Een heilige met emmer

Een jaar nadat de ontploffing van de nabijgelegen vuurwerkopslagplaats het gebouw flink beschadigde, is het gerestaureerde Rijksmuseum Twenthe in Enschede weer voor het publiek geopend met een tentoonstelling over middeleeuwse sculptuur. Op een wat navrante manier is een van de tentoongestelde houten heiligen toepasselijk voor de situatie. Want had die afschuwelijke vuurzee zich in de Middeleeuwen voorgedaan, dan zou er zonder twijfel een speciale belangstelling zijn gerezen voor Florianus van Lorch. Hij werd destijds aangeroepen tegen calamiteiten van hoog water, storm en droogte, maar ook tegen brandgevaar, en was de schutspatroon van brandweerlieden. Het beeld van Florianus, van de hand van een Beierse meester uit het begin van de 15de eeuw, toont geheel volgens de iconografische traditie een sierlijke, geharnaste figuur die een emmer water leeggiet over een brandend miniatuurhuis aan zijn voeten.

Dit beeld is ook exemplarisch voor de expositie, die een selectie bevat uit de privé-collectie van de Tilburgse hoogleraar Bedrijfseconomie H.O. Goldschmidt. Zo'n tachtig werken geven een beknopt, en verre van volledig, overzicht van de sculptuur in de Zuidelijke Nederlanden en het huidige Duitsland van de 14de tot de vroege 16de eeuw. De Zuid-Duitse Florianus is duidelijk een product van niet de allergrootste beeldsnijder van zijn tijd. Maar het beeld is evengoed van een behoorlijke kwaliteit en, wat ook bij andere tentoongestelde werken opvalt, het heeft nog een groot deel van zijn oorspronkelijke veelkleurige beschildering.

Toch wringt er iets aan het werk, en dat betreft de authenticiteit van de attributen waaraan de heilige herkenbaar is: de emmer in zijn hand en het brandende huisje zijn niet origineel en zullen pas later in deze vorm aan het beeld zijn toegevoegd. Iets dergelijks geldt bij andere geëxposeerde beelden voor de polychromie. In nogal wat werken is de originele beschildering aangevuld met gedeelten – zoals in de gezichten – waarvan je je nauwelijks kunt voorstellen dat ze uit dezelfde tijd als het houtsnijwerk dateren. Ondanks zulke latere toevoegingen maken de werken toch bepaald geen overgerestaureerde indruk. Het samengaan van origineel en toevoeging, en in andere werken juist het fragmentarische karakter, bepalen voor een belangrijk deel de charme van deze tentoonstelling.

Naast een groot aantal losse Madonna's en heiligen zijn er opvallend veel brokken van reliëfs en onderdelen van grote gesneden altaarretabels. Geïsoleerd uit hun oorspronkelijke omgeving, komen ze soms aandoenlijk onbeholpen, soms uitgesproken komisch over. Een Zuid-Nederlandse meester bijvoorbeeld maakte aan het einde van de 15de eeuw een beeld van de flauwvallende Maria, zoals ze in talloze kruisigingsvoorstellingen voorkomt. Zo los van alle andere figuren die in dat verhaal een rol spelen, vallen haar buitenproportioneel grote hoofd en neerhangende arm op, en zonder de apostel Johannes om haar op te vangen, overtuigt de neerzijgende houding absoluut niet. Veel aardiger zijn de twee figuren die over zijn van een Aanbidding van het Christuskind door een Antwerpse beeldsnijder uit omstreeks 1500. Links knielt Maria neer voor het inmiddels verdwenen kind, direct achter haar staat een herder uit een oorspronkelijk ook groter groepje, met bolle wangen op een doedelzak te blazen. Door de min of meer toevallige concentratie op deze twee figuren wekt de combinatie een vervreemdende indruk, waarin vooral medelijden met de heilige Maagd op zijn plaats is, niet om haar smarten, maar om het getoeter in haar oren dat ze zich in haar devote aanbidding moet laten welgevallen.

Een ander Antwerps fragment uit dezelfde periode toont twee discussiërende schriftgeleerden. De mannen zitten tegenover elkaar terwijl ze in heftig gesprek zijn over een passage in het grote boek dat ze samen vasthouden. Hun in feite onbeduidende gewichtigdoenerij wordt onderstreept door hun bespottelijke uiterlijk: de een heeft een enorme neus scheef in zijn dommige gezicht staan, terwijl de pseudo-geleerdheid van zijn metgezel wordt geridiculiseerd door een bril met zwaar montuur. Zulke bijfiguren, die hier juist door de fragmentarische staat van de werken waarin ze een rol spelen in het oog vallen, stelen de show in deze tentoonstelling. Veel meer dan de Madonna's en de geijkte heiligen zijn dat figuurtjes van op het land werkende monniken uit een cyclus van monastieke reliëfs, zwierig geklede soldaten die ooit deel uitmaakten van een Kruisigingsgroep, of omstanders bij een Kruisdraging wier gezichten een catalogus vormen van uitdrukkingen van angst en medelijden, woede en hemelse vervoering.

Tentoonstelling: Hemelse beelden; de middeleeuwse sculpturen uit de collectie Goldschmidt. Rijksmuseum Twenthe (Lasondersingel 129-131, Enschede). T/m 8/7. Brochure: ƒ12,50.

Gerectificeerd

Heiligenbeeld

Bij het artikel Een heilige met emmer (in de krant van woensdag 16 mei, pagina 9) stond als foto-onderschrift vermeld `Madonna'. Dit had moeten zijn `Heilige Barbara'.