FNV-Vijanden

DIAMANTARBEIDER Henri Polak, drijvende kracht achter de eerste `moderne vakbond' in Nederland, wist het 98 jaar geleden al: het is gemakkelijker een staking te beginnen dan te beëindigen. Na de mislukte spoorwegstaking van 1903 werd dit adagium in brede kring gemeengoed. Polaks geesteskind, het sociaal-democratische NVV, (zeventig jaar later met het katholieke NKV gefuseerd tot FNV) spon er garen bij. Als professionele massaorganisatie werd de moderne vakbeweging serieus genomen omdat ze, als het harmoniemodel uiteindelijk faalde, in staat was tot het conflict.

De huidige bestuurders van dezelfde FNV gooien deze erfenis van Polak nu te grabbel. In april heeft FNV-Bondgenoten twee dagen gestaakt tegen het nieuwe dienstrooster, dat volgens machinisten zou leiden tot een geestdodend en dus gevaarlijk `rondje om de kerk'. Dat was, in het licht van de diepgaande crisis bij het zelfstandige staatsbedrijf NS en de nog lopende bemiddelingspogingen, al een onverantwoordelijke stap, die mede werd ingegeven door de behoefte om de categorale concurrent VVMC te laten zien dat ook FNV-Bondgenoten niet terugdeinsde voor radicale actie. De FNV leek niettemin door het oog van de naald te kruipen toen er na drie stakingsdagen en een afkoelingsperiode alsnog overeenstemming werd bereikt met de NS-directie.

Achteraf blijkt zelfs die naald niet bestaan te hebben. Deze week heeft amper vier procent der spoorwegleden van FNV-Bondgenoten het akkoord afgewezen dat onderhandelaar Van den Berg voor de poorten van de hel had weggesleept. De bond is nu radeloos over de redeloze achterban en het eerder bereikte compromis is reddeloos verloren. Het bondsbestuur heeft zijn handen afgetrokken van het conflict. Kortom, FNV-Bondgenoten heeft zich opgeheven als vakbond bij de NS.

BEHALVE VOOR onderhandelaar Van den Berg, die nu naar een andere betrekking moet omzien, lijkt dat op het eerste gezicht niet meer dan een tactisch fiasco voor een vakbond die zijn pretenties niet kan waarmaken. Zo simpel is het echter niet. De NS-directie heeft de stemming bij FNV-Bondgenoten namelijk onmiddellijk aangegrepen om het hele akkoord naar de prullenbak te verwijzen.

De formele redenering is: samen uit, samen thuis. Naar de letter van de overeenkomst met bonden en ondernemingsraad heeft de directie daartoe het recht. Naar de geest speelt ze met vuur. De NS-top lijkt zich te laten inspireren door ex-premier Thatcher, die in Groot-Brittannië ruim twintig jaar geleden het Amerikaanse motto `how to keep the union out of your plant' met succes in stelling bracht tegen de crypto-leninistische mijnwerkersleider Scargill.

Maar er is ten minste één verschil tussen Engeland en Nederland. Anders dan de onrendabele Britse mijnen heeft de NS een maatschappelijke taak: passagiers op een nette manier vervoeren, zodat ze niet de auto nemen. Die opdracht kan de directie niet aan. Door nu, drie weken voor de invoering van het betwiste dienstrooster, te kiezen voor de escalatie, isoleert de leiding haar vijanden niet, maar gooit ze meer olie op het smeulende syndicalistische vuur.

Wellicht heeft het management, net als het kader van FNV-Bondgenoten, zijn rancune niet meer in bedwang. Psychologisch is dat verklaarbaar. Rationeel gezien is het een brevet van onvermogen. Niet alleen de reizigers zijn daarvan de dupe, bij de spoorwegen zelf wordt de crisis zo ook eerder verdiept dan bezworen.