Westwaarts

NEDERLAND BLIJFT zijn strijd tegen het water voortzetten. Nu eens niet om droge voeten te houden, maar om de belangen van de haveneconomie in het Rijnmondgebied veilig te stellen. Als alle inspraakrondes de komende jaren zonder hobbels worden genomen, en ook het parlement akkoord gaat, kunnen zo rond 2007 de eerste haventerreinen beschikbaar komen op de Tweede Maasvlakte – nu nog zee ten zuidwesten van Europoort.

Het kabinet is het eind vorige week eens geworden over de aanleg van dit nieuwe stuk industriegrond van maximaal duizend hectare netto. De ministers stelden met deze Planologische Kernbeslissing de plannen vast voor uitbreiding van de Rotterdamse haven. Dat was een aardig staaltje dynamiek en geslaagd `polderoverleg' ineen, overigens na langdurige impasses en veel ingewikkelde adviezen en rapporten over het nut van de Tweede Maasvlakte. De kabinetsplannen bestaan verder uit de aanleg van in totaal 750 hectare natuur- en recreatiegebied in Rotterdam en uit een aantal ruimtelijke verbeteringen in bestaande haventerreinen. Als het water land wordt, zal bovendien een stuk zee ter grootte van de nieuwe Maasvlakte natuurgebied moeten worden; een `zeereservaat' ter compensatie van de landaanwinning. De vissen zullen dat waarderen.

Grote projecten – en de voorgenomen aanleg van Tweede Maasvlakte is dat – moeten het hebben van de vreugde om een klus van omvang aan te pakken, heilige overtuiging van de noodzaak ervan en brede maatschappelijke steun. En geld uiteraard. De noodzaak tot aanleg is zeker aanwezig. De haven moet kunnen doorgroeien. Technisch zijn er geen belemmeringen en met de steun van allerlei organisaties en groeperingen zit het intussen ook wel goed. Van Kamer van Koophandel tot milieuclub: iedereen is min of meer akkoord met de plannen.

Het probleem is het geld. Over de financiering van dit miljardenproject is nog veel onduidelijk. De aanleg van de Tweede Maasvlakte zal naar schatting zeven miljard gulden kosten, en waarschijnlijk meer. Wie dat gaat betalen weet nog niemand. De overheid, het bedrijfsleven of samen? Als complicerende factor komt daar nog een politiek gevoelige beslissing bij over de positie van het Gemeentelijk Havenbedrijf. Moet dit verzelfstandigd worden, moet er een overheids-NV van worden gemaakt of moet het blijven wat het is: een grote en veelverdienende gemeentelijke dienst die uiteindelijk mede door de gemeenteraad en B en W van Rotterdam wordt aangestuurd.

HET IS EEN ILLUSIE te veronderstellen dat het bedrijfsleven op grote schaal geld zal stoppen in de aanleg en infrastructuur van grote projecten als de Maasvlakte. Problemen met de financiering van de Betuwelijn hebben dat wel aangetoond. Iedereen had de mond vol van wat zo omfloerst `publiek-private samenwerking' heet. Daar is niets van terechtgekomen. Nog steeds kent deze vorm van `samenwerking' maar heel weinig recente successen. Om precies te zijn: één. Toevallig dezer dagen is tussen overheid en particulier bedrijfsleven een groot contract afgesloten dat voorziet in het ontwerp, de bouw en de financiering van een deel van de hogesnelheidslijn naar het zuiden. Maar dit is een witte raaf. Ondernemingen investeren liever in zichzelf. Het maken van onduidelijke en daarmee riskante afspraken met de overheid over medefinanciering van grote projecten zien ze doorgaans niet als een kerntaak. Het geld voor aanleg van de Tweede Maasvlakte zal dus van het rijk of de gemeente moeten komen of van beide. Kortom, een publiek-publieke samenwerking. Daarna is het woord aan de bedrijven, die meestal gaarne bereid zijn om ter plekke aanvullende investeringen te doen.

Tot slot de positie van het Gemeentelijk Havenbedrijf in dit alles. Al jaren wordt een verbeten achterhoedegevecht gevoerd over de bestuursvorm hiervan. Nu de aanleg van de Tweede Maasvlakte wel zal doorgaan, is het verstandig om over deze principiële kwestie snel een besluit te nemen. Oude sentimenten en bestaande machtspolitiek moeten terzijde worden geschoven. Het havenbedrijf is uitgegroeid tot een multinational die zich alleen al omwille van slagvaardigheid in de internationale concurrentie beter op flinke afstand van de gemeente laat besturen. Hoewel men nog niet toe is aan een volledige verzelfstandiging is dit proces van loslaten onvermijdelijk. Bij grote projecten horen grootse gebaren.