Handtassen van riet als oplossing voor armoede

De VN houden deze week in Brussel hun derde conferentie over de armste ontwikkelingslanden. Zal deze bijeenkomst meer opleveren dan de vorige?

Waar zijn de demonstranten tegen globalisering als je ze nodig hebt? Overal komen ze opdagen, behalve in Brussel. Yusuf uit Djibouti drukt daarom stapeltjes pamfletten tegen `dictator' Gelleh in handen van iedere voorbijganger die lang genoeg draalt: ,,Hier, wil je ze alsjeblieft uitdelen?' Hij hoort bij veertig Djiboutianen die naast een handvol betogers uit Bangladesh de stoep voor het Europees Parlement bezetten. Hun kreten verdrinken in het voorbijrazende verkeer.

In het gebouw van het Europese Parlement begon gisteren de derde conferentie van de Verenigde Naties over de armste ontwikkelingslanden ter wereld, de Least Developed Countries (LDC's), De eerste twee bijeenkomsten, in 1981 en 1990, leverden niets op. In 1981 waren er 29 minst ontwikkelde landen, inmiddels is hun aantal gestegen naar 49. Daarvan liggen er 34 in Afrika. Staatshoofden, diplomaten en financiële topmannen praten de hele week over vrijhandel, ontwikkelingshulp en verlichting van de schuldenlast, maar critici betwijfelen of de uitkomst van deze conferentie anders zal zijn dan bij voorgaande edities, zoals VN-chef Kofi Annan in zijn openingstoespraak zei te hopen.

De meest geprezen toespraak gisteren was die van de Franse president Jacques Chirac. Hij had het over de ,,mondialisering van de solidariteit' en hield een voorzichtig pleidooi voor verlichting van de schuldenlast en het stimuleren van buitenlandse investeringen. De Nigeriaanse president Obasanjo kreeg en passant een schouderklopje omdat hij een initiatiefnemer is van een hulpplan voor Afrika. Want zoveel werd duidelijk: ontwikkelingslanden zijn tegenwoordig ,,partners' naar wier initiatieven graag geluisterd wordt, zolang ze zich inspannen om hun huishouden op orde te krijgen. ,,Meer dan ooit beseffen de rijke landen dat we samen een oplossing moeten vinden', zei desgevraagd Obasanjo's woordvoerder.

Handel is deze week een heet hangijzer. De directeur van de Wereldhandelsorganisatie, Mike Moore, zei dat hij zijn ,,vrienden' graag betere toegang tot de wereldmarkt wil geven ,,in een bredere contekst'. De mondialisering verdedigde hij zo: ,,Om even helemaal politiek incorrect te zijn, als grote landen soms iets willen, hebben ze het niet automatisch bij het verkeerde eind omdat ze groot zijn.'

De hulporganisatie Oxfam had in de buurt maar alvast een vergaderzaal afgehuurd om de pers een weerwoord te bieden. De Europese Unie moet de markt voor suiker en rijst ,,onmiddellijk' liberaliseren, aldus Oxfam, dat weinig optimistisch is over het lot van de 610 miljoen inwoners van de LDC's.

In 1990 legden de rijke landen in een actieplan de belofte vast om 0,2 procent van hun bruto nationaal produkt aan ontwikkelingshulp te besteden. Tien jaar later ligt het gemiddelde nog altijd rond 0,05 procent Nederland is een gunstige uitzondering met 0,2. ,,Wat we nodig hebben is geld, geld, geld', liet de VN-ambassadeur van Tanzania, Daudi Mwakawago, aan de vooravond van de conferentie weten. Zijn land is wellicht op een concrete oplossing gestuit: het massatoerisme. Ook dat is deze week een agendapunt. Vlakbij de conferentiezaal hebben Bangladesh en Tanzania hun waren uitgestald. Met handtassen van riet probeert Bangladesh de aandacht op de lokale souvenirindustrie te vestigen. Tanzania trekt met zijn natuurparken de meeste buitenlandse toeristen van alle armste landen en is bijna LDC-af.