Havens aan zee samen sterker

Nederlandse zeehavens willen het hoofd bieden aan de scherper wordende concurrentie in Noordwest-Europa door beter samen te werken. Dit staat in het rapport `Nederland Havenland' dat de Nationale Havenraad gisteren heeft gepubliceerd.

De Nationale Havenraad is het overleg- en adviesorgaan van de beheerders van de zeehavens. Minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) die het rapport gisteren in Scheveningen in ontvangst nam, zei dat Nederland overal ter wereld wordt gezien als `havenland', behalve in Nederland zelf. ``Havenbeleid is en blijft een core-business'', aldus de minister die wees op de grote groei van het wereldwijde containervervoer.

Binnen het containervervoer in Nederland ziet zij een grotere rol voor het zogeheten short sea-transport en het spoor. ,,Gezien de grote problemen daar moet de Betuwelijn ons redden.''

De Nationale Havenraad heeft een gemeenschappelijke lijst van prioriteiten voor alle havengebieden opgesteld (Zuidwest-Nederland, Rotterdam, Amsterdam en de noordelijke havens).

De belangrijkste zijn meer ruimte (Maasvlakte II), betere ontsluiting en grotere capaciteit van de havens en verbetering van bestaande waterwegen. Volgens voorzitter Arie van der Hek van de Havenraad zijn alle geselecteerde prioriteiten even belangrijk.

Minister Netelenbos zei dat het nog vele jaren zal duren alvorens de sluis bij IJmuiden vergroot zal worden, zoals de Amsterdamse haven wenst.

Van der Hek zei dat in Nederland verkeerde beelden bestaan over de betekenis van de havens en het vervoer van goederen. Van de aangevoerde containers blijft 37 procent in Nederland (dat was tien jaar geleden nog 28 procent) en van alle vrachtvervoer (over de weg, langs het spoor en via de binnenvaart) is slechts een kwart doorvoer naar buitenlandse bestemmingen.