Anekdotes over bijna niets

Jammer dat Joop den Uyl nooit is toegekomen aan het schrijven van zijn memoires, constateert André van der Louw. Inderdaad, daarvan hadden we veel kunnen opsteken. Nu praktisch denken en marktwerking zo belangrijk zijn geworden in het openbare leven, zou het zeer interessant zijn geweest nader kennis te nemen van de denkwereld van een politicus, die als geen andere premier in de recente geschiedenis stond voor ideologisch denken.

Den Uyl is er niet aan toegekomen, maar gelukkig is Van der Louw – niet de minste van de nevenspelers op het politieke toneel van de jaren zeventig – nog alleszins in staat zijn herinneringen te boek te stellen. Als een van de oprichters van de beweging Nieuw Links binnen de PvdA, en oud-voorzitter van deze partij heeft Van der Louw immers veel te vertellen, zo niet aan het nageslacht te verantwoorden.

En ook voor en na zijn optreden in het centrum van de politiek heeft Van der Louw veel interessants gedaan en beleefd: zo was hij in de jaren zestig redacteur van het legendarische weekblad Hitweek, burgemeester van Rotterdam, voorzitter van Rijnmond, de KNVB en de NOS. In dit boek staat een innemende foto van de auteur, onmiskenbaar een liefhebber van het goede leven, gezeten aan een zonovergoten terras in Zuid-Frankrijk, een glas rosé, bestekje en een mandje brood voor zich, wachtend op de dingen die komen gaan. Typisch iemand die zich de tijd gunt voor het schrijven van opzienbarende memoires.

Maar helaas, het heeft niet zo mogen zijn. Op de huid van de tijd is een proeve van `petite histoire', zo klein dat zij menigmaal tot onbeduidendheid verzinkt. Over Hitweek, om een voorbeeld te noemen, vernemen we wel dat het zo gezellig was ter redactie. Maar enige poging om de denkwijze van die redactie te beschrijven, en – in hedendaags jargon – de ideologie van dit tijdschrift te duiden, doet Van der Louw niet.

De herinneringen staan vol hemeltergende anekdotes, bijvoorbeeld over de kennelijk talrijke bezoeken van Van der Louw aan het communistische Oost-Europa. Zo gaat de Rotterdamse burgemeester in vrijetijdskleding op audiëntie bij de Roemeense leider Ceausescu, daar de koffer met zijn nette pak is zoekgeraakt. Voor het gesprek met een andere hotemetoot wil de rits van Van der Louw niet meer dicht, zodat deze door een tolk moet worden dichtgespeld. Zo gaat het maar door.

Couppoging

Nog erger wordt het, als Van der Louw in zijn herinneringen raakt aan de grote politiek. Zo behandelt Van der Louw – niet voor het eerst – zijn eigen gedrag ten tijde van de WAO-crisis in 1991, als Wim Kok, minister van Financiën, voor velen onverwacht, akkoord gaat met een verlaging van de WAO-uitkeringen. Van der Louw maakt deel uit van een groepje PvdA-prominenten, dat vanwege deze `woordbreuk' maar liefst de hele PvdA wil reorganiseren en een beginselprogramma voor de jaren negentig wil opstellen, dat vervolgens via een partijreferendum definitief tot handenbindertje moet worden uitgeroepen.

Kok heeft – niet geheel onbegrijpelijk – deze `couppoging' op het eerstvolgende congres van de PvdA naar buiten gebracht en onschadelijk gemaakt met het argument `zij of ik'. Merkwaardig genoeg is het juist Van der Louw die over deze gang van zaken in deze herinneringen hogelijk verontwaardigd is. Hij rept – een politicus van zijn statuur eigenlijk onwaardig – van `goedbedoelde voorstellen', die `tot een duister opzetje hebben geleid, naar ik aanneem om met het congres in zicht wat sympathie op te wekken voor Kok als geniepig belaagde martelaar'.

Maar wanneer een groepje partijprominenten het beleid van de politiek leider van de PvdA afkeurt en er aanleiding in ziet om de hele partij te gaan hervormen – waarom zou dat eigenlijk niet kunnen gelden als een couppoging? Hier zwijgen helaas de herinneringen van Van der Louw. De schrijver noemt man noch paard. Hetzelfde geldt, in nog sterkere mate, voor de passage waarin Van der Louw met zijn vrienden een vruchteloze poging doet Den Uyl af te zetten als politiek leider van de PvdA ten tijde van het onfortuinlijke kabinet Van Agt-Den Uyl. Joop wilde dat niet. Hé gek, constateert de putschist. Verder niks.

Ik moet bekennen dat mijn ergernis over het boek in niet geringe mate gevoed werd door een persbericht van de PvdA, waarin beleefd werd gesteld dat je in dit boek kon zien dat bij Van der Louw idealen en praktijk steeds `naadloos' in elkaar overgingen. Als dat juist is, dan was het met de PvdA in de jaren zeventig nog slechter gesteld dan ik destijds al vermoedde. Dan was onbenulligheid werkelijk troef.

André van der Louw: Op de huid van de tijd. Herinneringen.

De Arbeiderspers, 222 blz. ƒ34,90

Politici