Italië betaalt de prijs voor onverschilligheid

Italië is met de verkiezingsoverwinning van Silvio Berlusconi slachtoffer geworden van een situatie die uit de hand is gelopen. Er hadden veel eerder grenzen moeten worden gesteld, vindt Marc Leijendekker.

Tot verbijstering van de rest van de wereld heeft Italië het toch gedaan: zijn lot toevertrouwd aan Silvio Berlusconi. Miljoenen kiezers hebben de bedenkingen tegen deze megalomane imperiumbouwer opzij geschoven. Voor hen wogen andere zaken zwaarder, zoals de belofte van minder overheid, minder belastingen, meer vrijheid voor de burger. In een land vol byzantijnse regelgeving, waar alles traag en moeizaam gaat, is dat een aantrekkelijk perspectief. Zeker als het wordt gekoppeld aan een magisch geloof in Berlusconi als de man wie alles lukt.

Berlusconi's duidelijke en persoonlijke overwinning betekent een dilemma. Wat doe je met iemand die, zoals ook zijn tegenstander Francesco Rutelli erkent, ,,op legitieme wijze de verkiezingen heeft gewonnen', maar die een aantal democratische spelregels met de voeten treedt? Rutelli belooft `een onverzoenlijke' oppositie. Europese leiders zeggen dat ze de zaak willen aanzien. En zo krijgt Italië over een paar weken een premier die in geen enkele normale democratie aanvaard zou worden. Het land bepaalt de prijs voor jaren van onverschilligheid voor dit probleem. Tegenstanders van Berlusconi hadden al jaren geleden moeten proberen regels te stellen voor zijn belangenconflict, en niet pas twee maanden voor de verkiezingen.

Het belangenconflict van Berlusconi heeft enorme proporties. Zijn mediamacht springt het eerst in het oog. Hij heeft de drie commerciële tv-zenders en krijgt straks als premier de controle over de staatsomroep Rai en in Italië kleuren de politieke machthebbers het nieuws van de publieke omroep. Berlusconi bezit ook de grootste uitgeverij van Italië, met een van de twee grote opinieweekbladen. De persvrijheid in Italië laat nu al te wensen over, maar zonder correcties komt zij ernstig in gevaar als Berlusconi aan de macht komt.

Als oplossing is wel een `blind trust' voor zijn mediabelangen voorgesteld, wat in dit geval zou betekenen dat de leiding daarvan in handen komt van een onafhankelijke persoon. Maar dat lost niets op. Ook al zou Berlusconi geen enkele zeggenschap meer hebben over het beleid van zijn commerciële zenders, hij weet nog steeds welke maatregelen wel en welke niet in het voordeel van zijn bedrijf zouden werken. Alleen een radicale oplossing, zoals verkoop, kan Berlusconi echt bevrijden van dit belangenconflict.

Het probleem gaat veel verder. Berlusconi bezit ook een financiële groep die jaarlijks voor zo'n vier miljard gulden omzet. Hij zit verder in de filmproductie, de videoverhuur, de Gouden Gids, en heeft een bouwbedrijf. Ook hier is sprake van een ontoelaatbare belangenverstrengeling van Berlusconi als politicus en Berlusconi als eigenaar, ook al heeft hij niet de directe leiding over die bedrijven. Het is een vergissing te denken dat het probleem Berlusconi zich beperkt tot zijn greep op de media.

Op dit terrein zou de Europese Unie een rol kunnen spelen. Concurrentieregels kunnen een handvat bieden om Berlusconi te dwingen zijn belangenverstrengeling aan te pakken. Opnieuw zouden Europese regels Italië dan de impuls geven een probleem op te lossen waar het land op eigen kracht niet uit komt. Iets vergelijkbaars is gebeurd met de sanering van de overheidsfinanciën. In het geval Berlusconi ligt de situatie gecompliceerder, omdat een eventueel beroep op Europese regels onherroepelijk betekent dat je direct op de man speelt. Maar toch zou Europa moeten proberen de ongetwijfeld tegenstribbelende Berlusconi de goede richting op te duwen.

