Sportverenigingen als kinderopvang

Sportclubs bieden volgens de overheid uitkomst in de strijd tegen de wachtlijsten in de kinderopvang. Amateurvoetbalclub SC Buitenveldert nam twee maanden geleden een voorschot op de rekening.

Een open invitatie aan alle sportverenigingen in Nederland. Met het verzoek om hun ideeën over de opzet en realisatie van kinderopvang op hun complex zo snel mogelijk op papier te zetten. Zo klonk gisteren op het hoofdkantoor van NOC*NSF op sportcentrum Papendal de uitdagende oproep van staatssecretaris Margot Vliegenthart (Sport) aan het adres van de afgevaardigden van verschillende sportclubs.

De bewindsvrouw ontvouwde het zogeheten `Plan van Aanpak Kinderopvang in de Sport', bedoeld om een einde te maken aan de ellenlange wachtlijsten in de kinderopvang. Sportclubs bieden volgens het kabinet een passende uitkomst in de strijd tegen het schrijnende tekort – op korte termijn 70.000 plaatsen – in de kinderopvang. Niet alleen hebben sportclubs ruimte en accommodatie(s) tot hun beschikking, daarnaast hoopt Vliegenthart de jeugd zodoende weer aan het bewegen te krijgen en de leegloop bij de teamsporten een halt toe te roepen.

In haar oproep daagde de staatssecretaris de sportclubs uit om met voorstellen te komen. Het accent moet daarbij liggen op schoolgaande kinderen omdat het aantal nieuwe opvangplaatsen in de naschoolse opvang achterloopt bij het aantal plaatsen op dagverblijven voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Een landelijke werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van het Netwerkbureau Uitbreiding Kinderopvang, de commissie dagarrangementen en het Nederlands Instituuut voor Sport en Bewegen, beoordeelt binnen twee maanden welke vijftien inzendingen gehonoreerd zullen worden.

Eén miljoen gulden heeft Vliegenthart uitgetrokken ter ondersteuning van de pilot-projecten, die tussen de 1.000 en 1.500 opvangplaatsen in de BSO moeten opleveren en verspreid zullen worden over zes sporten (voetbal, hockey, golf, tennis, gymnastiek en watersport). Daarbij wordt verder rekening gehouden met de regionale spreiding, aldus commissievoorzitter Johan Wakkie, de directeur van de Nederlandse hockeybond.

SC Buitenveldert heeft al ervaring met buitenschoolse opvang. Sinds 1 maart biedt AFC, de op één na grootste voetbalvereniging van Amsterdam (900 leden, van wie 500 jeugdleden) dagelijks, tijdens de naschoolse opvang, onderdak aan dertig kinderen, in de leeftijd van vier tot twaalf jaar: de zogeheten buitenschoolse kinderopvang (BSO). Dat aantal kan en moet volgens voorzitter Henk Voskuilen de komende maanden oplopen naar tachtig. ,,Op lange termijn streven we naar een stuatie waarbij we vier dagen dagen in de week zo'n tweehonderd kinderen kunnen opvangen.''

Het project bij Buitenveldert staat onder leiding van jeugdtrainers van de club en een door de gemeente gesubsidieerde fulltime kracht, die vijf dagen per week van drie tot zes optreedt als een veredelde oppas. Met ingang van het nieuwe schooljaar krijgen de kinderen les van studenten van de nabijgelegen Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO). Voetbal staat centraal, maar ook andere takken van sport komen aan bod.

,,We wilden meer doen voor de Amsterdamse regio en bovendien tegemoet komen aan de wensen van onze leden'', zo verklaart Voskuilen het initiatief waarmee SC Buitenveldert de primeur in Nederland heeft. Andere clubs, zoals omni-vereniging Kampong uit Utrecht (cricket, jeu de boules, tennis, hockey, squash en voetbal), zijn al geruime tijd bezig met de voorbereiding van een kinderopvang-project, maar die gaan pas later dit jaar van start.

Het plan van Buitenveldert werd deels uit nood geboren, toen de club vorig jaar op last van de gemeente moest uitwijken naar een ander onderkomen, aan de De Boelelaan. Die locatie, gelegen op de Zuid-As van Amsterdam, zou wel eens van tijdelijke aard kunnen zijn, omdat het gebied in het bestemmingsplan is aangemerkt als een toekomstige vestigingsplaats van bedrijven, weet Voskuilen. ,,Mede daarom zijn onze plannen voor kinderopvang in een stroomversnelling gekomen. In de hoop dat we zodoende onze positie ten opzichte van de gemeente zouden versterken.''

Kinderopvang bij sportverenigingen is in de ogen van Voskuilen ,,een niet meer dan logische ontwikkeling, gelet op de sociale functie van de sportclub''. Het past bovendien in het toekomstige profiel van de sportclub, zoals die door NOC*NSF wordt gepropageerd: een (semi-)commercieel, multifunctioneel bedrijf onder leiding van een verenigingsmanager, waar ouders en kinderen zeven dagen per week terecht kunnen, voorzien van kinderopvang en huiswerkbegeleiding voor de schoolgaande jeugd.

Dat model streeft Buitenveldert ook na. Voskuilen: ,,Met voor ons als bijkomende voordelen dat we ons ledenbestand vrij eenvoudig op peil kunnen houden en wat zouden kunnen gaan doen met eventuele talenten die zich aandienen. Verder versterkt dit project het imago van de club.''

Vraag is hoe zwaar de kosten drukken op de begroting. Voskuilen: ,,Uiteindelijk mag het niet ten koste van de club. We streven op termijn naar twee fulltime begeleiders. In onze begroting hebben we rekening gehouden met 150.000 gulden aan subsidiegelden. De rest moet en zal worden gedekt door de ouderbijdrage (12,50 per dagdeel, red.) en sponsorinkomsten.''