AMOUR FOu van moeder en dochter

De kans is groot dat Isabelle Huppert zondag in Cannes de prijs voor de beste actrice gaat winnen voor haar rol in

`La pianiste'. Geen vleiend personage. ,,Als een karakter interessant is, dan vind ik dat vleiend genoeg!''

`Het enige dat me echt laat lijden is domheid', antwoordt Isabelle Huppert in Cannes tijdens de persconferentie korzelig op de bezorgde vraag hoe pijnlijk het was om de rol te spelen van een lijdende vrouw. La pianiste, de in Wenen opgenomen, maar Frans gesproken verfilming van Elfriede Jelineks roman werd geregisseerd door de controversiële Oostenrijkse regisseur Michael Haneke.

Huppert (1955), die zich later op de dag in een groepsinterview minder afwerend gedraagt, was allang een groot bewonderaar van het werk van Haneke. Zijn thema's – geweld, seks en de onderdrukking van authentieke emoties in de burgerlijke Oostenrijkse samenleving – zijn dezelfde als die van Jelinek. De schrijfster heeft lang geaarzeld eer ze toestemming gaf voor een verfilming, omdat ze vond dat een film geen recht kon doen aan het belang van de taal in haar werk: ,,Mijn beelden worden gecreëerd en overgebracht door taal. Ik kon me niet voorstellen dat filmbeelden daar iets wezenlijks aan toe konden voegen. Maar ik heb altijd geweten dat ik alleen zou willen samenwerken met een regisseur als Haneke, die zijn eigen canon van beelden tegenover mijn tekst kan plaatsen.''

Haneke (Benny's Video, Funny Games) speelt geen intellectuele meta-spelletjes meer met de toeschouwer over het effect van zijn beelden. Die toeschouwer mag nu vergeten dat hij naar een filmische representatie zit te kijken, en zich gewoon laten meeslepen door een sterk geschreven, geregisseerd en gespeeld verhaal. Volgens Huppert is het de eerste film van Haneke die een echt breed publiek zal aanspreken.

Haneke meent dat Jelineks roman in zekere zin net zo'n parodie is op de klassieke psychologische roman als zijn film Funny Games (1997) een parodie was op een klassieke filmthriller. Hij vond het interessant genoeg om eens te proberen zo'n roman precies naar film te vertalen.

Annie Girardot

De hoofdpersoon van boek en film heet Erika Kohut en is pianodocente aan een conservatorium. Ze is voor in de veertig en woont nog steeds bij haar tirannieke moeder (Annie Girardot), die ooit had gehoopt dat haar dochter een groot concertpianiste zou worden. Vrienden, laat staan liefdesrelaties heeft Erika nooit gehad, omdat haar leven geheel verknoopt is met dat van haar moeder.

Ze slapen zelfs naast elkaar in bed. In een pijnlijke badkamerscène snijdt Erika met een scheermesje in haar bovenbeen, om bij haar moeder de suggestie te wekken dat ze menstrueert, wat in werkelijkheid kennelijk nooit het geval is. Soms bezoekt ze heimelijk een pornowinkel, om in een cabine haar fantasie te laten prikkelen. Als ze wordt verleid door een muzikaal begaafde leerling, wordt de afhankelijkheid van haar moeder op de proef gesteld. Erika schrijft de jongen uitgebreide instructies, hoe hij haar moet vastbinden, slaan en seksueel vernederen op gehoorsafstand van haar moeder. Hij weigert, en biedt Erika zijn liefde aan, die ze uit onmacht afwijst.

Volgens Huppert is het geen toeval dat dit verhaal gesitueerd is in de stad van Sigmund Freud: ,,La pianiste gaat over controle en verlies van controle, en over een vrouw die liever voyeur is dan dat ze bekeken wordt, de rol die vrouwen in pornografie altijd ten deel valt. Ze ensceneert zelf de voorwaarden van haar masochistische vernedering om de controle over haar gevoelens niet te verliezen. De oorzaak van haar gevangenschap is de grote liefde voor haar moeder, die haar bescherming biedt tegen de buitenwereld. Hoe ze ook lijdt onder de heerschappij van haar moeder, en daardoor gehandicapt is in het aanknopen van andere affectieve relaties, die liefde voor de moeder is oprecht en diep. Daarom is het moment dat ze zich wanhopig op haar moeder werpt, en haar kust en haar liefde betuigt, volstrekt logisch.''

Volgens Haneke en Jelinek is Erika niet ziek, maar lijdt zij aan een door de maatschappelijke verhoudingen veroorzaakte neurose. Het verhaal zou zich overal kunnen afspelen, al is volgens Haneke het dwepen door vrouwen met de `hoge cultuur' van de klassieke muziek specifiek Oostenrijks. In de woorden van Jelinek, die in Cannes afwezig is, maar schriftelijk commentaar leverde op de verfilming van haar roman: ,,Voor de idolisering van de hoge muziekcultuur, waar het land van leeft, wordt een prijs betaald. Denk maar eens aan hoe de grote componisten tijdens hun leven behandeld werden, evenals eigentijdse kunstenaars. Het betreft een Hegeliaanse meester-knecht-relatie. De hoge cultuur is de meester, de pianoleraressen zijn de dienstmaagden.''