Voor een ander democratisch tekort van Berlusconi, zijn opvattingen over persoonlijke integriteit, lijkt Europa geen medicijn te hebben. Hij heeft de verdenkingen van en veroordelingen wegens financiële fraude en corruptie naast zich neer gelegd, en haalt zijn schouders op over processen tegen hem die nog lopen. De meerderheid in Italië die hem heeft gekozen, aanvaardt dat. Berlusconi's plannen voor hervorming van de justitie en voor politieke sturing van het vervolgbeleid van het openbaar ministerie, beloven weinig goeds. Maar Europa kan weinig meer doen dan de wenkbrauwen fronsen.

Zoals het er nu uitziet, krijgt Berlusconi meer last van zichzelf dan van zijn bondgenoten. Die zijn tevreden dat ze mede aan de macht komen, maar ontevreden over hun eigen resultaten: Berlusconi heeft hen volledig overschaduwd.

De rol voor de Lega Nord, een partij die de buitenlanderhaat aanwakkert, lijkt beperkt in het kabinet. De partij heeft zulke slechte resultaten behaald dat Berlusconi in theorie moet kunnen regeren zonder deze partij, en dat maakt haar onderhandelingspositie een stuk zwakker.

Een andere omstreden partij is de Nationale Alliantie. Deze bondgenoot van Berlusconi verdient, veel meer dan de mediamagnaat zelf, een afwachtende houding. Partijleider Gianfranco Fini heeft de afgelopen jaren veel kiezers ervan weten te overtuigen dat hij het neofascistische verleden van de partij achter zich heeft gelaten. Hij zal nu in de regeringspraktijk moeten laten zien of dat ook voor zijn partijgenoten geldt.

Er is een belangrijk verschil tussen de Silvio Berlusconi die nu aan de macht komt en de man van zeven jaar geleden. Toen was een hoofddoel om zijn bedrijf, dat diep in de schulden zat, te beschermen. Nu verkeert zijn Fininvest-holding in blakende gezondheid. Berlusconi ziet zichzelf niet meer als ondernemer, maar als een politicus overigens wel met de geen-woorden-maar-daden-cultuur van een ondernemer. Hij heeft zijn jaren in de oppositie (zijn barre tocht door de woestijn) gebruikt om gedetailleerde plannen te maken voor een reeks radicale veranderingen. Zijn doelstellingen als premier zijn nu veel breder, en veel politieker geworden. Daarom heeft hij van veel kiezers die vorige keer aarzelden, nu het voordeel van de twijfel gekregen.

Veel tegenstanders van Berlusconi hebben in de campagne gezegd dat hij een bedreiging vormt voor de democratie. Als ze hun eigen woorden serieus nemen, zouden ze zich met alle middelen moeten verzetten tegen de aanwijzing van Berlusconi als premier. Maar dat kan niet op voorhand. Berlusconi is legitiem gekozen. Italië is het slachtoffer geworden van een situatie die uit de hand is gelopen. Er hadden veel eerder grenzen moeten worden gesteld. Misschien krijgt Indro Montanelli gelijk, de grand old man van de Italiaanse journalistiek; rechts, maar een verklaard tegenstander van Berlusconi. Het is goed voor Italië als Berlusconi een tijdje aan de macht komt, zei Montanelli vóór de verkiezingen. Een lichaam heeft een beetje gif nodig om tegengif te kunnen ontwikkelen. Alleen met Berlusconi als premier kan het land voldoende antistoffen ontwikkelen om te voorkomen dat het nooit meer gebeurt.

Marc Leijendekker is correspondent van NRC Handelsblad in Rome.

Gerectificeerd

Berlusconi

De laatste zin van het artikel Italië betaalt prijs voor onverschilligheid (in de krant van dinsdag 15 mei, pagina 7) geeft het tegendeel weer van wat bedoeld was. Er stond nu: ,,Alleen met Berlusconi als premier kan het land voldoende antistoffen ontwikkelen om te voorkomen dat het nooit meer gebeurt'. Bedoeld was: ,,Alleen met Berlusconi als premier kan het land voldoende antistoffen ontwikkelen om te voorkomen dat het ooit nog gebeurt'.

    • Marc Leijendekker