Beroepstrots nekt huisarts

De algemene ledenvergadering van de Landelijke Huisartsenvereniging besluit vanavond over verdere acties. De positie van (jonge) huisartsen wordt steeds verder uitgehold, maar van minister Borst valt weinig te verwachten, menen Nico en Marjanke Mensing van Charante.

Huisartsen worden gemangeld tussen de schadeverzekeraars (marktconforme premies) en de zorgverzekeraars (zogenoemde collectieve lasten sinds Lubbers & co). Menig dokter is letterlijk financieel klem gezet door de schadeopnemer, die er niet voor terugdeinst om de premie voor de arbeidsongeschiktheid van een jonge fulltimer in één jaar van 10.000 gulden naar 38.000 gulden te verhogen. Aan de andere kant demonstreert de zorgverzekeraar onwil om een realistische vergoeding tegenover deze actuele actuariële ontwikkelingen te stellen. Als dat wèl zou gebeuren, kunnen huisartsen hun verzekerden wat makkelijker, in ieder geval financieel onbezorgder, verzorgen. Het van verzekeraarskant gebodene wordt aan het publiek selectief gepresenteerd. Het lijkt niet alleen veel, al die duizenden guldens, het is in veel gevallen zelfs meer dan de gemiddelde ziekenfondsverzekerde per jaar verdient, dus – de boodschap van de spindoctors – waar zeuren die lui in feite over?

Alle zogenoemde tegemoetkomingen verdoezelen waarover het de huisartsen thans in ernst gaat. De dokter wil zich best wapenen tegen het marktgedrag van de schadeverzekeraar, maar wordt daarbij dubbel gedwarsboomd. Hoe kun je zo'n sterke premieverhoging betalen zonder dat deze praktijkkosten worden gedekt door inkomsten? Dàt komt weer doordat de verzekeraar zegt: mag niet van de minister.

Realiseert die zorgverzekeraar zich wel dat het de huisarts twee minuten kost om een patiënt met een verstuikte enkel de gevraagde verwijzing naar de fysiotherapeut te verstrekken en twintig minuten om uit te leggen, dat de kwaal – volgens de NHG-standaard – binnen korte tijd zonder verwijzing ook overgaat? Als zorgvuldig werkende huisarts volg je de evidence-based standaarden. Dat is je beroepseer, het zijn `jouw', vaak in vrije tijd in groepsverband totstandgebrachte, zo wetenschappelijk mogelijk gebaseerde standaarden.

Wat is het nettoresultaat van deze beroepsopvatting? Je praat ten gunste van de verzekeraar. Sterker nog: je verdient veel geld voor de verzekeraar en het enige resultaat is burn out voor de dokter en frustratie voor de premiebetalende verzekerde. Krant, radio, tv en internet vertellen voortdurend een heel ander verhaal.

Achttien minuten winst voor de verzekering, maar voor de huisarts? De verhoging van de eigen arbeidsongeschiktheidspremie en de tijdskosten kunnen nèrgens worden verhaald. Zo word je wel arbeidsongeschikt, want meer tijd stoppen in een verantwoorde manier van werken – een patiënt neemt echt geen genoegen meer met zes minuten en een pilletje – en tegelijkertijd zorgen dat je niet burn out raakt, kàn niet voor die prijs.

Realiseert iemand zich dat een gedemotiveerde dokter de duurste van alle artsen is? Die werkt namelijk zonder overleg met collegae, met apothekers en met specialisten in het ziekenhuis, maar verwijst en schrijft voor dat het de patiënt een lieve lust is.

,,Die lui hebben wel vier keer per jaar vakantie'', zoemt het in de volksmond. Realiseert iemand zich dat huisartsen hun vakantie kopen? Gelukkig meestal via ruilhandel, maar geregeld ook door een waarnemer (als ze al te vinden zijn) in te huren voor duizenden guldens, want huisartsenzorg moet constant geleverd worden. En bij terugkomst: gewoon even een weekje tweemaal zo hard werken. Natuurlijk is er verschil tussen de arts in de stad, op het platteland, al dan niet met apotheek.

