Een kunstwerk van zand en zee

De meeste Waddengangers hebben hun eigen favoriete eiland. Maar in plaats van telkens terug te keren naar hetzelfde eiland, kun je ook van het ene naar het andere hoppen. Van Texel naar Vlieland, van Vlieland naar Terschelling, tot je op Schier bent. Een reis langs de Waddeneilanden is zoiets als luisteren naar een symfonie van vogels, licht en water.

Het is natuurlijk een zeereis van niks, de oversteek van het Marsdiep, in een drijvende bak die veerboot heet. Toch heeft zelfs het kleinste zeereisje voor velen een diepe emotionele betekenis. ,,Het is alsof je je zorgen op de wal achterlaat'', hoor ik een medepassagier zeggen. Ik moet eerder denken aan een uitspraak van Cees Nooteboom: `Je laat niets achter als je op reis gaat. Noem het stress, verdriet, uitputting, het zit onzichtbaar naast je in het vliegtuig, woont in je koffer, en stapt mee uit op J.F. Kennedy'.

Texel heeft iets van een verwilderde tuin. Het grauwe duin wordt opgefleurd door de felle kleuren van narcissen en andere verdwaalde bolgewassen. In het ruim aanwezige polderland zijn stolpboerderij en schapenboet heer en meester. Met een wijde boog fietsen we om Den Hoorn heen, waar het vuurtorenlicht – twee vliegen in één klap – in de kerktoren is opgehangen.

In plaats van op één eiland lui achterover te leunen, kun je ook van het ene naar het andere eiland hoppen. Van Texel naar Vlieland, en van daar door naar Terschelling, Ameland en Schier. De meeste waddengangers zijn verknocht aan hun eigen eiland. Maar wie eens wat anders wil, kan in de zomer alle zee-engtes tussen de eilanden overbruggen.

Mijn ouders brachten vroeger de zomervakantie door op Ameland; en wie als kind wordt meegenomen op fietstochten over schelpenpaadjes, weet later precies waar het vreemde geluksgevoel vandaan komt als hij het gruis weer onder de banden hoort knerpen. Na Ameland werd Vlieland een dierbare plek vol herinneringen. Nog weer later trok ik naar Lapland, IJsland en andere koude streken. Maar `het noordelijk gevoel' begon op de wadden.

We volgen het duinpad naar de Muy, een meertje dat beroemd is om zijn lepelaarskolonie, en de Slufter, een krekenstelsel dat in open verbinding staat met de zee. Strand en duin en zelfs het polderland hebben een mens oneindig veel schoons te bieden, en al zwervend en kijkend kun je alleen maar aan `lieve en mooie dingen' denken, schreef Jacq. P. Thijsse. Hij gaf slechts twee jaar les op dit eiland, maar door zijn beroemde Verkade-album `Texel' (1927) is hij niet meer weg te denken uit de plaatselijke geschiedenis. Zijn vrienden hadden enigszins meewarig afscheid van hem genomen, omdat ze zich afvroegen wat een beschaafd mens ging zoeken op een schapeneiland, maar Thijsse heeft nooit spijt gehad van zijn keuze. Je ziet hem haast voor je, speurend langs de bosrand, gekleed als een heer, met hoed en vlinderdas. Op zijn advies werd de Muy al in 1908 aangewezen als natuurmonument.

De volgende morgen lopen we bij een harde noordenwind over een hoog, wankel steigertje naar het m.s. `De Vriendschap'. Met zijn verschoten spijkerbroek en blonde paardenstaart lijkt de schipper mij een vrije jongen. Je komt dit slag hier vaker tegen, in deze buitenste rand van Nederland. Wat varen, wat vissen, wat jutten, een handeltje hier, een handeltje daar, zo houdt een mens het hoofd boven water. `Wie niet meer deugt voor land noch zee/Wordt nog lichtwachter op Ockseu', dichtte Slauerhoff na een bezoek aan dit Chinese eiland.

Langs groene bakens tuffen we over het Eijerlandse Gat, met zicht op de oudroze geschilderde vuurtoren van De Cocksdorp. De luchtmacht giert en buldert om ons heen, onduidelijke doelen bestokend; we zijn in de buurt van de Vliehors, de enige zandplaat in het waddengebied die regelmatig wordt gebombardeerd. Na een half uurtje wandelen we over een wederom windgevoelig steigertje naar een wonderlijk vehikel: de `Vliehors Expres'. Op het onderstel van een vrachtwagen, ooit ontworpen voor woestijnritten, zijn banken gemonteerd die door een doorzichtige plastic kap worden overhuifd. Vroeger wachtte hier een eenzame ruiter, boer Cupido van het Posthuys, die de brieven voor het eiland in ontvangst nam. Zijn vervanger is de chauffeur van de truck, ook een vrije jongen, is mijn stellige indruk.

