Opera over ingewanden is niet vies genoeg

Het leven van ingewanden gaat niet over rozen. Maagpijn, een opgezette lever, een dunne darm die dwarsligt en niet te vergeten de scheten, de boeren en de uitwerpselen waar het hele mechanisme zorg voor draagt. Kinderen zijn dol op poep-en-pies spelletjes dus wat dat betreft zou Slik, 'n ingewanden opera voor de jeugd van Buffo operamakers een goudmijn moeten zijn. Een uitgelezen kans ook, om het elitaire operagenre wat dichter bij de belevingswereld van de onervaren jeugd te brengen.

Het begint best leuk, een groepje ingewanden dat in een ontwakend lichaam kibbelt over voedertijd. Ze hebben zich aan elkaar vast geklikt met elastiek en zwieberen vol verwachting en met hoge uithalen heen en weer. Keel vooraan op een krukje, achter haar Maag, Lever en de andere organen. Naambordjes op de rug geven aan met welk lichaamsdeel we te maken hebben en het ensemble zingt a capella liedjes die een grove indicatie moeten geven van de verschillende lichaamsfuncties. Als Dikke Darm een stuk bruine klei uit zijn zak haalt en er bedachtzaam een dikke drol van draait, giechelt de zaal verwachtingsvol. Het daarop volgende schetenliedje – ,,Knijp niet de billen dicht maar laat hem lekker waaien'' – lijkt de toon te zetten voor een fijn vies toneelstuk over de innerlijke huishouding van de mens.

Niets is minder waar. De zangers verliezen zich algauw in abstracte en deels onverstaanbare gezangen die met veel goede wil nog `verdichtingen' genoemd kunnen worden. Zo blijkt Dunne Darm een heimelijke wens te hebben om naar de maan te vliegen, heeft Keel een oogje op Dikke en is Maag – tenminste nog natuurgetrouw – een zure chagrijn. In die interne verwikkelingen valt verder geen verhaallijn te ontdekken, de enige rode draad is het stramien van slikken, vermalen en verwerken. Een pittige aangelegenheid, als blijkt dat het lijf waar de organen in wonen jarig is. Alle zeilen worden bijgezet om het binnenkomende voedsel in de vorm van ballonnen naar de juiste plek te krijgen. Of de abstractie `ballon als eten' te begrijpen is, valt te betwijfelen.

De ballonnen zijn typerend voor de truttigheid waarmee deze ingewandenopera is vormgegeven, écht vies wil het niet worden. Amechtig blijven de ingewanden maar aan hun elastiekje bungelen zonder een moment te stoppen met zingen en zeuren. Zelfs de pakken die ze dragen, maken het er niet beter op. Gal heeft een soort sprieterige schimmel tussen haar borsten en Maag draagt een leren kostuum bestaande uit een vuilgroene broek en een paars hesje met grauw oranje strepen. Zij mekkert nog het hardst over de afschuwelijke feestelijkheden die haar te wachten staan, met trillende stem gruwelt ze van reuzenrad en golfslagbad.

,,Wat valt er zoal te vertellen over de ingewanden van een lijf?'', moeten de Operamakers gedacht hebben. ,,Eens zien: het kauwen, het verteren, oh ja spuugklodders om daarbij te helpen en natuurlijk, laten we die nóg eens doen, de drollen van de dikke darm. Maar wel netjes, alstublieft.'' Dus mag `Dikke' nog een bruin rolletje kleien, terwijl hij betoogt dat 'draaien' kunst is. De anderen wijzen hem terecht:,,Geen kunst maar kak.'' Hoe verzin je het.

Voorstelling: Slik, 'n ingewanden opera, door Buffo Operamakers. Compositie: Bob Zimmerman. Libretto: Esther Pierik. Regie: Moniek Merkx. Vanaf zeven jaar. Gezien: 13/5 Stadsschouwburg, Utrecht. Nog te zien: 20/5 Stadsschouwburg Haarlem, 3/6 Zuiderpark, Den Haag. Tournee na de zomer. Inl.: (020) 692 9603 of www.buffo.nl.