,,meer een brievenbus voor de krijgsmachtonderdelen'' geweest dan een coördinator. Ook op dit punt erkende De Grave dat er dingen waren misgelopen en hij beloofde beterschap. Hij verweerde zich echter fel tegen verwijten van GroenLinks dat hij de Kamer niet tijdig had ingelicht over nieuwe kostenoverschrijdingen van de UNMEE-missie. Zodra hij hierover zekerheid had, had hij dat de Kamer verteld, zei hij.