Een paradijs in halve bollen

Het Eden Project ligt zo'n vijf kilometer ten oosten van St. Austell in Cornwall, aan de zuidkust van Engeland. Maar zelfs van dichtbij is de tuin niet te zien. Alleen vanuit het bezoekerscentrum kan men in de diepgelegen groeve kijken: op een terrein dat even groot is als vijftig voetbalvelden, liggen gigantische halve bollen die elk een eigen biosfeer vormen. De grootste, Human Tropics Biome, is honderd meter breed en even hoog als de Tower of Londen. Hier huist een compleet regenwoud met tropische planten uit het Amazonegebied, West-Afrika en Maleisië. De Warm Temperate Biome is met 35 meter iets kleiner en biedt onderdak aan olijf- en citroenbomen uit het mediterrane gebied. Er is ook nog een derde biosfeer zonder dak waar planten uit de directe omgeving groeien.

De enorme halve bollen maken de meeste indruk. Ze zijn opgetrokken uit reusachtige plastic zeshoeken. Elke zeshoek is ten minste negen meter groot en vervaardigd van een uiterst sterke fluorpolymeer ETFE (ethyltetrafluorethyleen). Deze kunststof laat ultraviolet door en verweert niet door zonlicht. De bollen moeten dan ook zeker dertig jaar meekunnen.

Omdat de bollen gedeeltelijk tegen een rotswand liggen, wordt de zonnewarmte gedurende de dag geabsorbeerd en 's nachts weer afgegeven. Zo kan de temperatuur van de Humid Tropics Biome constant worden gehouden. Ook regenwater wordt opgevangen en hergebruikt. In de Humid Tropics Biome kan met sproeiers een tropische regenbui gestimuleerd worden. Er zijn talrijke berekeningen en computersimulaties gemaakt om te onderzoeken hoe de warme lucht, die via ventilatoren in de bollen wordt geblazen, zich door de gigantische ruimten verspreidt.

Het Eden Project doet nog het meest denken aan Burgers' Zoo in Arnhem. Ook daar gaat onder een immens dak een reusachtige stalen constructie een tropisch bos schuil. Toch zijn er belangrijke verschillen. The Eden Project biedt geen onderdak aan dieren, los van een paar vogels en wat insecten. Daarnaast heeft The Eden Project vooral een educatieve functie: bezoekers krijgen te zien wat de relatie is van planten tot alledaagse producten als tijdschriften, autobanden en tandpasta. Ook worden er bedreigde planten gekweekt, zoals een zeldzaam bergplantje uit Chili.

The Eden Project is het geesteskind van de in Nederland geboren Tim Smit, wiens vader piloot was bij de KLM. Hij studeerde archeologie aan de Universiteit van Durham en als archeoloog heeft Smit dan ook nog nog enige tijd gewerkt in het Bowes Museum in Barnard Castle. Vervolgens stortte hij zich op de muziek. Smit wist hij het zelfs te schoppen tot producer van de Amerikaanse zanger Barry Manilow, maar toen hij niet langer kon genieten van het succes, trok hij zich terug in Cornwall. Daar raakte hij begin jaren negentig betrokken bij een van de grootste tuinrestauraties uit de Engelse geschiedenis, de overwoekerde Victoriaanse tuinen van het landgoed Heligan in Mevagissey, op nog geen half uur rijden van Eden. Hij schreef er een boek over dat ook in het Nederlands is vertaald en Channel 4 wijdde er een televisieprogramma aan dat enkele jaren geleden ook in Nederland te zien was.

In '94 zocht Smit een nieuwe uitdaging en al rijdend door Cornwall ontdekte hij toevallig een leegstaande groeve, de ideale locatie voor de Moeder aller Tuinen. Voor de uitvoering van zijn plannen was Smit aangewezen op een subsidie van de Millennium Commissie, dezelfde instantie die ook de omstreden Millennium Dome in Londen heeft gefinancierd.

De bouw van het project was een stuk lastiger dan de financiering. De bodem leende zich eigenlijk niet voor het project, maar die beperking leidde wel tot de vondst van de enorme bollen.

Hoewel het Eden Project nogal geïsoleerd ligt, is aan belangstelling geen gebrek. Het bezoekerscentrum heeft nog voor de officiële opening al 500.000 belangstellenden getrokken. Met 750.000 bezoekers per jaar moet The Eden Project een van de belangrijkste toeristenattracties van Engeland worden.