Pakistan is dicht, maar Afghanen blijven komen

Honger en oorlog drijven de Afghanen massaal hun land uit. Pakistan probeert de vluchtelingenstroom in te dammen en Afghanen te repatriëren. ,,We kunnen de last niet langer dragen.''

Waqar Maroof is een vriendelijke man, maar zijn standpunt is hard en duidelijk. Sinds de Sovjet-inval in Afghanistan in december 1979 is Pakistan genereus geweest met de opvang van Afghaanse vluchtelingen, maar nu is het de hoogste tijd voor repatriëring, zegt hij. Natuurlijk kampt Afghanistan met aanhoudende droogte, maar dat geldt ook voor Pakistan. ,,We kunnen onmogelijk zo doorgaan. We worden zelf met grote economische problemen geconfronteerd en de Pakistani zijn de ongebreidelde instroom van vluchtelingen uit Afghanistan beu. Ze bezorgen overlast en ze nemen banen in die wij zelf hard nodig hebben.''

Maroof is plaatsvervangend Commissaris voor Afghaanse Vluchtelingen in Peshawar, de hoofdstad van de Pakistaanse North-West Frontier Province. Officieel huisvest Pakistan 1,7 miljoen Afghaanse vluchtelingen, maar in werkelijkheid zijn het er waarschijnlijk meer dan twee miljoen. Een tijdlang was de situatie tamelijk stabiel; vorig jaar hielp de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR nog bij de terugkeer van ruim 70.000 vluchtelingen uit Pakistan. Maar door de aanhoudende droogte en vooral sinds afgelopen september de vijandelijkheden in het noorden van Afghanistan oplaaiden, is een nieuwe exodus op gang gekomen. Naar schatting zijn de afgelopen zes maanden ruim 170.000 nieuwkomers naar Pakistan gekomen.

Het besluit van de regering van de noordwestelijke grensprovincie om de grens te sluiten, heeft die toestroom niet tot staan gebracht. Via sluipwegen blijven de Afghanen de grens overkomen, al dan niet met medewerking van grenswachten die in ruil voor wat geld de andere kant opkijken.

De autoriteiten in Peshawar zijn in januari gestopt met de registratie van nieuwe vluchtelingen in het kamp Jalozai, dertig kilometer ten zuiden van Peshawar. Ruim 60.000 vluchtelingen die vóór januari waren gearriveerd, werden overgeplaatst naar het al langer bestaande kamp Shamshatoo. Maar inmiddels is Jalozai toch weer volgestroomd. Niemand weet hoeveel echte vluchtelingen er nu verblijven: mogelijk 50.000 tot 60.000. Maar medewerkers van Artsen Zonder Grenzen gaan uit van een lager aantal: 35.000 tot 40.000. ,,Sommige families verdelen zich over verschillende kampen, in de hoop zoveel mogelijk hulp te krijgen'', zegt een hulpverlener. ,,Als je ziet in welke omstandigheden ze verkeren, kun je hun dat niet eens kwalijk nemen.''

Na het stopzetten van de registratie zagen de Verenigde Naties zich genoopt geen directe hulp meer te verstrekken aan de huidige bewoners van Jalozai. Die zijn nu aangewezen op de inspanningen van organisaties als Artsen Zonder Grenzen en de goedgeefsheid van particuliere weldoeners. ,,We kunnen niet zomaar in het luchtledige gaan werken'', verdedigt woordvoerder Khaled Manzour de opstelling van de VN-voedselorganisatie WFP. ,,We moeten kunnen vaststellen of het voedsel terecht komt bij de mensen die dat het meest nodig hebben. Daarvoor hebben we de medewerking van de Pakistaanse regering nodig. Als we zomaar gaan uitdelen, stroomt het kamp binnen de kortste keren vol en gaan de sterksten aan de haal met de hulp. Dat zie je nu al gebeuren.''

Het recente bezoek van de Hoge Commissaris voor Vluchtelingen, Ruud Lubbers, heeft de Pakistani niet op andere gedachten gebracht. Dagelijks worden `illegale' Afghanen opgepakt en de grens overgezet, net zoals overigens in Iran gebeurt. De meesten zijn zo weer terug. ,,Wij weten ook wel dat je niet op korte termijn repatriëring op grote schaal kunt afdwingen'' zegt topambtenaar Maroof. ,,Dat kan misschien pas over een of twee jaar. Maar we willen de komst van nieuwe, economische vluchtelingen ontmoedigen en degenen die hier illegaal zijn, aanmoedigen terug te gaan.''

Volgens Maroof heeft de hardere aanpak niets te maken met de etnische identiteit van de nieuwe vluchtelingen. De Afghanen die nu de grens overkomen, zijn voor het merendeel Hazara's, Tadzjieken en Oezbeken, bevolkingsgroepen uit het noordoosten van Afghanistan. De regerende Talibaan in Afghanistan, die worden gesteund door Pakistan, zijn Pathanen. Dat is ook de grootste bevolkingsgroep in het noordwesten van Pakistan (in de negentiende eeuw werd een kunstmatige grenslijn getrokken door de Britse heersers over het Indiase subcontinent).

,,De meesten zijn economische vluchtelingen'', zegt Maroof. ,,Wij kunnen de lasten niet langer dragen. Er was een tijd dat 300 donorlanden en -organisaties klaarstonden om de vluchtelingen te helpen, maar die geldstroom is opgedroogd. Mijn regering kan onmogelijk nog langer alleen de verantwoordelijkheid te nemen.''

De Afghaanse vluchtelingen voelen zich in het nauw gedreven. ,,Denkt u dat wij hier voor ons plezier zitten'', zegt een vluchteling die al bijna twintig jaar in Peshawar woont. ,,We wonen en werken hier, maar we blijven altijd tweederangsburgers. We mogen geen huizen of grond bezitten. Iedereen wil dolgraag terug naar Afghanistan maar dat kan niet. Er is daar niets: geen werk, geen kantoor, geen school, geen ziekenhuis, geen weg. Afghanistan is een gevangenis! Waarom heeft de internationale gemeenschap anders sancties afgekondigd tegen de Talibaan?''

Tweede deel van een korte serie over Afghanistan. Het eerste deel verscheen op 15 mei.