NS bereidde 30 april slecht voor

NS Reizigers en Railverkeersleiding hebben de aan- en afvoer van treinreizigers op Koninginnedag `routinematig' voorbereid. Risico's waren niet geïnventariseerd, de ernst van de crisis is te laat ingezien en het management greep `niet optimaal effectief' in.

Die conclusies staan in de evaluatie die Railverkeersleiding in opdracht van minister Netelenbos (verkeer) heeft uitgevoerd en vandaag naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Op 30 april kwam al het treinverkeer van en naar Amsterdam stil te liggen, wat in de avond leidde tot ernstige rellen waarbij de ME traangas inzette.

Railverkeersleiding schrijft dat Koninginnedag achteraf bezien ten onrechte als een ,,normaal groot evenement'' is ingeschat. ,,De afgelasting van het bezoek van de Koningin, de recente interne organisatieveranderingen (...) alsmede het slepende arbeidsconflict binnen NS Reizigers zijn omstandigheden die de partijen tot grotere alertheid hadden moeten bewegen.'' Railverkeersleiding is de organisatie die namens de overheid de loop van de treinen coördineert en wordt om zijn onafhankelijkheid te waarborgen op steeds grotere afstand van de NS geplaatst.

Uit de evaluatie blijkt dat Railverkeersleiding na de ontvangst van het draaiboek van NS Reizigers heeft gevraagd of er niet van tevoren al een crisisorganisatie moest worden ingericht. ,,Hiertoe werd geen noodzaak gezien'', aldus het rapport. NS besloot met een `versterkte zaterdagdienst' te gaan rijden, zoals de laatste twee jaar gebruikelijk was. Dat plan heeft echter volgens Railverkeersleiding ,,beperkte bijsturingsmogelijkheden en is in geval van ernstige verstorende invloed kwetsbaar''.

Ook op de aanpak van de crisis heeft de verkeersleiding kritiek: Er is niet een duidelijk moment waarop men begon met crisismanagement. De rolverdeling tussen het Plaatselijke Actie Centrum (PAC) van NS op Amsterdam Centraal (,,ervaren doch relatief onbekend met de lokale situatie'') en het crisismanagement dat onder leiding stond van Railverkeersleiding was onhelder. Bijkomend probleem was dat het overzicht van de situatie ontbrak, doordat de informatie over treinen in de computersystemen onvoldoende werd bijgehouden.

Onduidelijk was wat er in geval van crisis moest gebeuren. In het draaiboek van NS stond wel vermeld dat `wachtdienstfunctionarissen' stand-by staan voor calamiteiten, maar ,,criteria hiervoor en acties die dan vervolgens moeten worden verricht zijn niet in het draaiboek terug te vinden''.

Railverkeersleiding uit verhulde kritiek op de niet in het rapport met naam genoemde directievoorzitter van NS reizigers, Nol Döpken, die in het begin van de middag telefonisch de landelijke sturing van NS op zich nam. Niet ongebruikelijk, maar het ,,ter plaatse gaan [had] wellicht de benodigde extra ondersteuning gegeven''.