David Lynch bewijst ongelijk van Godard

Zo'n dag als gisteren maak je zelfs in Cannes niet vaak mee. Om half negen als ontbijt de derde film van regisseur Sean Penn, The Pledge, naar het al minstens drie keer eerder verfilmde toneelstuk van Friedrich Dürrenmatt over de jacht op een kindermoordenaar (de laatste versie was The Cold Light of Day van Rudolf van den Berg). Jack Nicholson speelt de hoofdrol van een oudere politieman, die geen genoegen neemt met de meest voor de hand liggende verdachte. Penn stopt de film vol met virtuoze gastrolletjes van grote acteurs en zet de symboliek nogal zwaar aan. Op een ander soort dag zou je met zo'n film in je nopjes kunnen zijn.

Tegen elven staat er duwen en trekken op het programma, om een klein zaaltje met de enige persvoorstelling van de nieuwe Godard-film binnen te komen. Dat lukt niet, maar er wordt een herkansing geboden later op de dag. De reden van deze ongelukkige organisatie: de meester verbood meer voorstellingen, in de hoop op trammelant en dus een beetje extra publiciteit. Door snel de bakens te verzetten is er om elf uur nog plek te vinden bij What Time Is It There?, de nieuwe film van Tsai Ming-liang, de Antonioni van Taiwan. Met zijn vaste hoofdrolspelers, die altijd de vader, de zoon en het meisje vertolken, maakte Tsai opnieuw een schitterend geconstrueerde film over eenzaamheid en verlangen. De vader gaat in de eerste minuten dood, het meisje gaat naar Parijs, de zoon verzet zo veel mogelijk horloges en klokken in Taipei naar de Franse tijd. Hij huurt Les 400 coups in de videotheek, zij ontmoet de oude Jean-Pierre Léaud op een begraafplaats in Parijs. Mijn dag is nu al goed.

In de voormiddag is The Anniversary Party het regiedebuut van de acteurs Jennifer Jason Leigh en Alan Cumming te zien. Zelf spelen ze in deze Amerikaanse Dogma-achtige film de gastheer en -vrouw van een Hollywood-partijtje, dat uit de hand loopt wanneer Gwyneth Paltrow xtc uitdeelt. Een mooi scenario van de beide regisseurs, dat verdienstelijk is uitgewerkt, maar nogal aan de oppervlakte blijft.

Om vijf uur legt Jean-Luc Godard in zijn bundel visuele en vooral verbale aforismen L'éloge de l'amour uit wat er mis is met de Amerikanen. Ze hebben geen geschiedenis, en moeten dus beelden van andere culturen kopen of stelen. Intussen halen Franse kinderen in klederdracht handtekeningen op om een Bretonse nasynchronisatie van The Matrix te bepleiten en lezen Franse acteurs uitspraken van Robert Bresson voor. Godard blijft prikkelen, maar heeft er wel steeds meer woorden voor nodig.

Om zeven uur geeft David Lynch Godard ongelijk. Mulholland Drive, Lynch' beste film sinds Blue Velvet, is onder meer een portret van Hollywood en graaft diep in de beeldenschat van de Amerikaanse film- en televisiecultuur. Alle - onbekende - acteurs in deze kruising tussen Sunset Boulevard en Pulp Fiction gedragen zich als karikaturen van filmpersonages. Totdat vlak voor het einde Lynch zijn traditionele zwaai maakt naar een ander realiteitsniveau en we via een adembenemende theatervoorstelling van de droom in de werkelijkheid belanden, of andersom. Veel raadsels blijven onopgelost, dus er valt lang na te praten. Maar de volgende ochtend om half negen is er alweer de nieuwe film van Jacques Rivette.

    • Hans Beerekamp