Warmte schadelijk voor vogel

Bonte vliegenvangers slagen er niet in zich goed aan te passen aan het warmer wordende klimaat in Nederland en gaan in aantal achteruit. De vogels missen een cruciale `insectenpiek', doordat het voorjaar eerder begint als gevolg van de temperatuurstijging. Vliegenvangers die pas laat gaan broeden, krijgen zo minder nakomelingen. Dat schrijven twee Nederlandse ecologen vandaag in het Britse tijdschrift Nature.

Marcel Visser van het Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek in Heteren en Christiaan Both van de Rijksuniversiteit Groningen presenteren in het artikel de resultaten van een twintig jaar lange studie naar de bonte vliegenvangers in het Nationaal Park De Hoge Veluwe. De vogels broeden er in nestkasten en zijn allemaal individueel bekend bij de onderzoekers. Sinds 1980, het begin van de studie, is de gemiddelde temperatuur in Nederland in de periode van 16 april tot en met 15 mei met drie graden gestegen. Daardoor komt de natuur sneller op gang. De bomen lopen eerder uit en in reactie daarop zijn ook de insecten vroeger. Vliegenvangers kunnen alleen jongen grootbrengen wanneer er veel insecten zijn.

Visser: ,,Het probleem is dat deze trekvogels op een vaste tijd uit Afrika naar ons land komen om te broeden. De vogels hebben zich aangepast, ze broeden nu gemiddeld tien dagen eerder dan in 1980, maar dat is niet genoeg. Waar ze vroeger ruim twee weken de tijd hadden om aan te sterken, moeten ze nu na krap een week al gaan broeden om genoeg vliegen te kunnen vangen. De vogels bepalen het moment van vertrek uit Afrika waarschijnlijk aan de hand van de daglengte of via hun eigen lichaamsritme. Met het verschoven seizoen in hun broedgebied houden ze dan geen rekening: in de tropen is daar ook niets van te merken.''

Het vroeg intredende voorjaar brengt ook met zich mee dat niet-trekkende vogelsoorten, zoals koolmezen en pimpelmezen, steeds vaker de beste nestplekken al hebben bezet als de vliegenvanger arriveert. Tussen de vogels ontstaan soms hevige gevechten om nestkastjes waardoor er ieder jaar tientallen slachtoffers vallen.

,,We vermoeden dat bonte vliegenvangers niet de enige vogels zijn die dit overkomt'', zegt Visser. ,,Ook andere lange-afstandvliegers zoals boerenzwaluwen gaan de laatste tijd opvallend in aantal achteruit. Het is echter heel moeilijk te achterhalen of dat dezelfde oorzaak heeft, omdat we vrijwel geen enkele trekvogelsoort zo in detail kennen als de bonte vliegenvanger.''