Schooien

Wie naar het Multatuli Museum in de Korsjespoortsteeg in Amsterdam gaat, gaat in zekere zin ook naar de hoeren, want die werken er vlak tegenover. Hoe zou de grote schrijver dat vinden als hij vanuit het verblijf der gelukzaligen op ons kon neerkijken? Hij zou er sardonisch om glimlachen, vermoed ik, maar hij zou het in een chagrijnige bui ook als een miskenning van zijn genie kunnen beschouwen.

Als auteur is hij nog lang niet dood, Multatuli. Er verschijnen dit jaar nieuwe vertalingen van de Max Havelaar in Japan en India en er komt een nieuwe biografie (van Dik van der Meulen). Uitgeverij Bas Lubberhuizen publiceerde onder de titel `Men moet van myn gestreken lans, een vlaggestok maken' tot dusver onbekende brieven van Multatuli en zijn vrouw Tine aan de redersfamilie Smit in Kinderdijk. Die brieven dienden vooral één doel: het vragen om geld.

Het blijft pijnlijk om te lezen hoe Tine zich, op aandringen van haar man, voor de familie Smit in het stof moet wentelen. ,,Zoogaarne wenschte ik persoonlyk kennis te maken met U en Uwe famille. Dekker heeft my al dikwyls aangespoord u daartoe verlof te vragen. Mag ik zoo vry zyn belet te vragen voor my en myn dochtertje Nonni de dag aan U overlatende die U t' best convenieert.''

Wat moet er door Tine zijn heengegaan toen haar weldoeners haar uitzwaaiden op haar mede door hen betaalde reis naar Italië? ,,Toen wy voorby den kinderdyk stoomden waren wij regt aangenaam verrast U lieve Mevr. en Mevr. Smit te zien hoe gaarne hadden wy U allen hartelyk de hand gedrukt en u nogmaals dank gezegd voor uwe hulp die ik hoop goede vruchten zal opbrengen.''

Multatuli zelf ging wat rechter op zijn doel af. ,,Zeergeachte Heer Smit!'' schrijft hij op 9 januari 1868, ,,Ik heb geld noodig, en wel met de meesten spoed ƒ200 à ƒ300. (...) Indien gy eenige sympathie voor my hebt, en voor de zaken die ik voorsta, ben ik zoo vry U te verzoeken my met omgaande te helpen.''

Dat eeuwige geschooi is ook een terugkerend motief in een kleine tentoonstelling in het Multatuli Museum over Multatuli en zijn tegenstanders. Zijn financiële afhankelijkheid, ook van vrienden, werd een bron van conflicten. Er waren dan ook veel gewezen vrienden onder zijn felste tegenstanders.

Hoe furieus konden zijn vijanden zich over hem uitlaten. Is er ooit een Nederlandse schrijver geweest die zoveel antipathie wist op te wekken? Ook zijn latere bewonderaar W.F. Hermans blijft daar ver bij achter. Een van de welsprekendste tegenstanders was de feministe en zangeres Mina Krüseman (ook een ex-vriendin) die schreef: ,,Lees toch eens `Les lettres d'Abeilard en d'Héloise, die Abeilard is precies Mul! (...) Die innige zielloosheid en die geslepen frazenwijsheid, dat egoïstisch klagen en dat gevoelloos overheerschen, die veeleischende koudheid, die bestudeerde hoogheid, die gemaakte nederigheid...''