`Benschop is een jonge hond'

Tweede-Kamerlid F. Weisglas (VVD) vindt het prima als de EU wordt uitgebreid naar het oosten. Maar dat mag Nederland geen miljarden guldens extra kosten, zegt hij.

De VVD is een krachtig pleitbezorger van uitbreiding van de Europese Unie naar Oost-Europa. Maar dat die uitbreiding de Nederlandse staatskas wellicht miljarden guldens per jaar extra zou moeten kosten, dat gaat Frans Weisglas, reeds negentien jaar woordvoerder voor de VVD in de Tweede Kamer op het terrein van buitenlandse zaken, veel te ver.

,,Ik heb er genoeg van dat de Europese samenwerking altijd zo'n geldverslindende exercitie moet zijn'', stelt Weisglas. De Nederlandse regering moet er zijns inziens voor zorgen dat als er financiële steun naar de nieuwe lidstaten gaat vloeien, dat ten koste gaat van de subsidies uit de Europese structuurfondsen die nu nog volop naar de EU-staten in Zuid-Europa vloeien. ,,Landen als Spanje en Portugal zullen er mee moeten leren leven dat ze minder geld krijgen dan tot nu toe.''

De Nederlandse liberalen hebben een zekere traditie wanneer gaat het om verzet tegen Nederlandse afdrachten aan de EU. Halverwege de jaren '90 was het het toenmalige VVD-Kamerlid Hoogervorst dat erop hamerde dat Nederland naar zijn smaak netto te veel betaalde aan Brussel. Vooral op aandringen van de VVD wisten minister Zalm (Financiën) en premier Kok op de top in Berlijn in 1999 gedaan te krijgen dat Nederland voortaan jaarlijks 1,5 miljard gulden minder hoefde te betalen.

Weisglas wenst die winst niet zomaar te laten schieten wanneer de nieuwkomers uit het oosten in Brussel aanschuiven. Sommige deskundigen schatten dat het voor Nederland om 3 tot 5 miljard gulden extra per jaar zou kunnen gaan. ,,De fondsen voor de nieuwe toetreders moeten worden opgebracht binnen de grenzen van de huidige begroting'', zegt Weisglas. ,,Als het echt 5 miljard gulden extra per jaar zou worden, dan zie ik ons niet voor uitbreiding stemmen. Maar dat is wel het zwartste scenario.''

Het is Weisglas niet ontgaan dat er de laatste maanden accentverschillen bestaan in de uitlatingen over Europa van minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken, VVD) en staatssecretaris Benschop (Europese Zaken, PvdA). Beiden ontkennen een wezenlijk verschil van inzicht, maar waar Benschop een zekere voorliefde lijkt te hebben ontwikkeld voor de discussie over weidse Europese perspectieven van institutionele hervorming, beperkt Van Aartsen zich eerder tot het Europees beleid binnen het huidige raamwerk.

Weisglas kan zich meer in de benadering van Van Aartsen vinden dan in die van de staatssecretaris. Hij noemt Benschop ,,een jonge hond, die af en toe eens uit de mand probeert te springen.'' Verontrustend acht hij de verschillen tussen beide bewindslieden echter niet.

In een suggestie van Benschop om de voorzitter van de Europese Commissie direct te laten kiezen door de Europese kiezer, ziet Weisglas bijvoorbeeld niets. ,,Hoe zou dat moeten? Moet iedereen in Europa dan op Prodi, Kok of Kinnock stemmen? Ik geloof dat de Europese identiteitbeleving van de Nederlandse burger daarvoor te gering is.''

Ook acht hij dit niet het moment voor een sterke rol van de Europese Commissie voor buitenlands en defensiebeleid, zoals Benschop vorige week opperde. ,,Dat zijn bij uitstek zaken voor nationale regeringen. Maar je moet de zaken op dat gebied wel onderling coördineren. Een buitenlands beleid van Nederland alleen in het Midden-Oosten of in China is niet effectief.''

Hoewel Weisglas van mening is dat een echte Europese regering de komende honderd jaar niet valt te verwachten, is ook hij er een voorstander van om zowel de Europese Commissie als het Europees Parlement te versterken. Dat zou kunnen gebeuren door over meer zaken met een gekwalificeerde meerderheid te stemmen en de Europese Commissie af te slanken. Zulke stapsgewijze hervormingen zijn volgens hem zinvoller dan discussies over de vraag of de Europese Unie een federatie moet worden of niet. Volgens Weisglas zitten ook de nieuwe toetreders uit het oosten allerminst op een Verenigde Staten van Europa te wachten. ,,Die willen toch hun herwonnen identiteit niet weer meteen inleveren en zichzelf in een vergelijkbare positie brengen als Beieren of Noordrijn-Westfalen in Duitsland?''

Het gaat Weisglas' partij de laatste jaren zeer voor de wind en voor het eerst na de oorlog lijkt het op dit moment niet onmogelijk dat de VVD bij de volgende verkiezingen als grootste partij uit de bus komt. In dat geval zouden de liberalen ook de Kamervoorzitter mogen leveren. Zou Weisglas, die sinds 1998 met zichtbaar plezier als eerste ondervoorzitter van de Kamer optreedt, daar voor voelen? Weisglas, glunderend bij dit vooruitzicht: ,,Als het zover zou komen, dan zeg ik zeker ja.''