2 Gulden per euro was beter geweest

Lastig rekenen hè, 2,20371 gulden voor een euro. Een koers van 2 gulden per euro zou in meer opzichten een stuk handiger zijn geweest.

Bankpresident Wellink hekelde gisteren in de Tweede Kamer de hoge inflatie, van 4,9 procent en wees erop dat de Nederlandse arbeidskosten sinds 1996 zó hard stijgen dat de Nederlandse concurrentiepositie sneller dan ooit sinds de jaren zeventig verslechtert. Van de verschillende verklaringen voor het uit de hand lopen van lonen en inflatie is er één zeer prikkelend: de gulden is tegen een veel te lage koers de euro ingegaan. De redenering gaat als volgt: de koers van de gulden zit sinds begin jaren tachtig vast op 1,12673 per Duitse mark. Sindsdien werd, na het Akkoord van Wassenaar tussen werkgevers en werknemers, een beleid van loonmatiging gevolgd om de beroerde concurrentiepositie van Nederland te herstellen. Het gevolg daarvan is geweest dat de relatieve prijsontwikkeling van Nederland en Duitsland, gemeten aan de ontwikkeling van de effectieve wisselkoersen van de gulden en de mark op basis van zowel loonkosten als inflatie, ver uit de pas is gaan lopen. Duitsland werd internationaal in snel tempo veel duurder dan zijn kleine buur en handelspartner Nederland.

In een wereld van zwevende wisselkoersen zou de gulden na verloop van tijd dat verschil hebben goedgemaakt, en in koers gestegen zijn ten opzichte van de mark. Halverwege de jaren negentig zou een koers van iets meer dan een gulden per mark de verhoudingen veel beter hebben weerspiegeld. Maar de gulden zat vast in het Europese Monetaire Stelsel (EMS), en revalueren mocht niet.

Twee jaar geleden onthulde De Nederlandsche Bank dat een revaluatie van de gulden ten opzichte van de mark destijds intern is besproken. Uit betrouwbare bron blijkt nu, en dat is nieuw, dat de revaluatie destijds ook daadwerkelijk aan de Duitsers is gesuggereerd. Die waren echter mordicus tegen. Een revaluatie van één munt binnen het EMS had een golf van herschikkingen van andere Europese valuta's in het EMS kunnen starten. En de wording van de ene Europese munt, de euro, in gevaar kunnen brengen.

De gulden mócht dus niet omhoog. En als de munt zelf niet omhoog mag, dan zullen, als niemand ingrijpt, de lonen en prijzen in Nederland een tijdje harder gaan stijgen dan die van Duitsland om het verschil goed te maken. Dat is wat er nu gebeurt. De D-mark gaat voor een koers van 1,956 de euro in. De gulden had er tegen een koers van iets meer dan 2 ingemoeten.

    • Maarten Schinkel