De dansvloer in het achterhoofd

De muziek van Aziaten in Engeland was eerst alleen goed voor curryrestaurants. Sinds een aantal jaar lijken ze wel allemaal de succesvolle `Asian Underground' te maken.

Dankzij een actief koloniaal verleden kent Groot-Brittannië een flinke populatie van Aziatische komaf. In de popmuziek telde die groep nauwelijks mee, tot een jaar of zes geleden. In een club aan Hoxton Square, Oost-Londen, stelde een jonge muzikant met zwart piekhaar, kind van ouders uit de Indiase Punjab, zijn tablas (een Indiaas slagwerkinstrument) op naast de set draaitafels van de DJ.

Dat was het begin van een uiterst succesvolle reeks clubavonden onder de naam Anokha, waar traditionele Indiase klanken rustig hand in hand gingen met hippe, elektronische dansritmes uit onder andere drum 'n' bass. Talvin Singh, want dat was die jongen met het piekhaar, stelde een compilatie-cd samen, propvol geestverwanten: Anokha, Soundz Of The Asian Underground. Dat markeerde het begin van een culturele renaissance, die meteen de naam Asian Underground meekreeg.

Hedendaagse muzikanten van Aziatische afkomst zijn niet altijd blij met dat stempel, dat volgens hen trekken heeft van een hype en een marketingcomplot. Zij willen op eigen kracht en op grond van hun eigen muziek serieus genomen worden. Singh zelf, een uiterst drukbezet muzikant die al voor het startschot van de Anokha-avonden faam verwierf als begeleider van onder anderen Björk en Sun Ra, lijkt zich alvast te distantiëren van dat keurslijf. ,,Het bestaat nog'', zei hij in het Britse blad The Wire, ,,het heeft nog steeds een eigen vak in de platenwinkels. Nu gaat het erom dat vak te vullen. Ik heb de deur voor dat soort muziek geopend, maar er zijn zoveel andere dingen die ik wil doen.''

Nitin Sawhney en het duo Badmarsh & Shri hebben ieder hun eigen redenen om dat stempel ter discussie te stellen. Ze hebben een deel van hun verleden gemeen. Shri, geboren en opgegroeid in India en pas halverwege de jaren negentig naar Engeland verkast, speelde jarenlang bas in de begeleidingsband van Sawhney, die bovendien zijn solo-album Drum The Bass produceerde. Badmarsh & Shri brengen hun platen nog altijd uit op het label Outcaste, dat zijn identiteit ontleende aan de oprukkende Asian Underground. Voor Sawhney was dat nu juist een reden om het label de rug toe te keren.

,,Ik verliet Outcaste omdat ik het zat was om zo'n gemarginaliseerde positie in te nemen'', zegt Nitin Sawhney. ,,Het label had van oorsprong een zekere ideologie, waar ik wel achter kon staan: muzikanten met een Aziatische achtergrond een platform bieden. Maar het ging daar op het laatst meer over geld dan over wat voor ideologie dan ook. Als ik een album maak wil ik geen compromissen hoeven sluiten over hitsingles. Het enige dat ik wil is een plaat maken waar ik trots op ben.''

Bruiloften

Sawhney heeft er tabak van om gezien te worden als een vertegenwoordiger van die Asian Underground. Wat is het verschil, vraag hij zich af, met bhangra, de amusementsmuziek van Indiase komaf die het vooral goed doet op bruiloften? ,,Het voelt als een stereotype. Eerst werden Aziaten gezien als bhangra-muzikanten, als ze dan platenmaatschappijen benaderden kregen ze te horen dat die niet aan bhangra deden. Als ze nu bellen is de boodschap dat platenmaatschappijen geen Asian Underground-artiesten nodig hebben. Wat een ontwikkeling! Wat mij betreft is zo'n vorm van etiketteren gewoon puur racisme.''

Het is niet zo vreemd dat Nitin Sawhney gebrand is op het ontwijken van het etiket Asian Underground - of wat voor etiket dan ook. Zijn werk gaat over het ontsnappen aan stereotypen en conditionering. Dat geldt voor zijn platen, die veelbetekenende titels dragen als Beyond Skin, maar ook voor zijn schrijf- en acteerwerk voor de ook in Nederland uitgezonden comedyserie Goodness Gracious Me, die uitdrukkelijk handelde over de stereotypen waar de Aziatische gemeenschap in Engeland tegenop loopt.

