Een gouden greep, met dank aan de apartheid

Het Zuid-Afrikaanse bedrijf Sasol, met een jaaromzet van omgerekend 15 miljard gulden, maakt vloeibare brandstof uit kolen, en is op dit gebied de grootste ter wereld. En het gaat goed met het bedrijf. Hogere olieprijzen deden omzet en winst in 2000 scherp stijgen. Sasol is in hoog tempo bezig joint ventures op te zetten in andere delen van de wereld.

De gevaartes op de weg zijn kolossaal. Drie trucks met oplegger van elk 30 meter lang waarop ladingen van tien meter hoog en acht meter in doorsnee liggen. Het zijn onderdelen voor de nieuwste kolenvergassingsinstallatie, gemaakt in Zuid-Korea, bestemd voor het oliebedrijf Sasol. De reactordelen moeten over een afstand van 500 kilometer worden vervoerd uit de havenstad Richardsbaai naar de raffinaderij van Sasol, diep in de binnenlanden van Zuid-Afrika. Steden en dorpen komen even tot stilstand als het konvooi met een slakkengang van 15 kilometer per uur passeert. Verkeer gaat uit ontzag aan de kant, gemeentewerkers in oranje overalls tillen vanaf hoogwerkers kabels en draden op om het transport doorgang te verlenen.

Het grensgebied van de provincies Gauteng (hoofdstad Johannesburg) en Mpumalanga is een lieflijk groene streek. Glooiende velden met maïs, luzerne, koren, dorpjes en boerenhoeves. Hier verwacht je geen zware industrie, tot in oostelijke richting opeens achter de zoveelste heuvel een petrochemisch complex opduikt van gigantische omvang. Honderden pijpen, schoorstenen en reactors priemen de lucht in, dikke rookwolken klimmen langzaam naar de stratosfeer. Dit is Secunda, een industriestad die is gebouwd door Sasol, en geheel bestaat bij de gratie van het bedrijf.

De locatie van Secunda, gebouwd in het midden van de jaren zeventig, is minder verrassend wanneer men onder het oppervlak kijkt. Het gebied bevindt zich op een geologische formatie die buitengewoon rijk is aan steenkool en het land tot een van de grootste steenkolenproducenten ter wereld maakt. In Zuid-Afrika bouwt men energiecentrales bij voorkeur bovenop de kolenmijnen, zodat de transportkosten minimaal zijn. Voor Sasol was het daarom de logische locatie, in het `midden van nergens' zijn technologische hoogstandje uit te voeren: het vloeibaar maken (vergassen) van kolen.

Het patent op het maken van vloeibare brandstof uit kolen stamt uit 1925, het was een uitvinding van de Duitse scheikundigen Franz Fischer en Hans Tropsch. Zuid-Afrika baseert zich op dit procédé, dat nergens ter wereld zo intensief is toegepast. In 1950 richtte de regering in Pretoria de Suid-Afrikaanse Steenkool en Olie (SASOL) op, met als uitdrukkelijk doel de grote steenkoolvoorraden te benutten om de oliearmoede van het land te compenseren. De apartheid was net (in 1948) officieel van kracht geworden en de blanke minderheidsregering rekende de energievoorziening tot een van de `strategische sectoren', van belang voor de veiligheid van de staat. De eerste reactoren van het bedrijf verrezen tussen 1952 en 1955 even ten zuiden van Johannesburg, een locatie die zou uitgroeien tot de industriestad Sasolburg.

Twintig jaar na oprichting bleek dat Sasol een gouden greep was geweest: de oliecrisis uit 1973 en het toenemende isolement van de toenmalige apartheidsregering dwongen Zuid-Afrika er in toenemende mate toe in zijn eigen energiebehoefte te voorzien. Men besloot tot de bouw van een tweede energiestad, Secunda, die in 1982 de eerste olie uit kolen opleverde. In 1979 werd Sasol geprivatiseerd en kreeg het een notering aan de beurs van Johannesburg. De bewegingen tegen de apartheid, zoals het ANC, zagen in Sasol een vijand, de vestigingen waren doelwitten van aanslagen. De directie – toen en nu hoofdzakelijk bestaande uit Afrikaners – op haar beurt was een betrouwbare partner van het blanke bewind. Tegenwoordig herinneren hoge hekken, tankwallen en uitzichttorens in Secunda nog aan de tijd van de strijd.