Schubert

Behalve Bach en Schönberg wordt er vooral Schubert gespeeld in La pianiste, en verwezen naar de waanzin van Schumann. De acteurs oefenden maandenlang op het spelen van hun stukken, althans op het geloofwaardig in beeld brengen van hun eigen vingers op het toetsenbord. Haneke gebruikte nooit veel muziek in zijn eerdere films, omdat hij het een te gemakkelijk effect vond om emoties mee op te roepen. In La pianiste speelt de muziek een hoofdrol, en valt het emotionele effect van die muziek samen met de invloed die het op dat moment op de personages uitoefent.

Overigens werd een deel van de muziekkeuze voorgeschreven door de roman, die Haneke tamelijk getrouw heeft bewerkt. Hij greep alleen in waar film aan andere regels moet voldoen. Zo werd een nevenintrige ingelast van een leerlinge van Erika met een ambitieuze moeder, om de moeder-dochter-relatie aan te spiegelen. Als de andere moeder zegt: ,,Wij hebben zo veel opgeofferd voor de muziek'', reageert de docente furieus: ,,U bedoelt: uw dochter heeft veel offers gebracht.''

Die andere moeder wordt gespeeld door Susanne Lothar, de geterroriseerde hoofdpersoon uit Haneke's Funny Games, voor welke rol Haneke Isabelle Huppert destijds ook had gevraagd. Huppert zegt daar nu over dat ze het nog niet aandurfde, en liever wachtte totdat Haneke bereid was een ander soort, een meer toegankelijke, film te maken.

Claude Chabrol, onder wiens regie de actrice in 1978 in Cannes bekroond werd voor de rol van Violette Nozière die haar beide ouders vergiftigt, zei eens over Isabelle Huppert dat ze haar films en regisseurs uitkiest om bewust een oeuvre te creëren. Natuurlijk is de actrice zelf de eerste om zo'n uitspraak te relativeren: ,,Er speelt heel veel toeval mee. Maar ik weiger uiteraard mee te doen aan films waarvan het scenario of de regisseur me niet aanspreekt. Het is waar dat veel van mijn personages gevangenen zijn van hun eigen onvermogen. La pianiste presenteert een klassieke driehoek tussen een vrouw, haar moeder en haar geliefde, waarin veel vrouwen zichzelf zullen herkennen. Ze wil domineren, niet gedomineerd worden door een man. Maar ze is ook een kind gebleven, dat herboren moet worden als volwassene, en daar niet toe in staat is, omdat haar moeder te veel ruimte in haar leven inneemt.''

Je zou eraan kunnen toevoegen dat Huppert vaak vrouwen speelt die in opstand komen tegen de passieve rol die hun wordt toegekend, en met wie het, omdat ze net niet genoeg kracht hebben, slecht afloopt. Dat is de rode draad die haar rollen verbindt in zulke uiteenlopende films als La dentellière (Claude Goretta, 1977), Madame Bovary (Chabrol, 1991) of La cérémonie (een vrije bewerking van Genets Les bonnes, Chabrol, 1995). Op de vraag of ze er moeite mee heeft dat veel van haar personages niet erg `vleiend' zijn voor haarzelf, reageert ze woedend: ,,Wat is dat, een vleiend personage? Als een karakter interessant is, dan vind ik dat vleiend genoeg!''

Mond

Het is moeilijk zich een andere actrice dan Isabelle Huppert voor te stellen in de rol van de implosieve, met alle geweld tegen haar emoties vechtende Erika Kohut – ,,Ik heb geen gevoel!'', roept ze op zeker moment uit. Magistraal zijn niet alleen de heftige lichamelijke scènes – zoals een verkrachting, een zelfverminking en een gruwelijke daad van jaloezie – waar veel over gesproken zal worden, maar ook de subtiele momenten, waarin Hupperts personage alleen door even met haar mond te trekken verraadt de controle over zichzelf te verliezen.

Huppert kent Jelinek al sinds 1991, toen ze de hoofdrol speelde in Werner Schroeters film Malina, op basis van een scenariobewerking door Jelinek van Ingeborg Bachmanns gelijknamige roman, maar Huppert gelooft niet dat de schrijfster iets te zeggen had over de casting van La pianiste.

Waarom heeft Huppert, die zelf studeerde aan het Conservatoire de Paris en zich in Clichy bekwaamde in de Russische taal- en letterkunde, er eigenlijk voor gekozen actrice te worden? Het antwoord is verrassend, maar niet onlogisch: ,,Omdat het me altijd gemakkelijk is afgegaan, en ik eigenlijk heel lui ben. Desondanks werk ik wel serieus: als ik een stuk van Schubert moet spelen, dan studeer ik net zo lang totdat ik het onder de knie heb. Met Haneke werken is prettig, want hij behandelt acteurs niet als vee. Er was een parallel tussen de manier waarop mijn personage in La pianiste probeert haar affectie onder controle te krijgen, en het werk van een regisseur. Het leidde tot zinnige discussies, al blijft de kern van de film voor mij een amour fou tussen een moeder en een dochter. Die liefde is zo groot, dat het gevoel niet valt te transformeren naar de liefde voor een gelijkwaardige partner.''

`La pianiste' wordt volgend jaar in de Nederlandse bioscoop verwacht. Zondag worden de prijzen van het 54ste festival van Cannes bekendgemaakt.

    • Hans Beerekamp