DYLAN & GELOOF

De wegen van de Heer zijn volkomen ondoorgrondelijk, maar die van Bob Dylan maar net iets minder. Geboren in het joodse geloof, is Dylan, zelf aanbeden als een seculiere aanklager van wereldse misstanden, altijd gevoelig gebleken voor religieuze push en pull factoren. Zijn joodse achtergrond, de druk van de roem, een afkeer van de massacultuur die van hem een afgod maakte, maar ook de psychische turbulentie van zijn echtscheiding, het grootste persoonlijke drama uit zijn leven, dreven hem naar de Bijbel, tarotkaarten, zigeunermystiek, een born again Christendom, en opnieuw het jodendom.

Robert Allen, kind van de joodse Beatrice en Abe Zimmerman, deed in 1954 zijn bar mitzvah. In zijn vroege loopbaan als rocker op de middelbare school en folkie in Minnesota is daarvan weinig te merken, maar al in zijn eerste werk als Bob Dylan klinken religieuze ondertonen. Nummers als When the ship comes in, Hard rain ademen een apocalyptische geest. Ook het success van Blowin' in the wind heeft te maken met de vaag-religieuze atmosfeer van het lied.

Pas na zijn motorongeluk in 1966 komt het religieuze motief openlijk naar voren in zijn werk. De plaat John Wesley Harding wordt bevolkt door heiligen en zondaars en telt zo'n zestig verwijzingen naar bijbelteksten. Ook Along the watchtower is een Dylaneske vertaling van de apocalyps.

Begin jaren zeventig blijkt Dylans belangstelling voor het jodendom ook uit zijn sympathie voor Israël, die zich tot ongenoegen van zijn fans vertaalt in steun aan de rechtse Joodse Defensie Liga. Er is zelfs sprake van dat Dylan zich met zijn gezin in een kibboets zal vestigen, plannen die afketsen op de extreme eisen die hij stelt aan privacy en veiligheid.

Na een periode van zware persoonlijke troebelen, drankzucht en spirituele ontreddering, werpt Dylan zich onder invloed van Californische mede-muzikanten in de armen van de Vineyard Fellowship, een fundamentalistische groepering waar die tijd wel meer spirituele slachtoffers van de jaren zestig aanspoelen. Hij laat zich dopen en volgt braaf de verplichte bijbelklassen.

De bekering levert drie religieuze platen op het schitterende Slow Train Coming als eerste en ook een diepe breuk met zijn publiek. Dylan wordt versmaad als een mafketel die zichzelf en zijn boodschap ontrouw is geworden. Hij maakt het er ook naar, met tirades vanaf het podium tegen satan, homoseksuelen en ongelovigen onder het motto `elke knie moet buigen'. Toch is de kwaliteit van zijn reli-werk indrukwekkend – zie het schitterende Every grain of sand. De breuk heelt pas jaren later, als Dylan zijn fundamentalisme heeft verlaten. Volgens sommigen keert hij terug tot het jodendom, in het bijzonder een chassidische sekte. In Neighborhood bully (1983) zingt hij de lof van het gesmade, door vijanden belaagde Israël. Soms komt Jezus terug in de teksten. Het wereldbeeld dat uit Dylans recente werk spreekt is ontgoocheld, maar zeker niet onreligieus. Zwarte humor, schuld en boete, walging van de moderne tijd (de `New dark ages') dat zijn de vaste elementen. `All the truths in the world add up to one big lie', zingt hij in Things have changed. En: `If the Bible is right, the world will explode'.

Let op het `if'. Zeker weten is er niet meer bij.