Over het strand, een duinovergang en een klinkerstraat denderen wij naar het mooi gelegen Posthuys, dat het erf al lang geleden in een terras heeft herschapen. Hier kan het leven niets anders dan één lange vakantie zijn. Aan de andere kant van de weg liggen de Kroonspolders, een broedplaats voor lepelaars, aalscholvers en eenden. Vanaf de dijk ontrolt zich tot aan Dodemansbol een schouwspel van begroeide kwelders en drooggevallen slikken. Achter weilanden met paarden en meeuwen verbergt het dorp zich achter de hoge dijk. Heel nadrukkelijk heet het Oost-Vlieland, want ooit was er een West-Vlieland, maar dat verdween in de achttiende eeuw in de golven.

De historie komt tot leven in het Tromp's Huys in de door bomen beschaduwde, intieme Dorpsstraat. Scheepsjournalen en voorwerpen herinneren aan de tijd van walvisvaart en ontdekkingsreizen. Op zolder is een hoekje ingericht voor de dwarse romanticus J. Slauerhoff, die als scholier, en later als arts, heel wat tijd op Vlieland heeft doorgebracht. Zijn ouders stuurden hem wegens zijn zwakke longen naar tante Anke Pronker, een zus van zijn moeder. Vlieland en het zeemansverleden van de Pronkers drukten hun stempel op zijn leven en werk. Over Nederland en Friesland heeft hij zich herhaaldelijk negatief uitgelaten, niet over Vlieland. Toch wilde hij zich er niet vestigen – de gemeenschap was hem te klein en de sociale controle te groot.

Op het VVV-kantoor vang ik toevallig de woorden van de chef op die een badgast uitlegt hoe op Vlieland de vork in de steel zit: ,,Alleen bij rouwen en trouwen bestaat hier nog saamhorigheid. Hoe rijker een gemeenschap wordt, hoe meer het sociale element wegvalt.''

De volgende morgen schepen wij ons in op de `Koegelwieck', een snelle boot met vliegtuigstoelen die ons een half uur later in West-Terschelling aflevert. Eigenlijk hoor je niet in hoog tempo aan de voet van de Brandaris te belanden. De vuurtoren, een waarschuwende vinger die langzaam uit zee oprijst, komt veel beter tot zijn recht vanaf het dek van de (tragere) veerboot.

We zijn aangekomen op het eiland van de monnik Brandaan en zeeman Willem Barentsz. Brandaan hoopte achter de kim het `gelukzalige eiland' te vinden. Vele jongeren worden door hetzelfde verlangen vervuld; voor hen heeft het zomerse verblijf het karakter van een initiatie, waarbij zij op luidruchtige wijze het schemerland tussen knaap en man proberen te overbruggen. Hun vakantie staat in het teken van drank, seks en rock-'n-roll. Lange tijd hebben zij het beeld van Terschelling bepaald. Dankzij Oerol (Fries voor `overal'), dat theater en landschap met elkaar verbindt, is dat beeld inmiddels aardig bijgesteld.

De Brandaris, de wadbaai bij west – de enige baai van Nederland – de dorpen en de boomloze Bosplaat en niet te vergeten de droge humor van de Skylgers, het zijn maar enkele van de troefkaarten die Terschelling achter de hand houdt. West-aan-Zee en Midsland-aan-Zee daarentegen zijn niet meer dan de vakantiekinderen van de moederdorpen. Vroeger viel het niet mee om op de waddeneilanden de eindjes aan elkaar te knopen. De boer vulde zijn inkomen aan met wat hij als visser en strandjutter verdiende. Na 1600 monsterden velen aan op walvisvaarders die op hoge breedtegraden hun ruimen met tranig vlees vulden. Rond 1850 verschenen de eerste badgasten op de eilanden; zij geloofden dat de golven en de zilte lucht een heilzame werking op hun gestel zouden hebben. Omstreeks 1920 werden de eerste zomerhuisjes gebouwd en na de Tweede Wereldoorlog nam het toerisme een hoge vlucht. Maar pas het vakantiegeld heeft de eilanders welvaart gebracht.