Komiek en muzikant, het is geen erg gebruikelijk dubbeltalent. ,,Ik wil niet te ironisch overkomen, maar dat comedywerk doe ik voor de grap, letterlijk. Even weg van de muziek. Dat is mijn pad, al sinds mijn vijfde, maar het kan ongelooflijk intensief zijn.'' Muziek, zegt Sawhney, is een universele taal die grenzen slecht en deuren opent. Dat klinkt als een plat cliché, dat weet hij ook wel, maar het is wel zo en Sawhney trekt die lijn dan ook heel consequent door. ,,Het leven van alledag zit vol vooroordelen en conditionering. Muziek is voor mij een manier om mezelf daarvan te bevrijden.'' En niet alleen zichzelf. Op Beyond Skin, zijn vorige cd, gaf hij zich rekenschap van zijn positie als muzikant in een wereld die hem als Aziaat wilde zien.

,,Op die plaat probeerde ik vragen te beantwoorden die ik mezelf al vanaf jonge leeftijd stelde. Ik had natuurlijk veel te maken met racisme, dat hoort erbij als je als Aziaat opgroeit in Engeland. Ik vroeg me af: moet ik mezelf nu definiëren als Aziaat of als Brit? Pas gaandeweg kwam ik erachter dat dat niet uitmaakt, dat ik niet degene ben die uit balans is, maar de buitenwereld, die je tot zulke vragen dwingt. Toen ik jonger was, was ik geconditioneerd om defensief te zijn, omdat diezelfde buitenwereld me daartoe dwong. Omdat ik aangevallen werd. Op die plaat was ik pas letterlijk beyond skin, de huidskleur voorbij. Ik laat me door de buitenwereld niet meer vertellen wie of wat ik ben, de enige die mezelf kan definiëren ben ikzelf. Ik concentreer mezelf niet langer op nationale of culturele identiteit, maar op de balans tussen mezelf en allerlei aspecten van de wereld die me omringt.''

Sawhneys hoogst `wereldse', naar eigen zeggen zelfs `holistische' visie blijkt ook uit zijn nogal veelomvattende muziek, waarin hij niet aarzelt om bijvoorbeeld de verbanden tussen Indiase muziek en Spaanse flamenco bloot te leggen. ,,Ik heb altijd veel flamenco-gitaar gespeeld, vandaar. Ik vind het interessant om de verbanden en overeenkomsten van verschillende muziekstijlen te bestuderen, ook als dat inhoudt dat je je behoorlijk in de geschiedenis, de technische aspecten, de ritmes van die muziek moet verdiepen.''

Op Prophesy, zijn nieuwe cd, gaat hij een flinke stap verder. In een maand tijd reisde hij de wereld over, om overal opnamen te maken met lokale muzikanten: India, Zuid-Afrika, Spanje, Amerika, Australië, ,,en zelfs Frankrijk en Engeland'', grinnikt hij. ,,Het maken van die plaat was een reis, niet alleen naar de buitenwereld, maar ook naar binnen.''

Want daar ging het Sawhney ook om. Hij zat op het strand met een stel Aboriginals, leerde een kinderkoor in Soweto een lied, nam een 93-jarige Indiaanse op en ging op bezoek bij Nelson Mandela, aan wie hij de uitspraak `We are free to be free', te horen in het nummer Breathing Light, ontlokte. ,,Natuurlijk had ik ook een opname uit het BBC-archief kunnen gebruiken, dat was wel zo gemakkelijk geweest. Maar om daar daadwerkelijk tegenover hem te zitten en hem in de ogen te kijken terwijl hij die uitspraak deed, dat was een indrukwekkende ervaring. De resonantie daarvan moet te horen zijn op de plaat. Terwijl ik aan dat album werkte heb ik verbazingwekkende mensen ontmoet, die soms geheel spontaan hun bijdrage hebben geleverd. Van rapper Pinky Trucadero tot een taxichauffeur in Chicago, die een prachtige uitspraak deed: I'm a low tech man in a hi-tech world.''