Verder zijn er aanvallen op het huisartsenvak van de Nederlandse mededingingsautoriteit, was de goodwillregeling bijna uitgekleed en staat de pensioenregeling op de tocht. Resultaat: de huisartsen spartelen in een krachtenveld van een minister die verwijst naar de zorgverzekeraar, en van de zorgverzekeraar die de bal wegens institutionele belangen even hard terugkaatst naar diezelfde minister.

Jonge huisartsen krijgen geen krediet van de bank, opleidingsplaatsen worden niet vervuld, in bepaalde wijken is domweg geen huisarts bereid te gaan zitten, vrouwen – mannen ook – willen slechts in deeltijd werken om zich aan de druk te ontworstelen. De poortwachter, de zeef, de enige tegen wie je gelegitimeerd mag klagen, werkt zich een slag in de rondte en ziet de verzekeraars minzaam achterover leunen.

Stel nu dat alle medische specialisten vanaf morgen de ongezeefde stroom patiënten op zich af zien komen: dìe kapitale verschuiving zou als experiment de moeite waard zijn. In dat gedachte-experiment zouden een paar belangrijke zaken helder kunnen worden. Let wel: deze voorbeelden slaan op evidente besparingen die huisartsen genereren. Het steekt extra dat alle voorgestelde bedragen nu brutaal als de spreekwoordelijke sigaren uit eigen doos worden gepresenteerd.

Minimaal zeventig procent varn de klachten in de huisartsenpraktijk heeft een psychosociale component. Medische specialisten zijn daarvoor niet toegerust. Zij krijgen normaal gesproken hun klanten op een presenteerblaadje geselecteerd.

Nederlandse huisartsen zijn de zuinigste voorschrijvers van Europa, onder meer door systematisch op stofnaam voor te schrijven. De tweede lijn ligt wat dat betreft mijlenver achter. Gevolg: de jaarlijkse stijging van de medicijnkosten zal de huidige twaalf procent ruim overschrijden.

Vroeger heetten zorgverzekeraars gewoon ziektekostenverzekeraars. Dat was wat het woord zegt. Met de naamsverandering zou je verwachten dat de zorg van de zorgverzekeraar zich ook uitstrekt naar de contractanten. Niets is minder waar. Sinds `Dekker' (1987) is het marktdenken in de hoofden van alle 'papershuffelaars' geslopen. Dat heeft iedereen – zieken, niet-zieken, artsen, specialisten en andere verleners van echte zorg aan mensen – kunnen merken. Fusies, reorganisaties, nieuwe `producten', cursussen en congressen houden veel mensen van de straat. Wie houdt eigenlijk toezicht op waar (ons) premiegeld aan wordt besteed? De politiek? Het in dit verband macaberste commerciële product van een ziekenfonds: uitvaartverzekeringen. Het ultieme testimonium debilitatis, de paginagrote advertentie (investering van tussen de half en heel miljoen gulden, opbrengst zero communicatiekracht maar aangename aanvulling van de kranteninkomsten) van Achmea met de titel ONTZORGT, dinsdag jl. in de dagbladen. Als je niet kunt zorgen, dan wel óntzorgen?

De minister is blij dat er een nieuwe euthanasiewet is. Dat kan mooi van pas komen bij het verwachte einde van het buiten Nederland zo gewaardeerde huisartsenvak. Alleen de ondraaglijkheid en de uitzichtloosheid van het lijden moeten nog even worden vastgesteld.

De uitzichtloosheid is bij het huidige beleid van Borst en Wiegel (voorzitter van ZN) al bereikt. Gezien het naar elkaar wijzen van beiden is het een illusie veel beweging te verwachten. De ondraaglijkheid is nog niet duidelijk omdat huisartsen inmiddels gewend zijn om veel ellende voor lief te nemen. Uit beroepstrots doen ze dat kennelijk totdat ze eraan kapot gaan. En dan kan de arbeidsongeschiktheidspremie weer omhoog.

Nico Mensing van Charante is huisarts. Marjanke Mensing van Charante-Spanjer is freelance journalist en redacteur van Care4Cure.nl.