Ambulancebroeder eet jachtschotel

Het Hofpoortziekenhuis. De adjunct-directeur Beheer zegt: ,,Nu is ons bedrijfsrestaurant nog een zakelijk gebeuren van 250 vierkante meter waarin medewerkers en bezoekers met hun dienblad langs counters worden geleid. Straks, na de verbouwing, hebben we hier een soort marktplein met een terrasachtige opzet waar medewerkers en bezoekers in de ene hoek een croissant kunnen kopen en in de andere hoek een hard broodje paté. Er wordt gesproken over een plek waar men een lekker schepijsje kan halen. Daarop vooruitlopend bieden we sinds een maand maaltijden aan die men mee naar huis kan nemen. Prettig voor werkende moeders, maar ook voor patiënten die hier zijn voor een dagopname. Die maaltijden beginnen nu leuk te lopen. We zijn alleen nog zoekende om ze aantrekkelijker te presenteren. Het is een hotelmatige visie. Het product moet een traiteurachtige uitstraling hebben. Je ziet de hele catering opschuiven van kostenpost naar bron van inkomsten. We hebben geen commerciële doeleinden, maar als we een stukje winst kunnen halen, waarom niet?'

Op de eerste verdieping, waar het bedrijfsrestaurant nu nog is, schuiven Jacco van Leeuwen en Wout van Oudenaarden net met hun dienblad bij hun collega's aan. Ze zitten op rieten stoelen, aan lange tafels. Jacco van Leeuwen is ambulance-chauffeur, Wout van Oudenaarden ambulanceverpleegkundige.

De een eet soep en twee witte broodjes met kaas. De ander jachtschotel met rijst en groente, en als toetje chocolademousse. Het is kwart over een, ze hebben er bijna 24 uur dienst opzitten. Als de mobilofoon nu gaat, zeggen ze, zijn hun collega's het eerst aan de beurt. ,,Daarom durf ik warm te eten', zegt Wout van Oudenaarden.

Jacco, van de twee broodjes, zegt dat hij eet waar hij zin in heeft. ,,Ik let nergens op.'

,,Ik wel', zegt Wout. Hij lacht en wijst naar zijn overbuurman. ,,Ik plaag hem graag met zijn overgewicht.'

Jacco: ,,Dat is toevallig iets hoger ja.'

Wout: ,,Ga eens staan.'

Jacco: ,,Dat bedoel ik. We zitten te veel.'

Wout: ,,Je ziet het bij mij niet zo, maar ik heb ook een buikje hoor.'

Jacco: ,,Soms doe je een hele nacht niks.'

Wout: ,,Je bent toch snel geneigd om een kroketje te nemen. Nu is het mooi weer. Nu fiets ik naar mijn werk. Dat scheelt.'

Een van de kinderartsen komt aan tafel zitten en begint te praten met hun collega's. Wout en Jacco luisteren mee. De kinderarts wil het nog even hebben over een kindje dat vorige week een ongeluk kreeg.

De mannen van de ambulance hadden hem midden in de nacht thuis opgehaald. Maar het was toch te laat geweest. ,,Dingen met kinderen zijn het moeilijkst', zegt Jacco. ,,Een jongetje sliep bij zijn vader in bed, zijn moeder was naar haar werk. De vader was plotseling overleden. Het jongetje had hem proberen wakker te maken met een washandje.'

,,We probeerden een jonge vrouw te reanimeren', zegt Wout. ,,Haar kindje van veertien maanden kwam lachend naar me toe kruipen.'

,,Een meisje van wie de ouders net waren verongelukt zei: nou ben ik alleen', zegt Jacco.

,,Mensen denken dat wij hard zijn', zegt Wout. ,,Maar harde mannen halen hier hun pensioen niet.'

,,Hé', roept een van de collega's tegen Jacco. ,,Jij wordt toch weer vader? Ik heb een advies voor je. Als je een baby rustig wil krijgen, moet je hem inbakeren.'

Verpleegkundigen eten anders dan consultants. Het economiekatern E eet iedere week mee in een bedrijfsrestaurant. Deel 2 van een serie, op woensdag.