Dierentuin

Je ziet het nu zo vaak in Amsterdam dat er wel een systeem achter moet zitten, een filosofie: bij de herinrichting van belangrijke pleinen worden de verschillende verkeersstromen – auto's, fietsers, voetgangers en soms de trams – consequent door elkaar heen gehutseld.

Het begon bij het Museumplein. De auto's rijden op de Van Baarlestraat, slaan rechtsaf om de parkeergarage binnen te gaan en kruisen daarbij de paden van voetgangers en fietsers zonder dat die op welke manier dan ook daarvoor gewaarschuwd worden. Blijf op de stoep, zeggen voorzichtige ouders als hun kinderen buiten gaan spelen. Die waarschuwing biedt geen veiligheid meer. De stoep, een niveauverschil tussen de domeinen van de lopende en de rijdende mens, is een achterhaald concept.

Na het Museumplein kwam het Koningsplein. Er werd lang aan gewerkt en tijdens de werkzaamheden was de verkeerssituatie chaotisch. In Het Parool stond een reportage over de paniek van automobilisten die van het Singel kwamen en op de kruising met het plein geen idee hadden hoe ze verder moesten.

Het plein is klaar. Ook hier zien we dat de herinrichter geen liefhebber van de stoep is. De voetganger die van de kant van de Leidsestraat komt hoeft geen stoep meer af als hij de rijweg van het Singel oversteekt. Hij denkt dat hij nog steeds in een voetgangersgebied loopt, maar dat is niet zo.

Nu dan de Dam, ons nationale plein. De heren Schat en Montag waren enthousiast over de nieuwe vormgeving, wat begrijpelijk is. Ik heb zelf ook de neiging om de grote werken in eerste instantie mooi te vinden, want je wil geen vreugdeloze izegrim zijn. Trouwens, het was ook wel mooi.

Toch moet worden opgemerkt dat de gemeentelijke herinrichter zijn stoepvrees hier wel heel extreem heeft uitgeleefd. Peter Schat had het over de metamorfose van verkeersplein tot bezoekersplein. Zo ziet het er inderdaad uit, maar zo is het niet. De Dam is nog steeds een verkeersplein, maar mocht dat niet meer tonen.

,,De verschillende verkeersstromen – trams, voetgangers, auto's en fietsers – zijn van elkaar gescheiden met lage, brede stoepranden van lichtbeige natuursteen, door hardstenen zebrapaden en in wit marmer uitgezaagde fietsprofielen. Alles ademt duurzaamheid en is door een legertje vaklieden met de hand gelegd.''

De lage, brede stoepranden die Peter Schat zag, waren er lang niet overal. Op strategische oversteekpunten was helemaal geen niveauverschil. Het gebied zag er uit als een grote voetgangerszone waar trams, auto's en fietsers dwars doorheen reden. Ik schatte dat lijn 14, die onverwacht uit de Paleisstraat opduikt, als eerste tot Amsterdamse moordenaar zou worden uitgeroepen.

Er zaten twee agenten op motorfietsen naar het gekrioel van de verkeersstromen te kijken. Het kostte maar weinig moeite om hun een mening te ontfutselen over het nieuwe plein. Anders dan bij Schat en Montag was die mening niet in de eerste plaats door esthetische overwegingen ingegeven.

,,Er is hier een gek aan het werk geweest. Het is wachten op de eerste dode en dan zullen ze het over een paar maanden weer helemaal anders doen, maar ondertussen zitten wij er maar mee.''

Dat laatste viel wel mee. De agenten zaten ontspannen in de zon, als badmeesters die de avontuurlijke zwemmers in de gaten houden, maar niet echt verwachten dat ze hoeven in te grijpen.

Een stadgenoot vertelde me dat Multatuli had geschreven dat hij op al zijn reizen nog nergens een stadsbestuur had meegemaakt dat zo onbekwaam was als dat van Amsterdam. Multatuli riep de Amsterdammers op om naar het buitenland te gaan, om te zien hoe het daar toe ging.

Een goed advies. De herinrichter van de Dam ging naar Madrid om daar het Plaza Mayor te bestuderen. Dat is inderdaad een mooi plein, dat echter weinig gemeen heeft met de Dam. Het Plaza Mayor is een plein van het type `grote huiskamer'. Hoe je een van de belangrijkste verkeersaders van de stad dwars door een plein moet leiden, kan je daar niet leren, want er is geen verkeer.

Toch zijn de studiereizen naar Madrid niet vruchteloos gebleven. Ik bedacht wat de inspiratiebron voor de Amsterdamse herinrichter moet zijn geweest. Niet het Plaza Mayor, maar de Madrileense dierentuin.

Die is zo ingericht dat het lijkt of de dieren en de mensen door elkaar heen lopen. Je schrikt in het begin, want je ziet een paar leeuwen lopen en je ziet geen hek. Ze kunnen zo naar je toe komen, lijkt het. Niet echt natuurlijk, want er zijn greppels waar ze niet overheen kunnen, maar die zie je niet. De Dam was als de Madrileense dierentuin, maar dan zonder greppels.

Maar kijk, op een kleine inspectietocht bleek gisteren alles al weer anders te zijn. Er waren rijen van grote stenen blokken neergezet op de verkeersbaan tussen de twee helften van het plein en op de Paleisstraat. Zo waren in ieder geval de trams van het andere verkeer gescheiden.

Erg mooi was het niet. De stenen blokken deden denken aan Noord-Ierland, aan wegafzettingen bij vrees voor een terroristische aanslag. Wat de duurzaamheid van het nieuwe stedeschoon betreft hadden de agenten het beter gezien dan Peter Schat en ze hadden zelfs eerder gelijk gekregen dan ze hadden gedacht.

Zoals hij er nu bij ligt is de Dam een waar polderplein: een compromis tussen de oorspronkelijke conceptie – de Madrileense dierentuin – en minimale eisen van verkeersveiligheid.

Een verkeerschaos is het nog steeds, maar eerlijk is eerlijk, de bezoekers hebben er plezier in. Een beetje spanning en onzekerheid maakt alert, dat weten we van de treinbestuurders.

Zakenmannen in nette pakken klommen vrolijk over de wegversperringen heen en maakten er grappen bij. Fietsers slalomden met een brede grijns tussen de auto's en de voetgangers, alsof ze al op de kermis waren.