Existentiële roadmovie vol barok

Vanaf de neus van een ondergrondse trein, die rijdt en krijst en uit een tunnel in een grijze dag breekt, lanceert Clara Law in haar nieuwste film The Goddess of 1967 de toeschouwer in een andere realiteit. Dat doet ze nadrukkelijk, met beelden en geluiden, die boven onze alledaagse werkelijkheid lijken te zweven.

In haar voorlaatste film Floating Life (1996) liet Law met veel humor een Chinese familie zien die voor het eerst in Australië aankomt. Alles was licht en wijd. Het was ook Laws eigen eerste blik op Australië. Een jaar eerder was de in Hongkong geboren filmmaakster (onder meer Autumn Moon, 1992 en Temptation of a Monk, 1993) zelf naar Australië geëmigreerd. In The Goddess of 1967 leent zij opnieuw de ogen van een buitenstaander, namelijk van een jonge Japanse man (JM, gespeeld door bokser en fotomodel Rikiya Kurokawa) die naar Australië komt om een Godin te kopen. De `Goddess' uit de titel, oftewel een Déesse, een Citroën DS, een symbool van perfectie. ,,I want to buy God'', zoekt hij via internet. In zijn wereld kunnen mensen alles. Draken temmen, zoals uit zijn grote verzameling zeldzame slangen en hagedissen blijkt, aanvankelijk is hij even koudbloedig als zij. En goden kopen.

Vier jaar na Floating Life is Australië in de ogen van Law (en haar echtgenoot Eddie L.C. Fong met wie zij samen met scenario van The Goddess of 1967 schreef en die de film medeproduceerde) een duister oord geworden. Vol onderaardse geheimen. Waar de gewelddadige natuur van de mens sluimert. Niet meer het land waar mensen goden kunnen vinden, of zelf goden kunnen zijn, met hun eigen wetten, zoals de voorouders van de tweede hoofdpersoon van de film hoopten. Pioniers, die uit de oude wereld van Europa kwamen. BG (de Australische actrice Rose Byrne werd voor haar rol op het Filmfestival Venetië bekroond) is het blinde meisje dat JM naar de eigenaar van de auto moet leiden en samen vertrekken ze in een ongewone roadmovie, die tegelijkertijd een reis in het onderbewuste van de beide protagonisten is, een reis in de schelp van de tijd en naar het hart van de menselijke natuur. En de vraag is of zij daar verlossing of vergelding zullen vinden.

The Goddess of 1967 is een film die door de toeschouwer veroverd moet worden. De eekhoornrode auto, `snoek' werd hij heel wat prozaïscher hier in Nederland genoemd, is daarvoor een goed vehikel. Hij neemt je mee, wordt een thuis voor de twee hoofdpersonen, een vervoermiddel, een vluchtmiddel, een ideaal, iets van vroeger wat nog steeds futuristisch aandoet. Door te werken met op video gedraaide achtergrondprojecties, in plaats van met echte landschappen, die bovendien door een speciaal procédé (bleach-by-pass) zo ontwikkeld werden dat er steeds meer kleur aan het beeld onttrokken werd, laat Law de auto zweven. En soms schieten. Dion Beebes (Holy smoke, Floating Life) camerawerk is indrukwekkend.

Thematisch gezien is de film minder makkelijk binnen te dringen. De existentiële reis van de roadmovie en de maagdelijke liefdesgeschiedenis tussen JM en BG bevinden zich aan de buitenkant van een kluwen van flashbacks waarin seks en levensvragen gecorrumpeerd zijn. Law is wel een humaniste, maar ook een tamelijk ontnuchterende kroniekschrijfster van de menselijke soort in deze film. Soms trekt zij consequenties uit de gebeurtenissen, die niet altijd even vanzelfsprekend zijn. Met name het einde van de film is mij te barok, te overdadig, en maakt het gevaar dat de hele film op de loer heeft gelegen op een nogal potsierlijke manier onschadelijk. Maar misschien is het gevaar wel potsierlijk of onschadelijk. Nadat je The Goddess of 1967 hebt veroverd, wil je hem ook verdedigen.

The Goddess of 1967. Regie: Clara Law. Met: Rose Byrne, Rikiya Kurokawa, Nicolas Hope, Elise McCredie. In: Rialto, Amsterdam; Haags Filmhuis, Den Haag; Lantaren/Venster, Rotterdam; 't Hoogt, Utrecht en nog 4 theaters.