`Indruk' Heertje met grote gevolgen

Arnold Heertje getuigde gisteren urenlang over de beursfraudezaak waarin hij als `tipgever' wordt gezien. Zelf deed hij er alles aan om deze geuzentitel te bagatelliseren.

Tipgever? Hoezo tipgever? Arnold Heertje, emeritus hoogleraar economie, kijkt quasi verbaasd naar de rechtbank: ,,Dat woord is veel te zwaar. U moet mij als indrukgever zien.'' De toevoeging van dit nieuwe woord aan het Nederlandse idioom is een typerend hoogtepunt van Heertjes getuigenverhoor voor de rechtbank die speciaal is samengesteld ter afhandeling van de beursfraudezaken.

Urenlang doet de bekende econoom er alles aan om de indruk weg te nemen die onmiskenbaar uit het Clickfondsdossier opstijgt: Heertjes tip is een van de belangrijkste grondslagen van het beursfraudeonderzoek. ,,Van een onvoorstelbare dwaasheid en maatschappelijk onverantwoord'', vindt de econoom als zijn ,,indrukken die ik niet hard kon maken'' werkelijk zijn gebruikt om gerechtelijke vooronderzoeken te openen tegen verdachten.

Heertjes Clickfondsgeschiedenis begint in 1994 als een student tentamen bij hem doet. De jongen werkt bij de Belastingdienst en na afloop ontstaat er een gesprek over zwart geld. Heertje vertelt verhalen over frontrunning (het meelopen met grote orders) die hij in de wandelgangen heeft gehoord bij het commissionairshuis Leemhuis en Van Loon. Daar is hij niet alleen cliënt, maar ook adviseur. Bovendien heeft hij een goede relatie met directeur Han Vermeulen. De student vertelt het door bij de Belastingdienst, waarna nog een aantal gesprekken volgen.

In de zomer van 1997 wordt Heertje gevraagd of hij zijn kennis ook wil bespreken met fraudeofficier Henk de Graaff, die dan in het geheim bezig is met de voorbereidingen van Operatie Clickfonds. Heertje ziet het als zijn ,,maatschappelijke plicht'' en vermeldt in ,,een gesprek dat met potlood zou worden opgeschreven en daarna in de kluis zou komen'' een aantal ongecheckte zaken. De kern: Ad van der R., een van de directeuren van Leemhuis en Van Loon, zou zich regelmatig schuldig maken aan frontrunning, onder andere via een transactie in aandelen Heidemij.

Heertje veronderstelde dat zijn mededelingen ,,grondig geverifieerd zouden worden''. Maar dat gebeurde niet. Rechercheurs van de Economische Controledienst (ECD) spraken nooit met hem. En een rapport van het Controlebureau van de beurs, dat de gewraakte Heidemij-transactie al onder de loep had genomen en geen verdere actie noodzakelijk achtte, werd genegeerd. Wel werden Heertjes `indrukken', zonder nader onderzoek door het OM, tegenover de rechter-commissaris gebruikt om de beursfraudezaak op te tuigen. De toenmalige onderzoeksrechter Fred Salomon getuigde daar eerder deze week over: naast krantenberichten was ,,de tip van meneer Heertje een van dé twee elementen''.

Heertje was in oktober 1997 zeer verbaasd toen hij merkte dat zijn vriend Vermeulen als hoofdverdachte van de beursfraude werd aangemerkt. Ook toonde Heertje zich nog steeds ontstemd dat zijn identiteit bekend werd: ,,Een zeer ernstige schending van de geheimhoudingsafspraken.''

Over de achtergronden van Heertjes gang naar justitie en de inhoud van zijn `indrukken' blijven vragen hangen. Die zijn interessant, maar niet relevant voor de strafzaak. Immers: Heertjes tip leverde niets op en frontrunning wordt nergens meer ten laste gelegd. Wat was gisteren dan wel de winst van het verhoor? Eigenlijk alleen de constatering dat het OM Heertjes vage bijdrage ongetoetst tot cruciale informatie bestempelde. Juridisch gezien kan dat gevolgen hebben als de rechtbank gaat beoordelen hoe groot het redelijk vermoeden van schuld was aan het begin van het onderzoek. En zo blijven de avonturen van `indrukgever' Heertje in Clickfondsland toch een bepalende rol spelen.