Alleenstaanden

In het artikel `Kinderen knagen aan de koopkracht' worden mensen zonder kinderen in de beklaagdenbank gezet (NRC Handelsblad, 5 mei). Nederland zou aan de Europese top staan van polarisering van mensen met kinderen en kinderlozen. In het artikel wordt de suggestie gewekt dat de schuld voor die polarisatie bij de kinderlozen ligt.

Met de gedane uitspraken worden groepen tegen elkaar uitgespeeld. Een dergelijke stemmingmakerij lijkt het klimaat te moeten scheppen om gezinnen te bevoordelen ten koste van de kinderlozen. Verder schept de selectieve eenzijdigheid een volkomen vertekend beeld van de werkelijke situatie, in het bijzonder van die van de alleenstaanden. De koopkrachtverschillen tussen mensen met en mensen zonder kinderen zouden twintig jaar geleden kleiner zijn geweest. De selectieve eenzijdigheid komt het best tot uitdrukking in de bewering dat een paar met twee kinderen een inkomen moet hebben dat 1,8 keer zo hoog is als dat van een alleenstaande.

Ten eerste zegt dat niets als je tegelijkertijd niet het gemiddelde inkomen van de groep alleenstaanden noemt. Dat ligt aanzienlijk lager dan dat van paren met en zonder kinderen, ook als rekening wordt gehouden met de (veronderstelde) uitgaven van de drie typen huishoudens. Onderzoek van het CBS heeft uitgewezen dat rekening houdend met deze factoren, alleenstaanden gemiddeld een lagere welvaartspositie hebben dan die van paren.

Ten tweede wordt vanuit het vooroordeel geredeneerd dat alleenstaanden een soort kluizenaarsbestaan leiden. Maar ook zij hebben sociale bindingen. Ook zij moeten arbeid met zorg combineren en juist zij hebben behoefte om zorg in eigen kring te kunnen opvangen en te kunnen verlenen. Ook moeten zij de diensten die partners elkaar verlenen, op de betaalde markt kopen.

Ten derde dragen alleenstaanden onder meer via premies en hogere belastingen bij aan de opvoeding van kinderen en zou het vanzelfsprekend moeten zijn dat zij later ook op hún zorg konden rekenen. Alleenstaanden moeten daarentegen absurd hoge eigen bijdragen betalen als zij later door de kinderen van nu in een verpleeginrichting worden verzorgd.