Crisisbestrijding

EEN KLEINE CRISIS voor het Crisis Onderzoeks Team, de rampenvorsers van de Leidse hoogleraar Rosenthal. De Tweede Kamer twijfelt sterk aan de onafhankelijkheid van het team, dat in opdracht van minister Brinkhorst (Landbouw) de bestrijding van het mond- en klauwzeervirus evalueert. Rosenthals bedrijf bleek eerder al betrokken bij de voorbereiding van het MKZ-beleid, dat het nu zelf aan het onderzoeken is. Gevolg: het onderzoeksbureau staakt zijn evaluatie. De minister legt zich daarbij neer omdat hij hecht aan zijn eigen integriteit en die van het hele proces. Twijfels daarover zijn uit den boze. Brinkhorst moet nu op zoek naar een ander bureau.

Het siert het Crisis Onderzoeks Team dat het zich terugtrekt. Het kon ook moeilijk anders, gezien de terechte kritiek vanuit de Kamer. Zuiverheid bij een onderzoek naar een zo belangrijke kwestie gaat voor alles. Het was beter geweest als dit van tevoren was bedacht – niet in de laatste plaats door de beleidsmakers op het departement zelf. Het feit dat de onderzoekers sinds 1998 een contract met het ministerie van Landbouw hebben voor vijf crisisbestrijdingsprojecten, blijkt uiteindelijk een troeblerende factor te zijn. Het contract is niet openbaar aanbesteed en het ministerie weigert te zeggen welk bedrag ermee is gemoeid. Op zichzelf zegt dat weinig over de integriteit van het Crisis Onderzoeks Team. Dit bedrijf probeert zoveel mogelijk graantjes mee te pikken van de onderzoeksverslaving bij departementen. Dat is het goed recht van Rosenthal en de zijnen. Maar een (bijna)-monopoliepositie bij het onderzoek naar rampen en ander onheil roept nu eenmaal vragen op. Ook adviesbureaus behoren dat te weten. Zijn ze werkzaam voor `Den Haag', dan is bovendien transparantie gewenst: wie zijn ze, wat doen ze precies en hoeveel kosten ze. Het Crisis Onderzoeks Team kan nu zijn eigen positie in deze `crisis' gaan evalueren.