Sasol overleefde het einde van de apartheid met gemak. De synthetische olie bleef na de democratische overgang van 1994 een belangrijke en lucratieve vorm van importsubstitutie. Ongeveer 40 procent van de Zuid-Afrikaanse behoefte aan vloeibare brandstof wordt nu gedekt door Sasol. Daarnaast fabriceert Sasol een grote hoeveelheid andere stoffen, variërend van plastics tot kunstmest en explosieven – 200 verschillende producten in totaal.

Het bedrijf levert al jarenlang benzine aan de meeste grote oliemaatschappijen, maar mag volgens een overeenkomst met grote oliebedrijven niet rechtstreeks aan de consument verkopen. Wel zijn er 60 zogeheten blauwe pompen (witte pompen) in het land. In 2003 loopt het contract met de oliemaatschappijen af en wil Sasol onder eigen naam benzinestations openen. Topman Pieter Cox kondigde aan dat er door het hele land verspreid 300 Sasol-pompen zullen komen. Het voornemen heeft tot grote ongerustheid geleid onder de gevestigde bedrijven. Sasol zou met de eigen stations in één keer 10 tot 15 procent van de markt overnemen.

Sasol doet tamelijk geheimzinnig over zichzelf. Het bezoeken van Secunda is mogelijk, maar rondleidster Eileen du Toit, een potige Afrikaner dame, houdt sommige deuren gesloten. We toeren rond over het uitgestrekte terrein, langs sissende turbines, tussen schoorstenen met hoogtes tot 300 meter door. Chemische geuren gaan over van het ene palet in het andere. Du Toit is een typische pr-dame die alle wetenswaardigheden van haar bedrijf keurig weet op te dreunen, op technische of economische details laat ze het afweten.

Zo weet ze niets over vervuiling. Maar waar chemie is, is emissie, waar emissie is, zijn problemen. Sasol zegt van niet. Volgens Du Toit is het enige dat het bedrijf in Secunda de atmosfeer inspuugt stoom. Of toch niet, ze wijst op een pijp waar een rood-oranje vlam uit komt. ,,Daar verbranden we gassen die we niet kunnen gebruiken, maar ze zijn onschadelijk voor het milieu.''

Misschien bedoelde Du Toit alleen Secunda, want de milieugroep groundWork nam in de buurt van Sasolburg luchtmonsters waaruit bleek dat zich in de atmosfeer een verhoogde concentratie van 16 giftige stoffen bevond, waaronder benzeen, vinylchloride en methyleenchloride. Huisartsen in Sasolburg hebben melding gemaakt van een meer dan gemiddeld aantal gevallen van aandoeningen aan longen en luchtwegen. Volgens groundWork is dit een direct gevolg van de emissie van giftige stoffen.

In een vorig jaar gepubliceerd milieurapport geeft Sasol toe per jaar 42.000 ton `licht giftige' stoffen in het milieu te lozen. Maar alleen de emissie van benzeen overschrijdt volgens het bedrijf de Amerikaanse normen voor toelaatbare emissie (Zuid-Afrika heeft geen normen hiervoor). Sasol zegt ,,te werken'' aan de emissies, onder meer door meer aardgas in plaats van steenkool te gebruiken als basisproduct.

Sasol groeide de afgelopen jaren met reuzensprongen. De omzet van 11 miljard rand (de rand schommelt momenteel rond de 32 cent) uit 1995 was in 2000 (het boekjaar eindigt 30 juni) meer dan verdubbeld naar 25 miljard, de winst ging van 6 miljard naar 12 miljard in dezelfde periode, de export van 1,7 miljard naar 6,5 miljard. In de tweede helft van 2000, zo blijkt uit de net gepubliceerde cijfers, deed Sasol er nog eens een schepje bovenop. De omzet voor zes maanden groeide naar 17 miljard rand. De waarde per aandeel steeg van 225 randcent naar 500 cent. Het bedrijf profiteerde met name van de stijging van de olieprijzen op de wereldmarkt en het zakken van de rand ten opzichte van de dollar.

