Boerderij of palazzo?

De beste bordspelen hebben een simpel uitgangspunt en zijn snel uit te leggen. Bij succesnummers als Monopoly, Stratego, Risk en Kolonisten van Catan is de basis meestal één eenvoudig principe (`Kom niet op dure straten' of `bouw zo veel mogelijk steden'). Complexere spelen zijn al snel te ingewikkeld voor de gewone huiskamer. Vaak vormen al die losse regels en spelelementen geen organisch geheel. En het `verhaal' van het spel hangt er dan een beetje los bij. Pas als je het héél vaak speelt, gaat zo'n spel een beetje leven (het recente Eufraat en Tigris is zo'n spel).

Met `La Città' is er nu een vrij complex bordspel verschenen dat wèl de moeite waard is voor niet-fanatieke spelers. Ongeveer een uur hadden we nodig om de verschillende elementen en spelregels van La Città. Stedenbouw in de Renaissance te doorgronden. Pas toen konden we beginnen met spelen. Het verdient aanbeveling het eerste spel als `proef-spel' te beschouwen, om het mechanisme van het spel een beetje aan te voelen. La Città is dus geen spel om even snel een avondje met onervaren vrienden te spelen.

De kracht van La Città is dat het verhaal (expansie van Italiaanse stadstaten) goed past bij het ongewoon fraaie bord en de ingenieuze spelregels. Bij het spelen kun je je werkelijk een condottiere wanen die zijn steden bestiert, inclusief een dreigende hongersnood en culturele concurrentie met buursteden. Het principe van het spel is dat je door gebouwen neer te zetten burgers probeert te lokken naar je steden. Wie aan het eind de meeste burgers heeft, wint.

De spelregels bevatten een paar fraaie mechanismes. Aan het eind van elk van de in totaal zes speelronden wordt bijvoorbeeld via een Stem des Volks bepaald welk aspect van de samenleving (cultuur, gezondheid of scholing) bij de afrekening van dat `speeljaar' centraal staat. Wie dan de juiste gebouwen blijkt te hebben gesticht, kan burgers van andere steden afpikken. Leuk! Complicatie bij die bouwdrift is wel dat wie veel burgers aantrekt met dure universiteiten en badhuizen, ook voldoende voedsel en water in huis moet hebben. Anders verdwijnen de nieuw aangetrokken burgers weer even snel als ze gekomen zijn. Het spannende (en moeilijke) van het spel is dan ook dat je voortdurend twijfelt over de beste acties: extra boerderijen? Of toch maar al mijn geld besteden aan een palazzo (met twee cultuurpunten!), zodat ik een naburige stad kan overvleugelen? Of zal ik maar een steengroeve bouwen, die levert tenminste geld op!

Per definitie wil je te veel tegelijk. Bij ons aan tafel werd dan ook vaak diep nagedacht en soms duurde dat wel erg lang. Wel jammer is dat er in La Città geen oorlog gevoerd kan worden, iets wat toch hoorde bij het renaissancegedrag van Italiaanse steden. In het spel zouden een paar `oorlogskaarten' of desnoods een `pestkaart' heel nuttig kunnen zijn om al te voorspoedige spelers tijdig de pas af te kunnen snijden. Nu dreigt – net als bij Monopoly – dat de rijken steeds rijker worden, en dat is voor de armen nu eenmaal niet leuk.

La Città. Stedenbouw in de Renaissance. Voor 2 tot 5 spelers, vanaf 12 jaar. Duur 1 tot 2,5 uur. Uitgave 999Games. ƒ75,95