Ramp op ramp

Lang geleden sloten God en de duivel een weddenschap af. `Wedden dat Job niet meer zo'n vrome kerel is en u zal vervloeken als u hem met ramp op ramp slaat en hem zijn rijkdom en vele bezittingen afneemt?', zei de duivel uitdagend. `Laten we inderdaad eens kijken hoe hij reageert', antwoordde God. De almachtige was wel in voor een satanisch verzetje of op zijn minst nieuwsgierig naar de diepte van Jobs godvrezendheid.

Zo gebeurde het dat Job, die van de weddenschap natuurlijk geen weet had, plotseling door de ene ramp na de andere werd getroffen. Zijn vee werd geroofd en verbrand, zijn vele knechten troffen hetzelfde lot. Jobs kinderen werden verpletterd onder een huis dat door een windhoos instortte. Bodes liepen af en aan om hem jobstijding na jobstijding te brengen. Uiteindelijk had Job niets meer. Hij zat naakt op de grond. Met toestemming van God bedekte de duivel Jobs lichaam ook nog eens van onder tot boven met akelig jeukende zweren.

Dat is zware pech. Dat zijn rampen om helemaal wanhopig, laaiend en verdrietig van te worden. Jobs lotgevallen en vooral zijn reactie op wat hem overkomt zijn daarom interessant. Het boek Job is dan ook door velen die van andermans leed leven, schrijvers van zelfhulpboeken zoals Harold Kushner auteur van `When bad things happen to good people', literatoren en natuurlijk theologen eindeloos geanalyseerd. Een van de meest verhelderende interpretaties is `Belichting van het bijbelboek Job' van de theoloog Walter Vogels uit 1989. Het betreft een semiotische studie over de wijze waarop Job over zijn leed zwijgt, redeneert, twijfelt en profeteert. Vogels maakt duidelijk dat de duivel zijn zin niet krijgt. Want wat Job ook zegt of denkt, hij vervloekt God niet. Job vervloekt alleen zijn eigen geboortedag. Job beseft dat rampen bij het leven horen. Wil je geen pech, dan moet je ook niet leven. Leven is lijden zeggen boeddhisten. Leven is rampzalig zeg ik. Etymologisch is het niet juist maar dat woord dekt wel de lading, leven is zowel ramp als zalig.

Helaas wordt de rampzaligheid van het leven in de media tekortgedaan. Wat een eentonig geteem over `Bijlmer, Enschede, Volendam'. Deze `plaatsen des onheils' klinken alsof schoolkinderen van lang geleden de eilanden van Nederlands-Indië in volgorde van ligging opdreunen. Het refrein bestaat uit een opsomming van `de plagen': varkenspest, legionella, mkz. Dan klinkt in crescendo: `zinloos geweld'. Anders dan in het boek Job wordt bijna uitsluitend gevraagd naar de herkomst de rampen.

Het antwoord op die vraag is eveneens eentonig. Nooit hoor je een verfrissend `god en de duivel sloten zeker weer eens een weddenschap' en ook niet `dat is het leven en ik geef toe dat het verre van leuk is'. Nee, de overheid wordt genoemd als oorzaak van de rampspoed. De overheid wordt vervloekt door haar naam vooraf te laten gaan door `de falende' waar eerst nog, meer respectvol, `de terugtrekkende' werd gezegd. Maar is dat zo spectaculair dat die overheid fouten maakt? Waarom baren al die rapporten over wat er allemaal fout ging voorafgaand aan een ramp toch zo'n opzien? Uiteraard moet dat uitgezocht worden, maar laat de verbazing niet zo groot zijn. Wat had je dan gedacht? De overheid bestaat nu eenmaal uit mensen en die falen continu.

Waar mensen in het spel zijn is het oppassen geblazen. Ze zijn zo idioot om in een volle ruimte vuurwerk af te steken. Ze lopen de kantjes er vanaf, vergissen zich, letten niet op, willen op lokaal niveau in de smaak vallen, laten een heleboel na wat ze eigenlijk zouden moeten doen, sjoemelen met declaraties en meer menselijks. De overheid wordt veel te veel gezien als een ideaaltypisch, abstract fenomeen. De simpele waarheid is dat er zonder mensen geen overheid zou bestaan. Het is heus niet zo dat voorafgaand aan de schepping de overheid boven de wateren zweefde.

Daarmee is niet gezegd dat de schuldigen of medeveroorzakers van rampen niet zouden moeten worden aangesproken op hun falen of niet zouden moeten opstappen, ontslagen worden of betalen. Ook beweer ik niet dat omdat zowel vergissen als falen menselijk is, zomaar alles moet worden geaccepteerd. Maar het zou verhelderend zijn als in de gedachtevorming over rampen meer gekeken werd naar de rol van individuen op alle niveaus in dienst van de overheid. Die moeten binnen de organisatie waar zij werken duidelijker worden gestraft met ontslag en andere sancties. Als dat zou gebeuren zou de overheid wellicht minder worden gezien en benaderd als een bovenmenselijke kracht.

En dat is nodig. Met een simpel `het is de schuld van de overheid' komt de discussie niet verder en blijft de door rampen geteisterde burger steken in het door elkaar halen van ellende en het roepen van klinkklare onzin. Wat te denken van het idee dat er sprake is van `zinloos geweld tegen koeien'? Hoe merkwaardig was niet het spandoek in een door mond- en klauwzeer getroffen gebied met daarop: `Constantijn doet het geen pijn dat Brinkhorst nog erger dan Zorreguieta blijkt te zijn?'

Niet alleen de getroffenen halen de zaken door de war. Ook de publieke opinie neemt de rampen mee in, wat de Amerikaanse filosoof Charles Taylor heeft aangeduid als, het debat over de malaise van de moderniteit. Rampen worden gekoppeld aan zaken als `claimcultuur', `excuuscultuur', `individualiteit', `marktwerking' en `uitverkoop van de beschaving'. Zo ontstaat een ingewikkelde keten van associaties die ramp op ramp verbindt met altijd weer diezelfde jammerklacht tegen een `metafysische' overheid.

Maar de overheid doet de mens geen kwaad. Zij is menselijk. Mensen doen elkaar kwaad. In geval van een ramp: sluit ramen en deuren, zet de radio aan en vervloek zoals Job uw geboorte dag. Vervloek het leven want uw leven is rampzalig menselijk.

Amanda Kluveld is historica.

    • Amanda Kluveld