Veemarkt biedt beste prijs en beste koe

Boeren zijn tegen de verdwijning van de veemarkt, die minister Brinkhorst bepleit. ,,Op de veemarkt zie je de koeien. Dat is belangrijk. De ene slager wil een dunne koe, omdat hij daar worst en gehakt van wil maken. Een ander wil een dikkere koe, om vet te mesten.''

Als er een einde komt aan de meer dan duizend jaar oude traditie van de veemarkt in Nederland, heeft één man daar sterk de hand in gehad: varkensvoorman Chris van Gisbergen, van land- en tuinbouworganisatie LTO. Vorig jaar februari pleitte hij als eerste voor afschaffing van de acht overgebleven veemarkten, waar overigens geen varkens, maar runderen, kalveren en schapen worden verhandeld. Veemarkten zijn een achterhaald verschijnsel redeneert Van Gisbergen: boeren komen er niet meer, alleen handelaren. En het risico op ziekteverspreiding – waar ook de varkenshouders last van hebben – wordt door de markten alleen maar groter.

Vorige week herhaalde hij zijn uitspraken, aangespoord door de MKZ-crisis, en door aanstaande adviezen van de commissie Wijffels over de toekomst van de veehouderij. Dit weekeinde viel Brinkhorst Van Gisbergen bij: goed idee, dat einde van de veemarkt, vindt hij.

Woedend zijn ze nu op Van Gisbergen, de veehandelaren. ,,Geen fatsoen'', fulmineert Piet Thijsse, voorzitter van de Nederlandse Bond van Handelaren in Vee (NBHV). ,,Treurig'', zegt Gosse Bootsma, directeur van de veemarkt in de IJsselhallen in Zwolle en lid van de Groep Nederlandse Veemarkten (GNV). ,,Een onbesuisde, ongeleid projectiel-achtige uitspraak'', oordeelt Rein Boersma, als voorman van de veehouderij binnen LTO nauw gelieerd aan Van Gisbergen.

De woede komt niet uit de lucht vallen. Van Gisbergens uitval leidde vorig jaar tot schrik en overleg in de sector. En juist vanmiddag, ruim een jaar later zitten veehandelaren, veemarkten en LTO klaar voor het laatste overleg. Inzet: de veemarkt moet blijven, maar anders. De partijen zijn het erover eens dat schapen, runderen en kalveren voor slacht of afmesterij niet meer tegelijk op één markt mogen worden verhandeld. Fokvee dat van boer naar boer wordt verhandeld, mag helemaal niet meer via de markt.

Voor het vee via de markt komt er een register van herkomst en bestemming van elke verhandelde koe en kalf. En er komen minder markten: van de acht die er nog over zijn, moeten op termijn alleen de vijf grootste, overdekte hallen in Leeuwarden, Zwolle, Den Bosch, Utrecht en Leiden blijven. ,,Een perfecte regionale spreiding'', vindt de Zwolse veemarktdirecteur Bootsma namens de GNV. Het enige probleem: de drie `kleintjes', in Purmerend, Doetinchem en Groningen, sputteren nog tegen. In Groningen zijn zelfs vergevorderde plannen voor een nieuwe, overkapte markt: volgende maand wordt de eerste paal geslagen.

In de branche bestaat grote overeenstemming dat de veemarkt niet de ziektehaard is die de varkenshandelaar er in ziet. ,,Als ze de veemarkten sluiten, moeten ze ook de ziekenhuizen dicht doen'', zegt veehandelaar E. Van de Linde (71) uit het Twentse Vollenhove. ,,Daar komen namelijk voor de mensen de meeste bacteriën bij elkaar.'' ,,Er is nog nooit een ziekte via de markt verspreid'', zegt voorzitter G. Reekers van de Overijsselse bond van Handelaren in vee. ,,Het is nooit bewezen,'' zegt marktmeester F. Hoekema van de Leeuwarder veemarkt. En je kunt er iets tegen doen: ,,Wij hebben een goede schoonmaakplaats en bij elke veemarkt zijn controles''.

Op de veemarkten worden jaarlijk zo'n anderhalf miljoen runderen, kalveren en schapen verhandeld, met een handelswaarde van 1,4 miljard. Dat is zo'n twintig procent van de totale veehandel. De rest gaat direct van boer naar boer, afmesterij of slachterij. Vraag het aan een willekeurige handelaar, en hij noemt de veemarkt als voornaamste mechanisme voor de prijsvorming: de tachtig procent die niet via de veemarkt gaat, richt zich toch naar de prijs die daar ontstaat. Veehandelaar D. de Jong uit het Friese Rijperkerk: ,,Als de koeien niet meer op de veemarkt verhandeld worden scheelt dat de boer twee- à driehonderd gulden per koe die hij wil mesten.'' Voorzitter G. Reekers van de Overijsselse bond van Handelaren in vee, vreest de machtspositie van de vier, vijf grote slachterijen als alles rechtstreeks bij de boer wordt opgekocht: ,,Zo'n slachterij krijgt dan een monopolie-positie'', zegt Reekers.

Op de markt krijgt de boer zijn beste prijs en de opkoper de beste koe, zeggen betrokkenen. De functie van een veemarkt is dat een opkoper kan kiezen uit verschillende runderen en kalveren. ,,Die selectie is heel belangrijk. Een koe is niet zo'n uniform product als een varken. Inkopers zoeken speciale kalveren voor een mesterij'', vertelt Hoeksma uit Leeuwarden. Veehandelaar De Jong: ,,Op de veemarkt zie je de koeien. Dat is belangrijk. De ene slager wil een dunne koe, omdat hij daar worst en gehakt van wil maken. Een ander wil een dikkere koe, om vet te mesten of om te exporteren.''

Dat belang van het alleen fysiek te maken onderscheid is ook de reden waarom de handelaren niets zien in een alternatief in opkomst: de virtuele veemarkt. ,,Ik wil de rug van een schaap voelen'', zegt de ene handelaar. ,,Een koe is geen paar klompen'', zegt de oude veehandelaar Van de Linde: je moet erin kunnen knijpen. Dat onderschrijft veemarkt-directeur Bootsma uit Zwolle. Toch ziet hij wel een toekomst voor de electronische veemarkt van Nederland, die hij leidt: veemarkt.nl. Op grond van gegevens over afstamming en ras kan de koper van fokvee via internet volgens hem een goede inschatting maken. Op de markt kun je de beste dieren beter niet verkopen: daar krijgen ze wegens het contact met andere dieren en de kans op ziekten meteen de laagste gezondheidstatus.

Het is dus vooral voor slachtvee dat knijpen en keuren cruciaal is. Als de marktplaats verdwijnt, verplaatst die handel zich naar ,,honderden schuren op het platteland'', verwachten de handelaren. Schapenhandelaar J. Geerts uit Staphorst koopt wekelijks 300 schapen op de markten in Leeuwarden en Zwolle. ,,Als ik in plaats daarvan naar 20 boeren moet rijden met mijn wagen, kan ik ook ziektes verspreiden.''