Kunstwerken uit de natuur

`Welk een verscheidenheid van modellen en werkstukken. Vanaf de grote tufmand tot de fijne bloemenmand zag men er allerlei voorwerpen van practische aard: vruchtenmandjes, papiermanden, bloempotten, bloemtafels, werktafels, werkmanden, hand- en reiskoffers, luiermanden, sluitmanden in 16 verschillende dessins, waschtafels, paraplustanders met kapstok, zelfs tabakspotten (..)'' De verslaggever van het nieuws- en advertentieblad Stellingwerf was in 1909 bijna lyrisch over het tentoongestelde werk van leerlingen van de Rijksrietvlechtschool in Noordwolde. De school was een jaar daarvoor van start gegaan met zestien leerlingen en aan het hoofd sierkunstenaar en grafisch ontwerper Harm Ellens (1871-1939).

Noordwolde is de bakermat van de Nederlandse vlechtindustrie. De geschiedenis van de school en het ambacht worden belicht in het Nationaal Vlechtmuseum, dat onlangs werd geopend door Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven, dochter van een rietvlechter en geboren in Noordwolde. Het museum kreeg onderdak in het monumentale pand van deze eerste en enige vakschool voor rietvlechters in ons land. Er wordt een beeld gegeven van de opkomst en ondergang van de Noordwoldiger vlechtindustrie aan de hand van foto's en van de school zelf. De directeurskamer en een vlechtlokaal zijn in oude staat teruggebracht en in de werkplaats worden regelmatig vlechtdemonstraties gehouden.

Rond 1800 was de armoede groot in het Friese veendorp Noordwolde. Menig gezin in de plaggenhut stortte zich als bijverdienste op het vlechten van mandjes. De daarvoor vereiste wilgenteen was volop in de natuur voorradig en er ontstond een bloeiende (huis)industrie met tientallen werkplaatsen en honderden arbeiders. Later ging de rietvlechtindustrie zich ook toeleggen op het vlechten van meubelen, waarvoor ook bamboe, rotan, sisal en raffia werden gebruikt. In 1906 worden er in Noordwolde meer dan 200.000 stoelen per jaar gemaakt, die worden geëxporteerd naar onder andere Frankrijk, België en Italië.

De concurrentie, vooral uit Duitsland, is echter groot en de kwaliteit van de Noordwolder stoelen houdt niet over. Een goede opleiding kan die wellicht verhogen, dachten plaatselijke predikant Frits Reitsma en huisarts Jan Jacobs Mulder. Het tweetal schreef koningin Wilhelmina in 1906 een brief, waarin ze erop aandrongen een nationale vakschool te stichten in het dorp. Twee jaar later ging de Rijksrietvlechtschool open.

Oude rietvlechters zagen in de jonge, geschoolde stoelenmakers aanvankelijk een bedreiging. Een aantal leerlingen werd bedreigd en mishandeld. Het verhaal gaat zelfs dat directeur Ellens met een pistool op zak liep. Toch vonden de afgestudeerde leerlingen vrijwel allemaal een baan in een van de 26 vlechtfabrieken in het dorp. Hand- en lijntekenen is een belangrijk vak op de driejarige dagopleiding. De leerlingen krijgen ook les in kunstgeschiedenis en boekhouden. In Ellens directeurskamer zijn verscheidene ontwerpen van zijn hand te zien, waaronder een rieten wieg en sierlijke serremeubels.

In het museum is tevens een authentiek vlechtlokaal ingericht. Elke leerling had zijn eigen werkbankje met gereedschap. Door middel van een audioband wordt de sfeer uit die tijd opgeroepen. In de collectiezaal van het museum staan bekende ontwerpen van twintigste-eeuwse rieten stoelen van onder andere Dirk van Sliedrecht en Martin Visser, naast de rieten `kuipjes' uit de jaren zestig. Rieten meubelen zijn sterk, licht en betaalbaar, drie eigenschappen die het materiaal tot op de dag van vandaag populair maken.

Eind jaren veertig raakt de vlechtindustrie in een diep dal. Jongeren voelen er weinig voor een slecht betalend vak te leren. In 1969 sloot de Rijksrietvlechtschool haar deuren. Noordwolde echter zal altijd, mede door de opening van het nieuwe museum, het Vlechtdorp van Nederland blijven.

Nationaal Vlechtmuseum Noordwolde, Mandehof 7, Noordwolde. Open: di t/m za van 11-17u. Inl 0561-431885. www.noordwoldevlechtdorp.nl