`Tachtig procent heeft geen spijt van abortus'

Christine GeerinckVercammen begeleidt ouders die na een bloedtest abortus laten plegen, omdat de foetus afwijkingen vertoont, zoals Downsyndroom. ,,Je moet mensen de ruimte geven hun eigen weg te zoeken.''

Verreweg de meeste stellen die kiezen voor zwangerschapbeeïndiging wegens een afwijking bij de foetus (zoals het Downsyndroom), kijken achteraf ,,met een goed gevoel'' op deze beslissing terug. Dit stelt Christine Geerinck-Vercammen, wetenschappelijk medewerker en maatschappelijk werker in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Sinds 1985 begeleidt zij stellen die na een negatieve uitslag moeten besluiten of ze de zwangerschap willen afbreken.

Afgelopen week adviseerde de Gezondheidsraad minister Borst een (vrijwillige) bloedtest aan te bieden aan alle zwangere vrouwen. De test spoort afwijkingen zoals Down en een open ruggetje vroegtijdig op en biedt stellen de mogelijkheid de zwangerschap af te breken. Geerinck: ,,Over de bloedtest zelf heb ik geen uitgesproken mening. Zolang je de ouders geen regels oplegt, vind ik het goed de mogelijkheid te bieden. Al geloof ik niet dat veel stellen om de bloedtest zullen vragen. Tachtig procent vraagt al om een echo, die ook redelijke zekerheid biedt over eventuele afwijkingen, en 54 procent ziet bewust af van prenatale diagnostiek. Dat zal niet veranderen.''

Critici menen dat ouders door invoering van de bloedtest voor gecompliceerde keuzes komen te staan.

,,Mijn ervaring in het LUMC en divers wetenschappelijk onderzoek toont aan dat stellen de keuze wel degelijk aankunnen. Tachtig procent van de ouders die ik heb geïnterviewd, zei letterlijk `met een goed gevoel' terug te kijken op hun beslissing tot zwangerschapsonderbreking, ondanks alle verdriet. Waarom? Omdat het volgens hen de minst slechte beslissing was. En omdat ze zich gesteund voelden door hun omgeving.''

In uw promotieonderzoek keek u ook naar twijfels en schuldgevoelens bij ouders.

,,Tussen 1994 en 1998 voerde ik drie gesprekken met 86 stellen die kozen voor zwangerschapsonderbreking. Het eerste gesprek vlak na de ingreep, het tweede zes weken later, het laatste zes maanden later. Daaruit blijkt dat bij vrouwen de twijfel eerst toeneemt, maar dat zij later vrede hebben met hun besluit. Uiteindelijk zeiden negen vrouwen soms twijfel te voelen en hadden er drie serieuze schuldgevoelens. Bij mannen lag dit nog lager. Ouders houden vaak wel lang verdriet. Zeker op bepaalde momenten, zoals rond de uitgerekende geboortedatum en met kerst.''

Ouders met een Downkind, die niet kozen voor zwangerschapsbeeïndiging, verwijten gynaecologen en kinderartsen dat zij onvoldoende voorlichting geven. De informatie over Down zou te negatief zijn.

,,Dat beeld herken ik niet, in het LUMC krijgen ouders echt een totaalbeeld. Als onderzoek Down uitwijst, praat de gynaecoloog uitgebreid met de ouders over de consequenties. Voor zover bekend, vertelt hij ook over de conditie van het kind. Soms komt een multidisciplinair team bij elkaar. De kindercardioloog vertelt dan bijvoorbeeld over mogelijke hartafwijkingen. Ouders kunnen ook altijd bij mij terecht. De enkele keren per jaar dat ouders niet voor zwangerschapsbeeïndiging kiezen, verwijzen wij altijd naar patiëntenverenigingen en lotgenotengroepen voor ouders met Downkinderen.''

In een interview in deze krant zei een vrouw die na een negatieve testuitslag de zwangerschap liet beeïndigen: ,,Mensen die het niet hebben meegemaakt, weten vaak precies wat ze zouden doen. Als het je overkomt, weet je het echt niet.''

,,Dat klopt. Als de uitslag een afwijking uitwijst, komen mensen echt in een crisis terecht. Ze zijn letterlijk de weg kwijt en weten niet wat ze moeten doen. Voor hulpverleners is het belangrijk om hen stilletjes de weg te wijzen. Of liever: de verschillende wegen. Betuttelend of directief optreden mag absoluut niet, je moet mensen de ruimte geven hun eigen weg te zoeken.''

Beïnvloedt je IQ of sociale achtergrond de kans dat je een goede keus maakt?

,,Nee, dat heeft geen invloed. Ik organiseer al jaren gespreksgroepen voor ouders van een levenloos geboren of geaborteerd kind. Daar zitten hoogleraren en werkloze arbeiders naast elkaar. Het is ontroerend om te zien hoe goed zij met elkaar kunnen praten. De verwerking van het verdriet loopt grotendeels synchroon, ze verloren allen een gewenst kind.''