Wenkbrauwen

Ook Badmarsh & Shri trekken hun wenkbrauwen op bij het horen van de term Asian Underground. ,,Ik heb bands gezien die tot die stroming gerekend werden'', zegt Shri (Shrikant Sriram, voluit), ,,uitsluitend en alleen omdat er mensen met een bruine huid in zaten. Het maakt soms niet uit hoe slecht de muziek is. Sommige van die gasten zijn nog nooit in Azië geweest en hebben geen idee hoe het leven daar is. Ik kan je vertellen: dat is een stuk moeilijker dan in het westen.''

Toch ziet hij ook iets goeds in de hele mediahype rond die Asian Underground. ,,Lange tijd werd het muzikale talent van Aziaten in Engeland niet herkend. Wat zij deden was goed voor curryrestaurants. Ze hadden last van racisme: ze werden misschien niet meer zo hard uitgescholden voor fucking Pakis, maar ze kwamen ook niet in Top Of The Pops. Opeens was er een platform voor Aziatische muzikanten die met hun eigen roots in de weer waren. En dat was de Asian Underground. Wat Talvin Singh heeft gedaan is deuren openen voor muzikanten met een Aziatische achtergrond. Maar dat geldt ook voor Asian Dub Foundation, voor ons, voor iedereen die hiermee bezig is.''

Waarmee dat fenomeen zoiets was als een emancipatiebeweging. Dat is mooi, maar een keurslijf moet het niet worden. Shri: ,,Ik zeg: luister naar onze cd omdat het een goede plaat is, niet omdat-ie toevallig gemaakt werd door twee Aziaten! Daarop willen we niet beoordeeld worden. Maar natuurlijk zitten er Indiase elementen in onze muziek, dat is net zo vanzelfsprekend als de hittegraad van ons eten of het accent waarmee ik spreek.''

Dat geldt voor Shri meer dan voor Badmarsh, die weliswaar ook in Bombay geboren werd maar opgroeide in Londen en praat met een dito, cockney-achtig accent. Shri spreekt Engels met de zangerige toon van een welopgevoede telg uit een oude Indiase familie. In tegenstelling tot Badmarsh heeft hij de Indiase nationaliteit, hetgeen nog wel eens tot visumproblemen kan leiden. ,,Als we op toernee gaan, kunnen de andere bandleden gewoon 's ochtends vroeg wakker worden en naar hun paspoort graaien. Ik moet drie dagen eerder beginnen om mijn papieren te regelen. Erg vermoeiend.''

Shri stamt uit een familie die actief is in de Zuid-Indiase klassieke muziek. Zelf ging hij al jong in de weer met de tablas, het berucht moeilijke slagwerkinstrument dat nauw verbonden is met de Noord-Indiase klassieke muziek. Ook de fluit, de gitaar en de bas maakte hij zich eigen. Halverwege jaren negentig trok hij naar Engeland, waar hij in aanraking kwam met het Outcaste-label en met Nitin Sawhney.

,,Van hem heb ik veel geleerd'', zegt Shri, ,,op het gebied van computers en programmeren bijvoorbeeld. Daar was ik in India ook al mee bezig, maar niet op de manier zoals ze dat in Engeland deden, niet met de dansvloer in het achterhoofd.'' Op initiatief van Outcaste werd hij gekoppeld aan Badmarsh: geen geschoold muzikant, maar een DJ met een grondige scholing in house, drum 'n' bass en reggae en een goed oor voor wat er op de dansvloer leeft.

Op hun eerste gezamenlijke cd Dancing Drums werkten ze nog strikt vanuit die heel verschillende achtergronden: Badmarsh de DJ en Shri de muzikant. Intussen zijn beide rollen naar elkaar toegegroeid. Op Signs, de nieuwe, is Badmarsh ook bezig geweest met het handmatig inspelen van de melodieën terwijl Shri zich meer bewust werd van de mogelijkheden van de computer.

