Modern boerenbedrog

r stond vorige dinsdagavond aan onze Leidschendamse singel een nette heer van pensioengerechtigde leeftijd aan de voordeur. Het bleek een man met burgerzin. Nee, hij wilde geen geld en hij had ook niets te verkopen. Hij ging slechts de huizen langs om mensen op het hart te drukken de volgende dag mee te doen aan het lokale (raadgevende) referendum over de voorgenomen fusie van Leidschendam en Voorburg. Want daarin ligt, waarschuwde hij, nog de enige kans eraan te ontkomen door Den Haag te worden opgeslokt. Hij wees ons op onze democratische rechten, en op het vereiste dat tenminste 30 procent van de kiezers zou moeten meedoen en minstens de helft daarvan vóór het voorstel van de gemeentebesturen van Leidschendam en Voorburg zou moeten stemmen.

Op mijn vraag of hij er echt zeker van was dat de bekrachtiging per lokaal referendum van dat fusiebesluit ervoor zou zorgen dat de Tweede Kamer alsnog, op 23 mei, afziet van de geplande uitbreiding van Den Haag ten koste van randgemeenten, keek de man me verbaasd aan. ,,Zo'n fusie doe je niet voor niets'', zei hij, keek nog eens argwanend naar ons huisnummer en liep door.

Groot succes, dat referendum, de volgende dag. Van de inwoners van Voorburg en Leidschendam nam 53 procent deel en van hen stemde ruim 90 procent vóór de fusie. Geluidswagens hadden de hele dag de boodschap van onze huisbezoeker herhaald, een boodschap die trouwens ook al te lezen was geweest in de lokale huis-aan-huisbladen, die daarmee hun functie van informele pr-organen van het gemeentebestuur nog eens hadden bevestigd.

De voorgeschiedenis. Enkele decennia geleden kwam in politiek-bestuurlijk Nederland de gedachte op dat in agglomeraties als de Haagse, de Rotterdamse, de Eindhovense enz., een nieuwe, bovengemeentelijke bestuurslaag, namelijk die van de stadsprovincie, een oplossing zou kunnen zijn voor allerlei problemen tussen grote centrumgemeenten met hun verzorgingsfunctie (zoals: ziekenhuizen, werk, cultuur, gymnasia enz.) en de randgemeenten met hun ruimte daaromheen.

Die stadsprovincie is er na lange en soms heftige discussies niet gekomen. In de Tweede Kamer markeerde een motie-Remkes (VVD) in 1997 het einde van die discussies. Conform die motie werd het traditionele middel van gemeentelijke herindeling uit de kast getrokken, zeker wat de Haagse regio betreft. Want in het regeerakkoord van Paars II (1998) werd een herindeling ten gunste van Den Haag ten laste van zijn kleinere buren afgesproken. In de Statenverkiezingen van 1999 lieten de kiezers in de randgemeenten (Rijswijk, Nootdorp, Pijnacker, Wateringen, Voorburg en Leidschendam) merken wat zij ervan vonden door vooral de VVD stevige klappen te geven. Sindsdien is de kwestie ook aan het Binnenhof extra delicaat geworden, en zijn de ambivalenties erover gegroeid in de grote fracties. Maar de ruimtenood van Den Haag blijft groot en een regeerakkoord blijft een regeerakkoord. Bijgevolg kwam minister Klaas de Vries (Binnenlandse Zaken) najaar 2000 met een herindelingsvoorstel, dat hij na vele voorspelbare protesten uit de randgemeenten in januari 2001 een enigszins aangepaste versie gaf. Die versie ontziet Rijswijk en Voorburg overigens meer dan Leidschendam, dat bijvoorbeeld de nieuwe wijk Leidschenveen (7.000 woningen) aan Den Haag zou moeten offeren.

De Vries, die gisteren aankondigde dat hij een einde wil maken aan een net zo slepende discussie rondom Eindhoven met een wetsvoorstel waarin Waalre, Son en Breugel en Nuenen gebied zullen moeten afstaan, kent de ambivalenties in de Tweede Kamer en heeft haast. Hij heeft de randgemeenten aangemoedigd om nauwer samen te gaan werken of, waar mogelijk, zelfs te fuseren om op die manier met grotere bestuurlijke eenheden tegenwicht aan Den Haag te kunnen bieden. Zijn woonplaats Pijnacker en Nootdorp hebben zo'n fusiebesluit genomen. De besturen van Voorburg en Leidschendam bereikten daarover twee maanden geleden, op de uiterste valreep, ook een akkoord en wekken sindsdien de indruk dat zij zich (en hun inwoners) daarmee het oprukkende Den Haag van het lijf kunnen houden. Ook de fracties in de gemeenteraden helpen zo'n indruk in stand te houden. In het Leidschendamse Krantje ging de fractieleider van het CDA in dat opzicht het verst (3 mei) door de burgers op te roepen de Haagse annexatieplannen (`Haags landjepik') af te wijzen door in het referendum te stemmen vóór de Voorburgs-Leidschendamse fusie ,,met behoud van het bestaande grondgebied''.

Nu weten de besturen en de raadsfracties in de randgemeenten natuurlijk heel goed dat minister De Vries in zijn wetsvoorstel de uitbreiding van Den Haag én de fusies van randgemeenten aan elkaar heeft gekoppeld. Anders gezegd: zij weten, maar zeggen dat hun inwoners niet duidelijk of zelfs helemaal niet, dat het wetsvoorstel de fusiebesluiten én de plannen voor uitbreiding van Den Haag als één geheel behandelt. Nog anders gezegd: de regeringsfracties in de Tweede Kamer, óók die van de VVD, zijn gebonden aan het regeerakkoord en kunnen hier slechts slikken of stikken. De Eerste Kamer mist het recht van amendement en kan die koppeling van De Vries dus niet ongedaan maken. Dat zou het CDA in de Tweede Kamer als oppositiepartij wèl kunnen proberen, om vervolgens met de VVD in de senaat alleen tegen de Haagse uitbreiding te stemmen, maar aan zo'n amendering in de Tweede Kamer kan de VVD in verband met het regeerakkoord niet meewerken. Bovendien, valt te horen, wil het CDA – waar menigeen hoopvol denkt aan de kabinetsformatie van volgend jaar – wel tegen De Vries' wetsvoorstel stemmen maar liever niet zo'n amendement indienen.

Zulke ingewikkeldheden zijn moeilijk uit te leggen aan deelnemers in lokale referenda. Makkelijker is het zo'n referendum te organiseren en de burgers het idee te geven dat het er héél véél toe doet. En dat zij op lokaal niveau een stem kunnen hebben in een zaak die een representatieve democratie natuurlijk afwegenderwijs en dus op nationaal niveau moet beslissen. Maar die nette heer met burgerzin die aan de deur was krijgt straks een koude douche en mijdt daarna misschien zelf de stembus. Want ook modern boerenbedrog heeft zijn prijs.

    • J.M. Bik