De beloning

Max en Vera liepen over straat. Het was prachtig weer. De zon scheen. Het leek wel zomer. Sip de poedel huppelde met hen mee. Ze kwamen in een stille straat met grote bomen. Het was er koel. In de verte rammelde een trein langs de spoorwegovergang. Toen zag Max iets waar hij vreselijk van schrok en hij stootte Vera aan.

,,Wat is er?'' vroeg ze.

Max wees naar een affiche die slordig aan een boom hing. Er stond een grote foto op van Sip. Gezocht: Sipke. Mijn lieve poedel. Dat stond er in grote letters onder. Daarna kwam een lang verhaal over hoe Sip eruit zag, wanneer hij was verdwenen en wat je kreeg als je hem kon terugbrengen bij zijn baasje, de burgemeestersvrouw.

,,Honderd gulden'', mompelde Max toen hij het allemaal gelezen had.

Hij keek naar Sip die verderop aan een struik stond te snuffelen. Honderd gulden! Dat was een hoop geld.

,,We brengen Sip niet terug hoor'', beet Vera Max toe. Ze kon gedachten lezen. Dat was Max al vaker opgevallen.

,,Sip is niet van ons'', zei hij streng. ,,Dat weet jij ook wel! De burgemeestersvrouw mist hem heel erg. Dat is toch zielig?''

Vera wist het zo net nog niet. Zij vond de burgemeestervrouw helemaal niet aardig, om maar eens iets te noemen. En Sip de poedel vond haar ook niet aardig, anders was hij niet met hen meegegaan. Dan kon ze wel heel zielig doen, maar ze had nog zes honden, ook witte poedels.

,,We brengen hem terug'', besloot Max ineens. ,,Sip.'' Hij draaide zich om naar Sip die vrolijk opsprong. ,,Wil je terug naar het baasje?''

Sip keek meteen bedrukt.

,,Kom maar'', ging Max slim verder, ,,dan krijg je vast een heerlijk bot.''

Nu was Sip niet sip meer.

,,Een bot?'' vroeg Vera verbaasd, ,,een poedel met een bot? Hoe kom je daar nou bij Max? Vind je dat lekker Sip?''

Sip knikte.

,,Waarom heb je dat niet eerder gezegd dan, sukkel?'' Vera was boos.

Wat een stomme hond was die poedel toch.

Sip zei niks. Hij kon ook niks zeggen. Daar was hij een hond voor. Hij keek bedroefd naar zijn foto aan de boom. Langzaam begon hij toen toch blijer te kijken.

,,Hij wil naar huis'', concludeerde Vera.

Max knikte opgewonden. Hij dacht aan de honderd gulden die de eerlijke vinders zouden krijgen. Misschien konden ze daar een kangoeroe voor kopen, dat was nog eens een leuk beest.

Max en Vera holden de mooie straat met de bomen uit. Ze sloegen een hoek om, en nog eentje. Sip holde blaffend achter hen aan, tussen hen in en op laatst zelfs voor hen uit. Zijn tong hing uit zijn bek. Ze kwamen bij het grote huis van de burgemeester en klommen stilletjes de trap op naar de deur. Sip ging hijgend zitten. Max en Vera keken elkaar aan. Nu moesten ze doorzetten.

Max tilde Vera op zodat ze bij de bij kon. Deze keer holden ze niet weg, zoals bij het belletjetrekken. Ze hoorden voetstappen in de gang, en in de verte het gekef van de zes andere poedels die de burgemeestersvrouw had. De deur zwaaide open. Sip ging heel braaf kijken.

Het was de burgemeester die op de drempel stond. Zijn grote snor ging op en neer. Hij keek van Max naar Vera en terug.

,,Wie is daar?'' riep in het huis de burgemeestersvrouw, ,,is het Sipke?'' Ze had een stem die veel gehuild had, de laatste tijd, dat hoorde je zo. Max en Vera keken naar de grond. Ze schaamden zich een beetje.

Sip sprong op, dook tussen de benen van de burgemeester door en verdween in het donkere huis. ,,Sipke! Sipke! Je bent terug? Je bent terug!'' gilde de burgemeestersvrouw.

,,En jullie willen zeker de beloning?'' De burgemeester keek streng op Max en Vera neer. ,,Vergeet het maar jongelui. Wees maar blij dat ik de politie niet achter jullie aanstuur! Jullie hebben die arme hond ontvoerd en nu brengen jullie hem terug voor geld. Schande!'' Met een enorme klap sloeg hij de deur dicht.

,,Nou moe'', zei Max beduusd.

,,Gemenerik'', riep Vera en ze schopte tegen de deur.

Ze keken elkaar aan. Er zat niets anders op dan af te druipen.

Gelukkig scheen de zon. En even later waren ze alles vergeten.