Doden op `Dag van Grote Ramp'

In bloedige confrontaties tussen het Israëlische leger en Palestijnse demonstranten zijn gisteren, op de 53ste verjaardag van de stichting van de staat Israël, zeker vier Palestijnen gedood.

Een Israëlische vrouw werd op de Jordaanoever doodgeschoten.

Overal in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever herdachten de Palestijnen gisteren de verjaardag – die voor hen bekend staat als ,,de Dag van de Grote Ramp''. Vandaag werd in de Gazastrook een 14-jarige jongen gedood.

In Ramallah schoten Israëlische scherpschutters in een menigte Palestijnse betogers. Volgens de Palestijnen mikten ze daarbij gericht op individuele stenengooiers, ook nadat dezen waren opgehouden met het gooien van stenen. Dat komt – zo zei later de Palestijnse minister van Informatie Yasser Abed Rabbo – neer op ,,een nieuw beleid van het direct en bewust vermoorden van Palestijnen zelfs als er niet met stenen wordt gegooid''. Een woordvoerder van het Israëlische leger sprak dat tegen: de soldaten zouden pas hebben geschoten toen er vanuit de menigte op hen werd gevuurd. In Ramallah vielen één dode en zes gewonden. Een Franse televisiejournalist werd, sprekend voor de camera, door een kogel in de borst geraakt. Hij overleefde dankzij zijn kogelvrije vest. Het Israëlische leger ontkende eerst op de verslaggever te hebben geschoten, maar beloofde later een onderzoek in te stellen.

In totaal vielen onder Palestijnen gisteren vier doden en meer dan tweehonderd gewonden. In Maale Mikhmas op de Westelijke Jordaanoever werd een Israëlische koloniste door een Palestijnse sluipschutter gedood toen ze in haar auto reed. Haar vader, die naast haar zat, raakte gewond. De moord werd later opgeëist door een groep die zei wraak te hebben willen nemen voor de dood van vijf Palestijnse politiemannen, eerder deze week. Sinds het begin van de intifadah in september vorig jaar zijn nu 536 doden gevallen: 441 Palestijnen, 79 Israëliërs, dertien Israëlische Arabieren, twee Roemenen en een Duitser.

Op talrijke plaatsen stonden de Palestijnen gisteren stil bij wat zij kennen als de Nakba, ofwel Grote Ramp – de stichting van de staat Israël. Ter gelegenheid van de Nakba hield de Palestijnse leider Yasser Arafat een toespraak op de televisie waarin hij, zonder Israël met name te noemen, zei dat de Palestijnen bereid zijn tot vrede ,,terwijl beulen door poelen bloed lopen, met hun militaire escalatie en hun belegering van onze steden''.

De toespraak was tevoren opgenomen: Arafat was gisteren in Kairo. Dat leverde hem van Israëlische kant het verwijt op zich uit de voeten te hebben gemaakt om te voorkomen dat hij de schuld zou krijgen van door Palestijnen op de Dag van de Grote Ramp veroorzaakt geweld.