Een onrustige nacht in bed

Museum Princessehof in Leeuwarden toont twee exposities met hedendaags keramiek: een groepstentoonstelling vol koppen en de solotentoonstelling `Skin Things' van Simone van Bakel.

De aders op zijn roodbruine voorhoofd staan op knappen. Het estuarium van groefjes en rimpels rond zijn oogleden benadrukt de demonische uitdrukking in zijn licht uitpuilende, vuurspuwende ogen. De tong, omlijst door een misprijzende pruillip en agressief ontblote tanden, hangt naar buiten als de nagedachtenis van een fluim of belediging.

De kop die Gijs Assmann maakte voor zijn installatie `Judith, Marianne, Paul, Jan' is het weinig verhullende portret van een driftkikker. Het beeld sluit wat uitdrukking betreft dan ook naadloos aan bij de titel `Heethoofden, keramische koppen' van de tentoonstelling die momenteel te zien is in Museum Princessehof te Leeuwarden. Maar die mooie woordspeling is natuurlijk in de eerste plaats een verwijzing naar de hitte van de keramische oven waarin de kleiportretten gebakken zijn. Dat neemt niet weg dat er in de vierenveertig getoonde werken nogal wat temperatuur opdrijvende emoties aan bod komen: schaamte, verliefd blozen, een zweterige paniekaanval, een tintelende vreugderoes.

Dat een portret zich overigens niet tot een enkele kop hoeft te beperken bewijst het werk van Robin Winters. Zijn `Vitro Vivo' bestaat uit een serie karikaturen met glazen hoedjes. Terwijl deze verwrongen koppen nog op de lachspieren werken, is de installatie `Ring met hoofden' een stuk grimmiger. Het is een weinig verheffend gezelschap dat elkaar aankijkt: hologige alcoholisten, allerhande duiveltjes die horens, globes of zelfs hele bomen op hun hoofd meetorsen, vroegtijdig verlepte vrouwen met lege blikken, fantasiekoppen met vreselijke gezwellen. De pessimisten onder ons kost het waarschijnlijk weinig moeite in dit rariteitenkabinet een groteske afspiegeling van de maatschappij te herkennen. Een krachteloos hoopje letters in het midden van de cirkel symboliseert het definitieve failliet van de communicatie.

Ook hedendaagse Januskoppen ontbreken niet tussen de `Heethoofden'. De schilder en dichter Lucebert verenigde in zijn Reinherr von Traustein een lachend en een huilend gezicht. En Alphons Freijmuth's `Zon en vierkant' toont aan weerszijden superieur blikkende ogen en enigmatisch glimlachende lippen, die doen denken aan de massieve Olmec-hoofden uit Mexico. Dezelfde maker is ook verantwoordelijk voor een zeer ongebruikelijk portret van een blauw aangelopen gehangene en een doodshoofdje, waarvan de glazuurlaag de impressie van brokkelig koraal geeft.

De Leeuwarder tentoonstelling maakt duidelijk dat de keramische portretkunst zich net zo min aan stilistische grenzen houdt als de schilderkunst. Karel Appels koppen zijn CobrA ten voeten uit. En met zijn `Studie naar een zelfportret van Egon Schiele' een tandeloos vies mannetje met stokarmpjes uit de mouwen van een slonzige kamerjas refereert Gert Germeraad direct aan het morsige expressionisme waarin de Duitse schilder zijn prostituees en hoerenlopers vereeuwigde. Aan de andere kant van het stijlspectrum is Harry Boom te vinden, wiens `kop' even sober is als de titel: het gezicht is gereduceerd tot een paar uitgesmeerde vlakken grofkorrelige klei.

Naast de groepstentoonstelling `Heethoofden' is er in Princessehof tegelijkertijd een solotentoonstelling te zien waarin niet de expressie, maar het concept de boventoon voert. Simone van Bakel, die eerder kommetjes maakte met daarop boodschappen in braille, brengt met haar expositie Skin Things keramiek en het menselijk lichaam een stap dichter bij elkaar. Geïnspireerd door internetafbeeldingen van huidmanipulaties als piercings, brandmerken en driedimensionale implantaten, maakte ze afgietsels van lichaamsdelen en voorzag de keramische huid van knobbels en ringen. Het kippenvel op een dijbeen en het strak getrokken vel langs een ruggengraat zijn hyperrealistisch. Maar de vervreemding doet al snel haar intrede. Als een doorgedraaide patholoog-anatoom koppelt Van Bakel een schouder aan een knie en maakt ze bijna abstracte uitsneden van torso's.

In het tegeltableau TacTiles is de lichamelijke herkomst van de decoratie nog meer versluierd. De onregelmatige patronen in het porselein zijn handafdrukken, maar Van Bakel veegde, kneedde en sloeg zo vaak op het materiaal dat er niet een herkenbare vingerafdruk of nagelkerf meer te bekennen is. Hetzelfde geldt voor de `Monochromes' waarvoor de kunstenaar zich op haar ellebogen opdrukte in vloeibaar steengoed. De golvende patronen doen denken aan de woelige kreukelzee die zich na een onrustige nacht in bed aftekent. Het kil blikkerende platinaluster ontneemt het werk echter de menselijkheid die in een dergelijke vergelijking schuilt.

Maar daarmee is niet gezegd dat Van Bakel zich enkel specialiseert in strenge abstracties. Haar `Two for two' bijvoorbeeld is aangrijpend in zijn directheid. Het werk bestaat uit de onderarmen van 24 koppels. Paarsgewijs vullen de afgietsels een hele muur. Van een afstandje gezien lijken de onderarmen wel een bizarre verzameling getrokken kiezen. Dichterbij geven de bleke objecten hun details prijs. Knobbelige uitstulpingen naast gespierde beeldhouwersarm, gegroefde tobberselleboog naast geprononceerde sporterspezen, zielig RSI-armpje naast royaal geaderde werkmansarm. Een groepsportret van de liefde.

Exposities `Heethoofden, keramische koppen', t/m 26 aug, en `Skin Things', t/m 24 juni.

In Museum Princessehof, Grote Kerkstraat 11, Leeuwarden.

Open: di-zo 11-17u. Inl 058-2127438