De kans bestaat dat jonge eilandhoppers die zich te Hoorn in het café van Hessel, de `Nederlandse Bruce Springsteen', wagen, hun reis hier afbreken. Je kunt nu eenmaal niet met het refrein van de meezinger `Terug naar Terschelling' in je hoofd koers zetten naar Ameland.

Eilandhoppers die aan drie eilanden niet genoeg hebben, moeten geduld hebben. Pas diep in juni kun je verder hoppen naar Ameland en pas halverwege juli van Ameland naar Schiermonnikoog.

Ameland is het enige waddeneiland dat ooit met het vasteland was verbonden. In 1872 werd er in het kader van landaanwinningen een dam aangelegd, die tien jaar later tijdens een hevige storm bezweek. Hoewel Rijkswaterstaat herhaaldelijk plannen heeft gekoesterd om de oude situatie te herstellen, kwamen die niet verder dan de tekentafel. Daar hoeven wij niet rouwig om te zijn. Veel erger is de sloop van het rietgedekte hotel Excelsior bij Nes, dat plaats moest maken voor een zielloos appartementencomplex. Het gemeentebestuur wil van Ameland graag een viersterren-eiland maken. Nu er geneeskrachtig grondwater op het eiland ontdekt is, hoopt het zich tot kuuroord te ontwikkelen. Nóg een attractie dus voor de Duitse toeristen, die toch al zeer op Ameland gesteld zijn.

Party-eiland of niet, voor mij blijft Ameland de sfeer houden van de zwart-wit foto's uit mijn ouders' familiealbum. Hollum en Ballum hebben in mijn oren net zo'n magische klank als het Zweedse Jokkmokk en Kvikkjokk of het Zuid-Afrikaanse Bloemfontein.

De rusteloze hopper stapt in Nes aan boord en gaat er weer af op Schiermonnikoog. Het silhouet van het gelijknamige dorp wordt beheerst door een witte en rode vuurtoren. Aan de Lange- en Middenstreek staan gerestaureerde huisjes met gele steentjes en groene luiken te pronk. `Antarctica' heet er één, herinnerend aan de tijd van de walvisvaart. Moeten we het nog over Hotel Van der Werff hebben, over de vermaarde gelagkamer waar foto's herinneren aan de vroegere eigenaar, een Duitse graaf, en aan de jachtpartijen van prins Bernhard? Nee.

Buiten het dorp wacht een afwisselend landschap, waar Natuurmonumenten koning is. En het witste en breedste strand van heel Nederland. In een keet bij de Kooiduinen leerden generaties Groningse studenten de fijne kneepjes van de veldbiologie. Zakken vol ganzenkeutels werden er op graszaden uitgeplozen. Sommigen trokken, als moderne Niels Holgerssons, mee naar de broedgebieden in Siberië en op Spitsbergen.

Uitgehopt sta je ten slotte op De Balg, de oostpunt van Schier. Een vlucht zilverplevieren gaat op de wieken en trekt een blikkerend spoor door de ruimte.In de verte steken Rottumerplaat en Rottumeroog een eindje boven de waterspiegel uit. Diep adem je de zilte lucht in die Slauerhoff geen genezing bracht. Terecht is het waddengebied wel vergeleken met een kunstwerk van zand, zee, licht en vogels, de natuurlijke evenknie van kathedraal of symfonie.

INFORMATIE

Arrangementen

De VVV's van Texel, Vlieland en Ameland hebben diverse hoparrangementen (tussen 2, 3 of 5 eilanden) in hun pakket. Hetzelfde geldt voor het Nijmeegse SNP Natuurreizen (024-3277000; www.snp.nl).

VVV's

VVV Texel

0222-314741

VVV Vlieland

0562-451111

VVV Terschelling 0562-443000

VVV Ameland

0519-542020

VVV Schiermonnikoog 0519-531233

Internet

Voor alle eilanden www.vvv-wadden.nl

Veerboten

Rederij Teso (Den Helder-Texel)

0222-369692; www.teso.nl

Rederij De Vriendschap (Texel-Vlieland)

0222-316451

Rederij Doeksen (Vlieland-Terschelling en Harlingen-Vlieland/Terschelling) 0517491500; www.rederij-doeksen.nl

De boot van Texel naar Vlieland vaart vanaf 1 mei verschillende keren per week. De `Koegelwieck' vaart dagelijks tussen Vlieland en Terschelling. De eerste boot van Terschelling naar Ameland vertrekt op 19 juni; van Ameland naar Schiermonnikoog op 18 juli. Meestal kan de fiets mee. Nadere info bij de VVV's. Het vaarschema staat in de Waddenreisgids; aan te vragen bij de VVV's.