Democratisch

,,Op alle niveaus kennen wij (in Nederland) democratische en vrije verkiezingen'' zegt F. Korthals Altes in zijn rede t.g.v. de 5 mei-viering (NRC Handelsblad, 5 mei).

Werkelijk? Met een erfelijk staatshoofd, een benoemde burgemeester in de gemeenten, een benoemde commissaris in de provincies, een eerste minister en leden van de senaat die niet direct door het volk zijn gekozen? Daar kun je anders over denken. Dat blijkt ook uit het hoofdartikel op dezelfde dag, dat spreekt over de min of meer democratische tradities van Nederland.

Korthals Altes kapittelt daarop het volk dat zich de laatste 30-35 jaar bandeloos gedraagt. De ellende is kennelijk met de Maagdenhuis bezetting begonnen. Hij haalt ook de nationale ombudsman Oosting aan die, n.a.v. de ontploffing in Enschede, een culturele revolutie nodig acht. Niet zozeer bij de overheid maar bij de samenleving, volgens Korthals Altes.

Korthals Altes heeft gelijk wanneer hij stelt dat de naleving van regels een draagvlak bij de bevolking vereist dat op basis van vrijwilligheid tot stand moet komen en dat rechtsregels, die democratisch tot stand zijn gekomen, moeten worden gerespecteerd. Draagvlak, vrijwilligheid en democratisch totstandgekomen, zit daar niet ons probleem? Voor de burger is de individuele vrijheid en de beslissingsmacht over zijn eigen bestemming de laatste 30-35 jaar aanmerkelijk vergroot. Hij ervaart dat als een grote vooruitgang. Hij merkt echter ook dat zijn medebeslissingsrecht in het openbaar bestuur sinds 1945 niet is toegenomen en vraagt zich af waarom. Minder benoemingen en meer direct verkozen functionarissen in het openbaar bestuur zullen ertoe leiden dat de burger zich sterker verantwoordelijk voelt voor de samenleving en haar regels.

    • R.J. Snepvangers