Het inflatiegevaar

PRINS CLAUS heeft eens gezegd dat de `core business' van het koninklijk huis bestaat uit lintjes knippen. De kernfunctie van een centrale bank is om te zorgen voor prijsstabiliteit. In dit verband heeft de Europese Centrale Bank (ECB) een taak te verrichten. In Nederland bedroeg de inflatie in april 5,3 procent (4,9 procent volgens de nationale berekening). Hiermee heeft Nederland de hoogste inflatie van euroland. Ook in andere landen tonen de prijzen een opwaartse lijn en ligt de inflatie boven de referentiewaarde voor prijsstabiliteit die de ECB aanhoudt.

De inflatiecijfers werden bekendgemaakt nadat de ECB afgelopen week zijn rentetarief met een kwart procentpunt had verlaagd tot 4,5 procent. Eén van de argumenten was dat de inflatiedreiging in euroland verminderd is. Natuurlijk, centrale banken kijken naar de toekomstige ontwikkelingen en misschien kan de ECB uitstekend in een glazen bol kijken, maar de cijfers over april loochenden deze bewering. Lange tijd had de ECB gehamerd op het belang van prijsstabiliteit en op grond hiervan geloofwaardigheid in de financiële markten opgebouwd, en nu ging de rente omlaag terwijl de inflatie omhoogging. De toelichting was onbevredigend en hoe het over achttien maanden is gesteld weet geen mens. Geen wonder dat de euro verder weggleed.

NEDERLAND STEVENT ondertussen af op de bokaal van het kampioenschap inflatie in euroland. De prijsstijgingen van april kunnen moeilijk afgeschoven worden op het eenmalige effect van de verhoogde BTW op 1 januari. Er is meer aan de hand. De stijgende energieprijzen, de stijgende voedselprijzen, het ruime begrotingsbeleid en een krappe arbeidsmarkt spelen een rol. Het rentebeleid van de ECB staat haaks op de stand van de Nederlandse economie. President Wellink van De Nederlandsche Bank zou in Frankfurt als lid van het bestuur van de ECB krachtig stelling hebben moeten nemen tégen een rentedaling, of het hebben moeten laten aankomen op een formele stemming. Helaas is niet bekend welke positie hij heeft ingenomen. De notulen van de vergaderingen van de ECB-directie zijn namelijk geheim.

Hoge inflatie en lage rente zijn gunstig voor schuldenmakers en slecht voor spaarders. Hiermee dreigt op termijn een nog onopgemerkt probleem: in het nieuwe belastingstelsel wordt ervan uitgegaan dat spaarders een rendement van vier procent op hun spaargeld maken. Dat is bij de huidige stand van de rente en inflatie uitgesloten. Volgend jaar, vlak voor de verkiezingen, moeten spaarders belasting gaan betalen over een rendement dat ze bij de huidige rente- en inflatiecijfers van hun levensdagen niet kunnen maken. Minister Zalm, de politieke vader van de vermogensrendementsheffing, kan het daar nog knap lastig mee gaan krijgen.

INFLATIE VALT moeilijker te bedwingen en vraagt hardere maatregelen naarmate de geldontwaarding langer duurt. Met meer dan vijf procent inflatie moet Nederland zich zorgen maken – maar niets wijst erop dat dit ook gebeurt. Geen rem op het monetaire beleid, alle remmen los bij het begrotingsbeleid, geen matiging op het loonfront. Nederland gaat onbekommerd de zomervakantie tegemoet, terwijl de waarschuwingssignalen voor het inflatiegevaar op rood staan.