Zondeval

De hoge woorden moeten er meteen maar even uit: met de dood van Perry Como is de showbusiness zijn laatste pleitbezorger van de onschuld van de wereld kwijtgeraakt. Een nieuw tijdperk is definitief aangebroken.

Toen Perry Como in 1948 met zijn tv-show in Amerika begon, aldus de Washington Post, stonden er in dat land nog maar één miljoen tv-toestellen. Eén miljoen! Als daar drie, vier miljoen Amerikanen mee werden bereikt, kom je aan de kijkdichtheid van het Eurovisie Songfestival alleen al in Nederland.

Sindsdien is de televisie in hoog tempo het invloedrijkste medium geworden. De ontlezing is nu al zo ver voortgeschreden dat een deskundige gisteren in deze krant zei dat kranten ,,vooral worden gemaakt voor een generatie die over twintig jaar dood is''. En wat hebben we ermee bereikt? In Nederland een achttiende plaats op datzelfde Eurovisie Songfestival, wat nog altijd verre te verkiezen valt boven de machtsgreep van de televisie in Italië die `Berlusconi' heet.

Tussen Perry Como en Jerry Springer gaapt een kloof die in tijd gemeten slechts een halve eeuw bedraagt, maar wat betreft mentaliteit gaat het om lichtjaren. Onlangs zapte ik even langs een of andere vrouwelijke epigoon van Springer en zag het vertrouwde beeld: jonge mensen die elkaar aan stukken scheuren met de kwaadaardigste verwijten. (,,Je stinkt'', zei een jongen over zijn verloofde tegen het dolenthousiaste publiek.)

Perry Como kwam in de jaren vijftig ook op de Nederlandse tv. Op zaterdagavond dronk ik, op de rand van de puberteit, chocolademelk en keek naar Perry Como die zong: ,,Hot Diggity, Dog Diggity, boom, what you do to me!'' Mijn vader, die meer van Duitse operettezangers hield, keek af en toe wantrouwig over zijn krant en zei: ,,Die kerels kunnen eigenlijk niet zingen.'' Buiten strekte de provinciestad zich uit, en gaapte.

De kiemen voor Jerry Springer werden toen al gelegd, maar we hadden het nog niet in de gaten. Waar is het begonnen? Bij Elvis Presley?

Nee, eerder nog. Er kwam bij Perry Como af en toe een gast langs die met zijn houding losjes suggereerde dat de zondeval op tv een nog nauwelijks ontgonnen gebied was. Het was óók een kapperszoon van Italiaanse komaf: Dean Martin. Zijn teksten waren even zoetig als die van Como, maar zijn mimiek verried onkuisere gedachten. Geile Dean. Hij stond er altijd een beetje lacherig en lodderig bij, alsof hij nog maar enkele seconden tevoren een paar danseresjes in de billen had geknepen.

Como zong van de liefde, Martin van de lust. Martin won het. Como raakte nog tijdens zijn leven vergeten, Martin werd onderwerp van een prikkelende biografie met als sleutelzin: ,,Seks was voor hem ongeveer even heilig als het snuiten van zijn neus.'' En ergens in de Amerikaanse provincie schoof een jongen, genaamd Jerry Springer, zijn kop chocolademelk opzij en zei: ,,Nu weet ik hoe het moet.''