Kamer botst met Borst over aantal couveuses

De Tweede Kamer heeft scherpe kritiek op het tempo waarin minister Borst (Volksgezondheid) werkt aan uitbreiding van het aantal intensive care couveuses en van het aantal ic-bedden voor kinderen. In een motie wil de meerderheid van de Kamer dat Borst dit niet langer overlaat aan ziekenhuizen en zorgverzekeraars, maar dat zij dit zelf bepaalt. Borst voelt daar echter niets voor, zo bleek gisteren in de Tweede Kamer.

Volgens Borst kan uitvoering een stap terug betekenen omdat de minister zich dan weer gedetailleerd met de praktijk van alledag moet bezighouden. De motie, waarin ook andere zaken werden vastgelegd, wordt door D66 en VVD gezien als een `motie van wantrouwen' tegenover Borst. Volgens de PvdA legt zij slechts de eisen van de Kamer vast.

De Kamer is tevreden met de als eerste stap al eerder aangekondigde uitbreiding op korte termijn van het aantal couveuses en bedden in de academische ziekenhuizen met respectievelijk 39 en 31 en met de 6 extra ic-couveuses in het ziekenhuis in Zwolle. Voor juli moet Borst echter wel aangeven in welk tempo de capaciteit wordt vergroot. De Gezondheidsraad constateerde in april 2000 dat er 311 ic-couveuses nodig zijn, 154 meer dan er nu beschikbaar zijn. Na de aangekondigde uitbreiding resteert een `tekort' van 109. Volgens Borst is dat tekort kleiner als het zou lukken de bezettingsgraad van de couveuses te verhogen van 80 naar 90 procent. De Inspectie voor de gezondheidszorg onderzoekt dit momenteel. De Gezondheidsraad gaat in zijn advies uit van een bezettingsgraad van 80 procent.

Een meerderheid in de Kamer vindt dat Borst na het uitkomen van het advies te lang heeft getalmd met het nemen van maatregelen. Maar volgens Borst kon het niet veel sneller. Bovendien, aldus Borst, is op dit moment niet het aantal couveuses het probleem als wel de personeelsbezetting. Zeker 10 procent van de bestaande ic-couveuses kan door personeelsgebrek niet worden gebruikt. De academische ziekenhuizen zijn inmiddels begonnen met extra opleidingen van gespecialiseerde verpleegkundigen. De minister voelt er echter niets voor om hiervoor extra geld te geven, zoals de academische ziekenhuizen willen. Om er zeker van te zijn dat het geld aan opleidingen wordt besteed moeten ze het geld claimen bij de bestaande scholingsfondsen.