Snotneus

Dat de hedendaagse techniek het mogelijk maakt om zonder noemenswaardige muzikale scholing toch muziek te maken, vindt Shri een zegen. ,,Sommige traditionele Indiase muzikanten zijn gefrustreerd omdat ze decennia op hun instrument gestudeerd hebben terwijl zo'n snotneus simpelweg de computer aanzet. Maar uiteindelijk is er weinig verschil. Het gaat om je doel en niet hoe je dat bereikt. Als je duizend jaar geleden naar Jeruzalem of Mekka trok, ging je te voet. Nu pak je het vliegtuig. Die spullen maken de reis een stuk gemakkelijker. Ik kan met de computer op het strand gaan zitten om aan een stuk muziek te werken. Ik hoef niet meer tientallen dure strijkers in te huren als ik iets met strijkers wil schrijven, die zitten gewoon onder de knop! Uiteindelijk komen we in de studio toch wel bij echte strijkers uit, want dat klinkt natuurlijk wel beter.''

Was op Dancing Drums de drum 'n' bass het verbindende, ritmische motief, nu die muziek haar vernieuwende kracht heeft verloren zijn Badmarsh & Shri ook eens verder gaan kijken. Ze mengen duidelijk herkenbare Indiase klanken met verschillende soorten muziek, al gaan ze zo ver niet als Sawhney. Maar de mogelijkheden zijn eindeloos, zegt Shri, kennissen van hem zijn zelfs bezig met een fusie van Indiase muziek met heavy metal.

Toch lijken vooral reggae en dub zich goed te lenen voor de combinatie met tablas, sitars en andere symptomen van een Indiase achtergrond. Volgens Shri heeft dat voor een deel te maken met het ervaringsfeit dat ,,Indiase mensen houden van een goede groove'', maar er blijkt vooral een sociale reden aan ten grondslag te liggen. Badmarsh: ,,De Indiase gemeenschap in Engeland woont vaak in dezelfde buurten, noem het ghetto's, als de zwarte immigranten. Logisch dat die muziek indruk maakt. Ik groeide op met reggae, dat betekent voor mij meer dan de liedjes en de filmmuziek uit de Bollywood-films waar mijn ouders zo gek op zijn.'' Shri: ,,Toch hoort dat ook bij onze achtergrond, daar kun je niet aan ontsnappen. Bij ons in Bombay hoor je die muziek uit elk open raam schetteren.''

Badmarsh heeft er al enkele DJ-sets in Bombay opzitten. Binnenkort gaat het duo opnieuw die kant op, met band en al, voor enkele optredens. Toch denkt Shri niet dat India een belangrijke markt is voor hun soort muziek. ,,Al zijn er altijd mensen die geïnteresseerd zijn in nieuwe dingen. Maar vergeet niet dat zo'n 70, 80 procent van India uit platteland bestaat.'' Badmarsh: ,,Dan kunnen die mensen onder het ploegen en oogsten toch mooi naar Badmarsh & Shri luisteren!''

Talvin Singh houdt er een iets andere agenda op na. Hij is altijd op gezette tijden teruggegaan naar het land zijner voorvaderen. Al op zijn vijfde werd hij door zijn ouders die kant op gestuurd om muziek te studeren. Nog steeds is hij er regelmatig, vooral 's winters: een flink deel van zijn laatste cd Ha nam hij er op. Daarnaast is er ter plekke nog een flinke Asian Underground te ontdekken, vertelde hij muziekblad The Wire: ,,De underground-scene is daar echt aan het opbloeien, zomaar ineens. Studenten hebben toegang tot internet en Napster en zo, ze kunnen allerlei soorten muziek horen en integreren in hun eigen erfgoed. Dat probeer ik te stimuleren, onder andere door platen van jonge artiesten daarvandaan uit te brengen op mijn eigen label. Het is opwindend, het is of Anokha zich daar opnieuw voor het eerst afspeelt.''

Badmarsh & Shri: Signs (Outcaste CASTE7CD) distr. PIAS.

Talvin Singh: Ha (Island CIDX 8103/548496-2) distr. Mercury

Nitin Sawhney: Prophesy (V2 VVR1015912-5033197159126) verschijnt 18 juni.

Badmarsh & Shri spelen 02/06 in De Melkweg, Amsterdam. Talvin Singh speelt 24/7 in De Melkweg, Amsterdam. Nitin Sawhney speelt 13/6 in Tivoli, Utrecht, 14/6 Paradiso, Amsterdam, 15/6 Nighttown, Rotterdam en 16/6 op het Oerol-festival, Terschelling.