Sasol beperkt zich allang niet meer tot activiteiten in eigen land, de onderneming ontwikkelt zich snel tot een multinational, met vestigingen en overnames in alle werelddelen. In maart namen de Zuid-Afrikanen het Duitse chemieconcern Condea over, voor 8,7 miljard rand. Het zal de totaalomzet van het bedrijf dit jaar opstuwen tot boven de 50 miljard rand. Sasol aast op verdere overnames in Europa, Zuid-Amerika en het Verre Oosten.

Afrika is vooralsnog Sasols machtsbasis. De technologie en de financiële middelen van Sasol gaan andere landen in de regio ver te boven. Vandaar dat Afrikaanse regeringen met grote gretigheid ingaan op samenwerking met Sasol. Vier maanden geleden sloot Mozambique een reuzencontract af met Sasol en de Zuid-Afrikaanse regering voor de levering, per pijplijn, van gas aan Zuid-Afrika. Met de investering is een bedrag gemoeid van 8 miljard rand. Vanaf 2004 moet het gas, dat wordt gewonnen in twee velden voor de Mozambikaanse kust, via 900 kilometer pijpleiding naar Zuid-Afrika stromen. Sasol zal het gas onder meer gebruiken als basisproduct en als directe energiebron.

De technologie van het vloeibaar maken van kolen en gas is door Sasol in de loop der jaren zo verfijnd dat de Zuid-Afrikanen aantrekkelijke partners zijn geworden voor de `echte olieconcerns'. Met het Amerikaanse Chevron is Sasol een joint venture begonnen voor het aanpakken van verscheidene projecten. In Nigeria bouwen de twee een installatie voor het vloeibaar maken van gas (investering 14 miljard rand). Soortgelijke projecten zijn onderweg in Qatar (investeringen van 6 miljard rand) en Australië (8 miljard rand).

Sasol is een bedrijf dat zegt geen moeite te hebben met het `nieuwe Zuid-Afrika'. Vorig jaar, bij de viering van 50 jaar Sasol, stak de voorzitter van de raad van bestuur, Paul Kruger, zijn eigen bedrijf een paar mooie veren in de kont en prees hij zijn 25.000 werknemers in Zuid-Afrika. Geen verhalen meer over het donkere verleden, Sasol is nu van iedereen. `Suid-Afrika is 'n jonge, groeiende demokrasie. Ons land het [heeft] nywerheidsondernemings nodig wat groei kan stimuleer. In hierdie verband het Sasol 'n trotse verlede in Suid-Afrika. Ons sal met ywer in die toekoms daarop voortbou', aldus Kruger.

Het bedrijf wil als een moderne onderneming overkomen; in Zuid-Afrika betekent dat integratie van alle bevolkingsgroepen binnen de bedrijfsmuren, daartoe is men wettelijk ook verplicht. In het verleden vond men zwarte werknemers vrijwel uitsluitend op de werkvloer, uit de statistiek van 2000 blijkt dat van het management inmiddels 12 procent zwart is. In 2005 moet volgens de plannen 40 procent van de managers zwart zijn en komt men aardig in de buurt van de streefcijfers van de regering.

Eileen du Toit gaat er in Secunda prat op dat Sasol ,,heel veel doet'' voor de gemeenschap. Men helpt met de bouw van scholen en sportvelden in de omringende townships, heeft een groot landbouwproject en een kippenboerderij opgezet, sticht ziekenhuizen en bibliotheken. Is die vorm van liefdadigheid niet een beetje achterhaald, waarom betaalt Sasol niet gewoon hogere lonen, zodat de mensen zelf kunnen beslissen wat ze met hun geld willen doen? Du Toit, pinnig: ,,Met onze lonen is niks mis, mensen zijn bij ons uitstekend af – navraag leert dat de fabrieksarbeiders van Sasol met gemiddeld 5.000 rand bruto per maand voor Zuid-Afrikaanse begrippen inderdaad goed verdienen – maar ons bedrijf kan niet in één keer alle armoede wegwerken.''

We rijden terug naar Johannesburg. De benzineprijs is net weer met acht randcent gestegen tot 3,85 rand per liter. Consumenten bij de pomp klagen steen en been. Sasol niet. De winstverwachting voor dit jaar ziet er weer goed uit.