Karima met het kale hoofd

Het was niet mijn eerste huisbezoek aan deze familie, maar dit keer was ik er als eerste. Even later arriveerden ook twee onderwijzeressen en het gesprek kon beginnen. In drie jaar tijd heb ik tussen dit gezin en allerlei soorten hulpverleners getolkt, maar het vaakst was het voor de school.

Moeder sprak nog steeds geen Nederlands, ondanks de vele cursussen die voor haar waren geregeld. De kinderen waren weer een stuk gegroeid en het oudste meisje, Karima, maakte op mij een vreemde indruk. Ze was pas negen maar had al een dubbele onderkin, ze was erg dik geworden en droeg een hoofddoek met daaronder een geheel kaal geschoren hoofd. Waar was dat voor?

Om dikker en mooier haar te krijgen, zei de moeder.

Karima zei dat het was tegen de beestjes op haar hoofd, repliceerde een van de onderwijzeressen. Dat ontkende de moeder krachtig.

Ik wist dat kaalscheren in Egypte vaak gedaan werd en, voor zover ik weet, werkt het uitstekend. Wanneer het haar van een kind net begint te groeien, zo tussen het eerste en tweede levensjaar, kun je het hoofdje enkele keren kaal scheren om vol en dik haar te krijgen. Maar niet meer met negen jaar!

Nu valt een kaal hoofd minder op onder een hoofddoek, maar toch! Erg bevorderend voor het zelfvertrouwen van het kind leek het me niet.

De onderwijzeressen hadden verschillende kwesties te bespreken met de moeder, die inmiddels gescheiden woonde van de vader. Het meisje kreeg van huis vaak niets te eten en te drinken mee voor tussen de middag. De moeder verzon allerlei smoesjes, maar beloofde, net als alle voorgaande keren, daarvoor te zullen zorgen.

Of het kind deel mag nemen aan gymmen, nadouchen en zwemmen, was de volgende kwestie. Na veel onderhandelen werd afgesproken dat het gymmen, met hoofddoek en al, mocht, mits het in lange broek en T-shirt met lange mouwen gebeurde. Nadouchen mocht ook, zolang er een aparte doucheruimte voor meisjes was. Maar zwemmen, nee, dit mocht niet meer.

Maar vorig jaar mocht ze wel, zeiden de leraressen.

Ja, maar nu is ze negen geworden. Ze draagt nu ook een hoofddoek, was het antwoord.

Ik moet zelf ook een jaar of negen zijn geweest, toen van boven het bevel kwam dat ik niet langer in de zee mocht. We brachten elk jaar de zomervakantie bij familie in Alexandrië door waar we iedere dag naar het strand gingen en met zijn allen in zee speelden. Ik zie mezelf nog, weken na het verbod, iedere dag op het strand naar de zee staren die ineens verboden was, met een ingewikkelde mengeling aan gevoelens die te hevig waren voor een kind van negen: machteloosheid, woede, onbegrip en droefheid, allemaal door elkaar. Vanaf dat moment veranderde ik van een opgewekt kind dat zorgeloos speelde, in een stil meisje, bijna altijd in zichzelf gekeerd.

Dit alles voelde ik opnieuw terwijl ik naar Karima zat te kijken. Ik weet precies hoe je je voelt, meisje, had ik haar willen zeggen. Misschien dat door mijn begrip de kilheid van die wrede wereld iets minder zou zijn geworden. Maar ik mocht dit niet zeggen. Als tolk mag ik me niet in het gesprek mengen. Op zulke momenten valt de professionele neutraliteit me het zwaarst.

In de holst van de nacht denk ik wel eens aan jou, Karima, en aan miljoenen kleine meisjes zoals jij, wier speelse kindertijd abrupt wordt afgebroken door gevoelloze verboden.

En dit is nog maar het begin, kind! Je zult zien dat vanaf deze leeftijd, in naam van religie en traditie, praktisch alles wat je leuk vindt, je zal worden ontnomen. Omdat je een meisje bent. Je zult later veel moeite moeten getroosten om je verpletterde zelfvertrouwen weer op te bouwen.

Maar mij heeft dit alles niet kapot gekregen.

Ik hoop jou ook niet.