Op reis met een Griekse god

Vijf jaar duurde de verbouwing van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. De deuren bleven open en er kwamen meer bezoekers dan ooit. Vanaf morgen is ook de vaste collectie weer toegankelijk.

De vernieuwing van het Rijksmuseum van Oudheden ging in 1996 van start, toen er geld van het ministerie van OCenW vrijkwam voor een grootscheepse verbouwing. Projectleider Linda Mol: ,,We stonden kennelijk bovenaan het subsidielijstje, en hadden opeens een bedrag van 15,5 miljoen te besteden. Intern zijn we toen in beraad gegaan over hoe we dat het beste konden doen. Een paar dingen moesten per se beter. Ten eerste het klimatologisch beheer: met name onze Egyptische voorwerpen zijn uiterst kwetsbaar, en in het oude gebouw werd het 's zomers bloedheet. We voldeden ook niet meer aan de eisen van buitenlandse bruikleengevers. Aan de klimaatbeheersing ging al de helft van het geld op. Dan moesten publieksvoorzieningen als de winkel en de garderobe nog worden vernieuwd, en de opstelling van de vaste collectie was ook niet meer van deze tijd. Alles stond door elkaar in losse eilandjes van spullen, die nu eens op materiaal, dan weer op tijd waren gerangschikt. Daar moest een goed geïntegreerde presentatie voor in de plaats komen, met een duidelijke verhaallijn.''

Het gebouw werd tussen 1996 en november 2000 verbouwd naar een ontwerp van architect Martien van Goor. Dat leverde een nieuwe, uiterst sjieke en gratis toegankelijke entreehal op, waar de Oudegyptische tempel uit Taffeh staat en waar een luxueuze winkel, café en informatiecentrum voor de nodige omzet moeten zorgen. Door de overkapping van de zuidelijke binnenplaats tussen de museumgebouwen onstond 600 vierkante meter extra expositieruimte. De objecten zijn nu over drie verdiepingen rond een licht pleintje met een wenteltrap opgesteld. Op de eerste verdieping staan Grieken, Romeinen, Etrusken en het Nabije Oosten, en op de begane grond vindt men het beroemdste deel van de collectie: het Oude Egypte. Alleen de afdeling met het overzicht van de vroegste Nederlandse geschiedenis is niet verbouwd.

Om het contact met het publiek niet te verliezen, besloot het management het museum tijdens de verbouwing open te laten. Terwijl exposities als Ritueel en Schoonheid (1999) en Farao's van de Zon (2000)zorgden voor een stijging van het bezoekersaantal van bijna 50 procent (190.804 mensen in 2000), werden met de vaste collectie kleine experimenten losgelaten op het Oudheden-publiek. Mol: ,,Daaruit kwam een duidelijk profiel van onze gemiddelde bezoeker naar voren. Die blijkt niet van een zuiver esthetische presentatie te houden, maar wil achtergronden weten: wie heeft deze voorwerpen gemaakt, wanneer en waarom? Mensen willen iets leren, en zijn best bereid daar moeite voor te doen. En ze moeten geprikkeld worden: onderzoek heeft uitgewezen dat bij iedereen na zo'n twintig minuten de museum-moeheid toeslaat.''

De staf bedacht dat het Romeinse Rijk als bindende factor voor alle collecties kon dienen. De verzamelgebieden behoorden rond het jaar nul allemaal tot het Romeinse Rijk, dat dus begin- en eindpunt van de rondgang kon worden. Om inspiratie op te doen voor een nieuwe look reisde de museumstaf een paar keer gezamenlijk naar het buitenland, en vond er voorbeelden en anti-voorbeelden. Mol: ,,Het Museum of Natural History in Londen had een fantastische tentoonstelling met dinosaurussen, waarbij elk thema werd ingeleid met een paar pakkende vragen. Het Romeins-Germaanse museum in Keulen toonde juist hoe het niet moest: daar is al het aardewerk opgesteld langs een stamboom.''

Met een wensenlijstje benaderde de staf vervolgens negen ontwerpbureaus, acht uit Nederland en een uit het Engelse Leicester. Uit de voorstellen van de ontwerpers koos de staf unaniem voor het plan van het Britse Haley Sharpe Design. Dit bureau ontwierp eerder onder meer het Oklahoma State History Museum en het Britse National Space Centre.

Aan het begin van elke ruimte leidt nu een `gids', bijvoorbeeld een Griekse god of een Egyptische koningin, een deelthema in. De deelthema's zijn allemaal beknopt en begrijpelijk: `Goden van Rome', `Muur vol doden', `Luxe en design'. Over de hele linie is de opstelling strak en helder van taal en van kleur, met wanden in hemelsblauw en aarderood. De huidige opstelling, die ten minste tien jaar blijft staan, bevat 6000 van de in totaal 80.000 voorwerpen die het museum bezit. Dat zijn er 4000 minder dan voor de herinrichting. Er is strenger geselecteerd.

Voor de historische context zorgen maquettes, wandschilderingen, geluidsfragmenten en stilistische foefjes, zoals in stijl herbouwde wanden. Slechts een enkele keer helpt ook een computerscherm bij het verlevendigen van de rondgang. Mol: ,,Je kunt wel overal computers neerzetten omdat dat nu `in' is, maar wij vinden dat nergens goed voor. De jongeren gaan er spelletjes op doen of proberen ze kapot te maken, oudere mensen weten er zich geen raad mee.'' Een paar keer breekt de moderne tijd in: in het oude Athene draait een videomontage van moderne Olympische sporters, en in het zaaltje met Romeinse wapenuitrustingen komen op een scherm opeens echte, antiek uitgedoste soldaten over een weggetje aanmarcheren. Mol: ,,Dat is een club die elk jaar in authentieke Romeinse kostuums bijeenkomt. Ze komen hier weleens research doen voor die pakken.''

Conservator Maarten Raven geeft een beknopte tour langs de grootste trots van Oudheden, de collectie van het Oude Egypte. ,,De opvatting over de Egyptenaren was altijd dat hun beschaving 3000 jaar lang op eenzelfde, hoog peil bleef. Hier wordt nu, in zes tijdsblokken, juist een verhaal van aanpassingen en omwentelingen verteld. Welvaart, religie en bestuur waren allemaal even veranderlijk. En de ene uitvinding was een voorwaarde voor de volgende: zonder de hiëroglyfen hadden de Egyptenaren nooit zo goed kunnen administreren en waren de pyramiden nooit gebouwd. Dat soort verbanden willen we hier tastbaar maken.'' De mummies van `32 mensen en 62 dieren', zoals het nieuwe gidsje trots vermeldt, zijn vanouds voor velen de klapper van hun bezoek. Ze zijn er allemaal nog, maar hun omgeving is veranderd. De mummie-zaal vormt nu het sluitstuk van de chronologische wandeling. Raven: ,,Pas aan het eind van de Egyptische beschaving gingen meer mensen zich met de rituelen rond het begraven en conserveren van lichamen bezighouden. Het was een tijd van politieke crises, men richtte zich meer op het hiernamaals. Bovendien werd het rijk van buitenaf bedreigd. Van de weeromstuit beten de Egyptenaren zich toen juist in hun eigen godsdienst vast.''

Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28, Leiden. Inl.: (071) 5163163. Open di-vrij 10-17 u, za-zo 12-17 u. Toegang ƒ13,20. Info: www.rmo.nl